`Een forse bijdrage'

`De VS zijn bereid tot overleg en consultatie', meent minister Van Aartsen (Buitenlandse zaken). Althans met landen als Nederland, die bereid zijn meer dan `papieren solidariteit' te betrachten.

,,Het is een substantiële, forse bijdrage die Nederland levert'', meent minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken), kort nadat hij, naast premier Kok en minister De Grave (Defensie), heeft aangekondigd dat Nederland maximaal 1.400 militairen levert aan de bestrijding van het internationaal terrorisme onder Amerikaanse leiding.

De bijdrage is ook `naar rato' fors, vindt Van Aartsen. Duitsland draagt ruim drie keer zoveel militairen bij als Nederland, maar heeft vijf keer zoveel inwoners.

Nederland kan zich dus laten zien?Van Aartsen: ,,Het is belangrijk dat we in de richting van de VS laten merken dat Nederland, net als de Europese Unie en de NAVO, het niet laat bij mooie, solidaire verklaringen, maar dat we ook een solide partner zijn die de daad bij het woord voegt.''

De Nederlandse toezeggingen komen op een moment dat veel Nederlanders zijn gaan twijfelen aan de zin van de strijd in Afghanistan.

,,Wij voelen in Nederland misschien niet van dag tot dag dat wij in gevaar zijn, zoals de Amerikanen. Daar is men echt gewond door wat er op 11 september is gebeurd. Het blijft van belang om te zeggen dat wat er gebeurd is niet alleen een zaak van de VS is, maar dat het gaat om ook onze way of life.

,,Het is niet een kwestie van `de VS vragen het, dus we gaan maar'. We leveren heel concreet een bijdrage aan onze eigen verdediging tegen Al Qaeda en andere terroristische organisaties. Wat dat betreft is er in de afgelopen twee maanden niets veranderd. Niet meedoen, zou Nederland kwetsbaar maken. We moeten voorkomen dat onze positie dermate wordt verzwakt, dat we zelf het slachtoffer van terreur kunnen worden''.

Geeft het aanbod van Den Haag Nederland mogelijkheden de besluitvorming rond de oorlog te beïnvloeden?

,,In zoverre het komt tot een daadwerkelijke militaire inzet. De VS realiseren zich heel goed welke landen in Europa – Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië – zich bereid hebben verklaard tot een mogelijke militaire bijdrage. De VS staan open voor overleg en consultatie. Die andere landen zijn wat dat betreft niet verder dan wij. Alleen de Britten die nu al een flankerende rol spelen, weten meer en informeren de andere Europese landen daarover. Ook de elf landen, waaronder Nederland, die deelnemen aan het militair overleg in Tampa, verkeren thans al in een bijzondere positie. Nederland verkeert nu duidelijk in een andere positie dan landen die slechts hun solidariteit hebben uitgesproken. Maar de regie blijft in Washington''.

    • Raymond van den Boogaard