Hollands Dagboek: Manon Uphoff

Manon Uphoff (1962) is auteur van diverse romans en verhalenbundels. De afgelopen week speelde de schrijfster in de toneelvoorstelling de Vagina Monologen. Uphoff heeft een dochter. `Ik vertel aan iedereen die het wel en iedereen die het niet wil horen dat mijn vader dood is.'

Woensdag 31 oktober

De voorstelling van de Vagina Monologen waaraan ik vanavond zou meewerken gaat door, maar zonder mij. Er was te weinig repetitietijd en met de dood van mijn vader zo kort geleden voel ik me er niet erg bij betrokken. Ze kunnen me gestolen worden, de vagina's.

In de brievenbus vind ik meelevende briefjes van mensen die in de kantlijn noteren: `Maar het was toch je moeder die zo ziek was?' Als ik haar deze briefjes laat zien, knikt ze vol begrip, maar zegt dat ze niet van plan is het loodje te leggen, enkel en alleen omdat dat nu in de lijn der verwachting ligt. Bezoek later samen met haar en mijn jongste broer en zusje het graf op het oude dorpskerkhof. Hij ligt er fraai bij, tegenover het kruisbeeld, met Maria aan de linkerzijde, die precies over hem uitkijkt en zo is hij innig geborgen. Thuis slaan we er de rouwkaart nog eens bij op. Opnieuw trots over de 78 namen van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en het feit dat de krant tot drie keer belde met de vraag of het wel klopte, al die namen. ,,Zeker. Het zaad is niet op de rotsen gevallen'', zeiden we, helemaal met pa's intonatie, en sloegen ons hierbij – net als hij dat altijd deed, op de borst – tevreden met de kwantiteit van het nageslacht.

Later een gesprek bij tv Utrecht, over zin en onzin van de Vagina Monologen. Ik heb nu al zo vaak mogen en moeten uitleggen wat de beweegredenen zijn om mee te doen aan dit stuk van Eve Ensler dat ik onderhand behoorlijk vaghinamoe ben. En waar het dan precies over gaat? En wat die verschillende vaghina's dan te melden hebben? ,,Ja, dat verschilt van vaghina tot vaghina'', zeg ik lijzig. Wat vind ik van de eerste reacties op de titel van het stuk? Die zijn alsof voor je ogen een niet al te verse haring van een van vet doordrongen papiertje afglijdt en op straat valt. Schreef de Sade al niet: ,,Alweer die kutten....''

Hoewel er overal op tv en in tijdschriften uitgeklapte en uitgevouwen vagina's te zien zijn, en ik soms argeloos getuige ben van zaken waarvan ik niet wist dat ze menselijk gezien mogelijk waren, en er al veel zinnigs over de doelstelling van de Vagina Monologen is gezegd, en iedere vrouw die meespeelt zo haar eigen reden heeft gehad om ja te zeggen, voel ik nu opeens veel voor zwijgzaamheid of metaforen.

Denk aan het Hooglied.

En Rabelais' beschrijving van de geboorte van Gargantua.

En Wintersons beschrijving van een man die een dame seksueel probeert te gerieven: ,,Het lukt niet, mevrouw, u bent te groot. Ik krijg mijn mond niet om die pruim.''

Het is wel degelijk mogelijk, de vereniging van het boertige en het mystieke, verhevene.

Mis B., die in Frankrijk een luxe landhuis verspijkert.

Donderdag

Vrij Nederland heeft me gevraagd mee te werken aan een open brief naar Reve. Zo komen religie, schrijven, ouderdom, dood, verlangen en Maria ineens wel heel dicht bij elkaar.

De fotograaf van de NRC belt – er moet een foto gemaakt worden voor bij dit Hollands Dagboek. We spreken af op neutraal terrein. Daar zal ik, zo neem ik me voor, neutraal kijken en het niet over mijn vader hebben. Over hoe wit en lief en transparant hij werd de laatste jaren, en hoe we hem rond droegen op een vingertop. Mijn verstandelijk gehandicapte broer heeft de nieuwe routine verrassend snel opgepikt. Na afloop van ieder bezoek loopt hij bedreven de straat door, draait rechtsaf en opent het hek van de begraafplaats. Vanaf de galerij horen we het hem roepen: ,,Dag papa, dag, de groetjes aan mama'', alsof er niet veel is veranderd. Hij was immers ook thuis al zwijgzaam en transparant.

Ondertussen lees ik teksten van Reve, bekijk ik foto's van die kop die steeds lobbiger en doorgroefder wordt, en schrijf ik een brief aan de oude meester.

Maak soep bij mijn moeder thuis. Soep van de aaaavond, soep van de dag.

Vrijdag

Tijdens het repeteren voor de Vagina Monologen 's middags krijg ik het advies om te werken met een ondertekst. Met tekst die je niet uitspreekt, en die vooraf gaat aan wat je wel zegt.

Ik vertel aan iedereen die het wel en iedereen die het niet wil horen dat mijn vader dood is. Sommigen staan zuchtend op als ze me aan zien komen.

's Avonds is het publiek laaiend enthousiast. Niemand ziet dat mijn microfoontje met snoer en boxje via mijn broekspijp naar beneden glijdt.

Na afloop ga ik alleen naar huis. ,,Misschien ga je ooit nog wat doen met je leven'' en: ,,Ik vind, ik vind: mensen die dingen doen zoals jij, dat vind ik geen werk'', zegt de taxichauffeur, nadat ik hem in bedekte bewoordingen heb gemeld wat mijn rol was in het theater. Ga treiterig met hem in discussie. Wil op dit moment kruipenderwijs naar mijn geliefde. Hadden wij de liefde niet. Sluit de nacht af met een fragment van film op kabelzender TCM waarin een vrouw samengeperst met andere mensen in een bus staat. Een man duwt zich steeds opvallend tegen haar aan. Pas als ze de bus verlaat, wordt zichtbaar dat ze trekt met een been en met een stok loopt.

Droom dat ik na het ontwaken drie enorme kevers in mijn bed vind, die ik kennelijk tijdens het slapen heb geplet.

Zaterdag

Haal eerst mijn dochter op bij mijn zus. Mijn moeder zit, met verfomfaaide haren, als een doorwaaide duif op de stoel. Mijn zus zoekt schaar en de kam om het witte haar bij te kunnen werken. Als mijn zusje de laatste hand legt, zegt ze aarzelend dat het toch niet zal omdat pa en zij een beetje aan het knuffelen waren, dat hij? ,,Ach, en hij was altijd zo snel opgewonden'', zegt ze.

's Avonds voorstelling bij het Vredenburg. Heb even niet gemerkt dat het plein de nieuwe verzamelplaats voor junks is. ,,Heb jij mijn joint, heb jij godverdommmme mijn joint'', roept een dolende. Lichtpuntje van de avond is T. Holman die ontroerende liederen van Reve zingt. Na de dichters en de schrijvers lezen ook medewerkers van straatnieuws voor: `Mijn eerste wietplantje' en: `Eindelijk verslaafd' en: `Ontmoeting met mijn dochter op een brug'.

Het zoontje van vrienden dat die nacht bij me logeert klopt om 05.00 uur op mijn kamerdeur.

,,Ga lekker slapen, liefje'', zeg ik.

,,Maar ik ben wakker.''

,,Ik niet. Ik ben moe.''

,,Maar ik ben wakker.''

,,Ik niet, jochie, ik ben moe.''

,,Ik ben wakker.''

Zondag

Met mijn dochter bezoek ik de nieuwe Hema. Alles ligt goed op graaihoogte en ik ben bijzonder in de juiste stemming. O schone Hema. O goede Hema. O Hema, die de eenzamen vertroost. Hema, het dwarrelen der mensen is verbijsterend. Ik gooi mijn mandje vol.

Er passeert een man met hoed de bus.

Huil om de man met de hoed.

Lig daarna in bad. Ben kuis en schoon. Wandel door binnenstad en langs speeltuin. Val eenmaal thuis in slaap op de bank en droom dat ik een ketting met antiek groen kruisje koop. Word wakker en zoek het kettinkje, maar dat is nergens te bekennen.

Schiet me tekst uit de monologen te binnen: ,,Zoals u weet hebben Gristenen geen Vaghina, die hebben een kruis.''

Verlang naar B.

Maandag

Krijg mijn hoofd niet in de plooi, de tekenen van een verse nachtmerrie en een paar weemoedige, diffuse dromen zijn duidelijk van mijn gezicht af te lezen. Doe niets vandaag. Mijn moeder wil graag een doos voor de kerstverhalen van mijn vader.

,,Ze waren wel veel te lang, altijd, maar ik wil ze graag bewaren. Ze zijn handgeschreven. En er zitten van die mooie rode lintjes omheen.''

Zoek de hele stad af voor een doos om dingen in op te bergen. Beetje redelijke doos graag, heeft u niet een leuke doos, wat voor doos, om iets in te doen wat je goed wil bewaren, een kist, nee geen kist een doos een doos, gewoon een doos, mijn koninkrijk voor een doos.

Nergens doos. Veel kleding, veel kussentjes, veel eten en drinken. Nergens doos om de dingen in op te bergen en te behoeden voor het stuiven en dwarrelen. Zie wel overal het hoofd van Harry Potter.

Dinsdag

Lees in de krant dat de Belgische koning weigert Reve de prijs uit te reiken vanwege de aanklacht tegen Schafthuizen.

Eerst de grootste eer, dan de grootste schoffering. Elementen die ook in het werk van Reve veelvuldig voorkomen, maar altijd in beter gekozen volgorde, en nooit definitief.

Woensdag 7 november

Heb vandaag in het geheel niet aan de vagina monologen gedacht, maar het huis opgeruimd.

De lakens zijn gewassen, de kasten geordend, het overtollig papier is versnipperd en weggeworpen. Ook vogel Koos heeft een nogal grote bak met vers voer gekregen. Hoewel er altijd nog een plek in een huis moet zijn, vind ik, die je liever niet aan anderen laat zien. Een ruimte waar stofapen bungelen en vieze vlokken zich onder het bed verzamelen. Zodat je hand altijd nog ergens gewenst is, en de schaamte een eigen plaats heeft.

Ik blijk de fotograaf verward te hebben met een ander. Dit is een aardige man met een baardje, die – als ik twijfel of ik mijn pinpas wel bij me heb – ook nog bereid is me geld te lenen. Binnen 1 minuut heb ik mijn recente leed bij hem neergelegd. ,,Ach'', zegt hij. ,,Wat naar. Ja, ik weet wat het is. Ik praat nog elke dag even met mijn vader.''

We dalen af naar de werf aan de gracht, waar ik ga zitten op een op zijn kant gekeerde zwarte boot. Het licht is mooi, en het groen van het water een intens en helder groen. Na afloop vraagt hij of ik iets in een persoonlijk boekje van hem wil schrijven. Een soort poesiealbum voor volwassenen. ,,Twee pagina's hoor'', waarschuwt hij. ,,Anton Heyboer die ging maar door. Die heeft in zijn eentje bijna het hele boek vol gemaakt.'' Ik krijg een schoon wit velletje en kleurpotloden. Wat een lieve fotograaf is dit.

,,Hilarisch zijn ze, die vagina monologen'', zegt hij. ,,Mijn ex Jasperina speelt er ook in mee. En ook ontroerend. Vooral die orgasmes zijn leuk.''

,,Die moet ik ook doen'', zeg ik. Wat een lieve fotograaf is dit. Hij is wel wat ouder dan ik, maar dat ga ik nu natuurlijk krijgen, nu mijn vader dood is. Dat ik ze overal ga zoeken, de vaderfiguren.

Later die middag – het schemert al en ik loop met bloemen en een fles cognac naar huis – stapt B. ineens uit een witte auto. Hij ziet er fris, mooi en gezond uit, en gaat met me mee naar binnen alsof het nooit anders is geweest.

,,Dit was het enige dat ik er kon krijgen'', zegt hij, als na het uitpakken van de koffers en tassen de tafel vol staat met eendenvet en ganzenlever. ,,Meisje, ik heb naar van alles en nog wat gezocht, maar het was eendenvet en ganzenlever, ganzenlever en eendenvet wat de klok sloeg – het stond in bakken tot aan het plafond gestapeld. Het is daar in de Dordogne het antwoord op alles.''

Lieve lezer, er zou meer zinnigs te zeggen moeten zijn, over leven en liefde en dood, daar ben ik me van bewust, maar we hebben ons vrij zwijgzaam naast elkaar gelegd. Ziet u, het was mooi wit ganzenvet en ik was blij dat hij thuis was.

Nu mijn vader dood is, ga ik ze overal zoeken, de vaderfiguren