Drie meesters van het magere cabaret

Hoewel de cabaretiers van het trio Rooyackers, Kamps & Kamps pas aan hun tweede programma toe zijn, hebben ze nu reeds hun show volgestopt met blijken van heldenverering die doorgaans voor popsterren zijn weggelegd. Het publiek moet eindeloos hun namen scanderen, ze richten hun eigen fanclub op, ze organiseren de eerste `Rooyackers, Kamps & Kamps Lookalike Wedstrijd'. In een séance roepen ze de Grote Drie van het cabaret op, ,,Toon Wim Wim! Toon Wim Wim!'', die postuum hun zegen geven aan deze nieuwe Grote Drie. Als Messiassen geven ze vervolgens hun lichamen aan de mensheid, getranssubstantieerd in halfjes wittebrood die de zaal in worden geworpen.

De zelfverklaarde heldenstatus vloekt grappig bij het werkelijke imago van de schriele, vaal geklede jongens met hun smurfenstemmen. De drie cultiveren graag hun technische onbegaafdheid en zijn meesters van het magere cabaret: magere teksten, magere sketches die te lang doorzeuren, magere grappen. Echt scherp of gevaarlijk zijn ze ook niet, het blijft vrijblijvend en gemoedelijk. De genoemde séance en het brood smijten zijn goede nummers. En ook een lofzang op het met zijn drieën zijn, is geslaagd. Op muziek van Bob Dorough (Three is the Magic Number) beelden ze activiteiten uit – stoelendansen, iemand op het kruis spijkeren – die niet kunnen zonder derde man. Maar daarmee zijn alle goede grappen wel genoemd.

Het idee om als toegift de bloopers uit het programma na te spelen, is beter dan de uitwerking ervan, wat voor veel nummers geldt. Voor de rest is de show gevuld met een even merkwaardig als onzinnig verhaallijntje over een parallel, dreigend publiek dat áchter de op het podium opgestelde bank zou zitten. Iets héél raars bedenken levert niet per definitie iets goeds en grappigs op.

Voorstelling: Rooyackers, Kamps & Kamps 2. Gezien: 5/11 in De Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 1/6. Inl. (020) 616 4004 of www. rooyackerskampsenkamps.nl.