ESTHETICA... ...FILM... ...EN KOMISCHE BRIEF

De nieuw te benoemen hoogleraar Filosofie van Kunst en Cultuur zorgt bij Wijsbegeerte in Amsterdam voor commotie. Nummer één op de voordracht staat Paola Marrati. Ze is in Straatsburg gepromoveerd in de metafysica en werkt op dit moment als postdoc in Tilburg. Daarbij is ze de partner van Hent de Vries, in Amsterdam hoogleraar metafysica, directeur van het onderzoekinstituut voor Cultuuranalyse en als zodanig collega-proximus van de te verwerven hoogleraar. ``Nepotisme' bij filosofie', kopte Folia vorige week.

Stuit de voordracht van Paola Marrati bij een aantal hoofdstedelijke filosofen op weerstand, ook haar aanhangers roeren zich. Op 17 oktober stuurde Philippe Lacoue-Labarthe, hoogleraar te Straatsburg en Paola Marrati's promotor, een open brief naar decaan geesteswetenschappen Karel van der Toorn en College van Bestuur-voorzitter Sijbolt Noorda. In die brief toonden Lacoue en dertig medefilosofen (onder wie Jacques Derrida en Hilary Putman) zich verheugd over het unanieme besluit van de Amsterdamse benoemingscommissie om de competente Marrati voor te dragen als hoogleraar Filosofie van Kunst en Cultuur. Zulks in weerwil van de ``lastercampagne'' die haar, ondanks ``internationaal erkende competentie'', ten deel was gevallen.

Dr. Albert van der Schoot, docent esthetica en cultuurfilosofie (en wellicht een van de sollicitanten), hekelt de gevolgde procedure. ``We hebben het over de enige leerstoel esthetica van Nederland en dan is het toch zot dat er een selectiecommissie komt met niet één estheticus. Natuurlijk heeft de leerstoelgroep voor Kunst en Cultuur fel geprotesteerd. Als reactie hebben ze toen een taalfilosoof vervangen door een kunstsocioloog, maar die zat het merendeel van de tijd in Rome. Al die buitenstaanders hebben ons een vrouw in de maag gesplitst die wij helemaal niet kennen als estheticus. Haar enige boek gaat over metafysica.''

Overigens is het tegenwoordig in Amsterdam gebruikelijk om selectiecommissies niet vol te stoppen met specialisten. Ook Kees Vrieze, hoogleraar anorganische chemie, maakt er deel van uit. Bovendien is de samenstelling van de commissie aan randvoorwaarden gebonden, wat de manoeuvreerruimte beperkt. Volgens decaan Van der Toorn heeft een breed samengestelde commissie het voordeel dat niet alleen vakinhoudelijke kennis van de sollicitanten wordt beoordeeld, maar ook zaken als leiderschap en sociale vaardigheden.

...FILM...

Voorzitter van de (eerdere) profielcommissie was Hent de Vries. In die functie heeft hij de profielschets die er nog lag voor de vorige hoogleraar Kunst en Cultuur (Van Nierop) licht aangepast. De antropologische component verdween, om plaats te maken voor aandacht voor `nieuwe media'. ``Film werd opeens een paar keer genoemd,'' zegt Van der Schoot, zelf gepromoveerd op de Gulden Snede, ``en film is de tak van kunst waarmee Marrati zich na het schrijven van haar boek enigszins mee is gaan bezighouden.''

Van der Toorn stelt daar tegenover dat gezien De Vries' positie ten opzichte van de leerstoel Kunst en Cultuur, als collega en als directeur van het onderzoekinstituut, zijn betrokkenheid bij de totstandkoming van het conceptprofiel ``volstrekt regulier'' is. Dat geldt ook voor De Vries' aanvankelijke lidmaatschap van de selectiecommissie. Toen bleek dat Marrati had gesolliciteerd, aldus Van der Toorn, heeft De Vries de andere leden van de selectiecommissie ``schriftelijk commentaar'' op de overige 22 sollicitanten gegeven en geen enkele vergadering bijgewoond. Dat commentaar, aldus de decaan, had de status van ``suggestie, niet van stem in de besluitvorming.'' Toen bleek dat Marrati was geselecteerd voor de tweede ronde is Hent de Vries in de commissie vervangen. Alles met de goedkeuring van het College van Bestuur.

De selectiecommissie liet in september twee sollicitanten een proefcollege geven: Caroline van Eck van de Vrije Universiteit en Paola Marrati. Van der Schoot: ``Na afloop waren de meesten, en zeker de hoogleraren filosofie, het erover eens dat Van Ecks college geslaagder was dan dat van Marrati. Ik verwachtte zonder meer dat zij zou worden voorgedragen. Tot mijn verbazing blijkt het Marrati te zijn.''

Het is nu aan de decaan om bij de vaste commissie voor hoogleraarbenoemingen van de faculteit geesteswetenschappen en bij zusterfaculteiten in het land advies in te winnen. Daarna moet het College van Bestuur de knoop doorhakken. ``Ik ga er vanuit dat Van der Toorn bij ons zijn licht zal opsteken,'' zegt Van der Schoot. ``Het is volstrekt duidelijk dat binnen de leerstoelgroep Kunst en Cultuur niemand op mevrouw Marrati zit te wachten. Het beste lijkt me een capabele commissie de sollicitatiebrieven opnieuw te laten lezen. Helemaal opnieuw beginnen zou natuurlijk een blamage zijn.''

Afgelopen woensdag was er een gesprek tussen Frans Jacobs, voorzitter van de selectiecommissie, en de Amsterdamse afdeling Wijsbegeerte. Van der Toorn moet nog besluiten of hij naar aanleiding hiervan reden ziet om met de leerstoelgroep Kunst en Cultuur te gaan praten.

...EN KOMISCHE BRIEF

``Buitengewoon komisch'', beoordeelt Van der Schoot de brief uit Straatsburg van Lacoue en consorten. ``Het gekke is dat wij als leerstoelgroep nog niets gehoord hebben over een voordracht, op een moment dat de vlag in Straatsburg al uit gaat. Die mensen horen dat helemaal niet te weten. Hoe zit dat? Welnu, als je de namen van de ondertekenaars ziet kan je niet anders dan vaststellen dat hier het netwerk van professor Hent de Vries staat opgesomd. Brief of geen brief, ik vertrouw erop dat het gezonde verstand van decaan Van der Toorn zal zegevieren.''

Van der Toorn vindt de actie uit Straatsburg ``een merkwaardige figuur, maar helaas niet ongebruikelijk''. ``Uit beleefdheid en eigenbelang zou ik zoiets als kandidaat niet doen, je kunt beter niet zelf partij zijn. Ik zou mijzelf stil houden.''

Hent de Vries ten slotte: ``U kunt zich voorstellen dat ik er een duidelijk mening over heb, maar ik geef geen commentaar. Dat heb ik zo afgesproken.''

    • Dirk van Delft