`De politie is te lief geweest'

Er is veel kritiek op de politie. Het is onveilig op straat. En aangiftes blijven massaal liggen, klaagden politici vorige week. Hoofdcommissaris Bé Lutken van Rotterdam kaatst de bal terug bij zijn vertrek. `Natuurlijk moeten die rare kernteam-bultjes weg.'

Bé Lutken was 56 jaar en korpschef van Midden- en West-Brabant. Een regio waarmee hij, een geboren Drent, vergroeid was geraakt. Grote ambities had hij niet meer. Met deze baan, gecombineerd met het voorzitterschap van de Raad van Hoofdcommissarissen waarvoor hij even eerder was gevraagd, zou hij zijn lange politiecarrière afsluiten. Het liep anders. In de zomer van 1997 werd hij dringend verzocht de overstap naar het korps Rotterdam-Rijnmond te maken.

Lutken trof een korps in mineur. De sfeer was verziekt, de politie vermoeid en gedemoraliseerd. Aan Lutken de taak om orde op zaken te stellen.

In zijn vorige functie had hij zich laten kennen als een man met geduld en bedachtzaamheid, precies die eigenschappen waaraan het zijn voorganger, oud-generaal Brinkman, had ontbroken. Binnen een paar maanden slaagde Lutken erin de verhitte gemoederen binnen het Rotterdamse korps en de vakbonden te sussen.

Om Rotterdam op orde te krijgen was meer nodig. Meer ook dan de politie aankon, besefte Lutken, die volgende week met pensioen gaat. ,,Alle problemen overziend, van drugs via geweld tot de bijna onbeheersbare sociaal-maatschappelijke ellende, kwamen we tot de conclusie dat de politie het niet alleen aan zou kunnen. We hadden partners nodig, alleen zo maakten we kans de stad leefbaarder en veiliger te maken.''

Vier jaar lang liep hij zich het vuur uit de sloffen om de stad rijp te maken voor een breed ofwel integraal veiligheidsoffensief. We moeten niet alleen de politie, maar álle gemeentelijke diensten mobiliseren, zegt de hoofdcommissaris. ,,Gecombineerd met een nadrukkelijker aanwezigheid op straat van de politie, een strakkere handhaving en ongeveer negenhonderd man erbij, moet het ons lukken om het publieke domein terug te veroveren.''

Tijdens het debat over de politiebegroting afgelopen week, was er forse kritiek op het functioneren van de politie. Aangiftes blijven massaal liggen. De bereikbaarheid is slecht. Wat vindt u van deze kritiek?

,,Iedereen, en zeker de Tweede Kamer, weet dat we veel zaken moeten laten liggen. De criminaliteit en het aantal aangiften is de afgelopen jaren gestegen. En we hebben een grote hoeveelheid sociaal-maatschappelijke ellende op ons bord gekregen: daklozen, illegalen, psychiatrische patiënten. De uitbreiding van onze capaciteit staat daar niet mee in verhouding. Bij de kabinetsformatie van Paars 1, in 1994, heeft de Raad van Hoofdcommissarissen aangedrongen op tienduizend man extra. Dat zijn er uiteindelijk tweeduizend geworden. Dus de achtduizend man extra waarover nu wordt gesproken hadden we eigenlijk acht jaar geleden al moeten hebben. Men weet precies wat er aan de hand is. Wij, maar ook de rechtbanken, kunnen niet meer aan dan wat we nu doen.''

Wat betekent dat in de praktijk?

,,In district-Centrum hadden we op een gegeven moment zoveel aangiften van winkeldiefstallen dat het hele justitiële apparaat verstopt dreigde te raken. De rechter verzocht ons met klem deze zaken niet meer voor te brengen. Daarom gingen wij naar de winkeliers met de boodschap: als jullie een dief in de kraag grijpen dan moeten jullie dat voortaan zelf afhandelen. De winkelier belt niet de politie maar geeft de dief de keuze: de spullen teruggeven of betalen. Mits er natuurlijk geen sprake was van geweld of recidive.

,,De hele Kamer schreeuwde moord en brand. Hoe we het in ons hoofd haalden om strafrechtelijke vergrijpen civielrechtelijk af te handelen. Ik kan daar alleen maar om lachen. De Tweede Kamer is alleen geïnteresseerd in incidenten, waarover dan vervolgens schandaal wordt gesproken. In de antwoorden zijn politici niet geïntereseerd. Het ontwikkelen van beleid blijft uit.

,,Wij zijn veel te loyaal en te lief geweest de afgelopen jaren. Alles wat op ons afkwam hebben we geprobeerd zo goed mogelijk te doen. Om ons dan nu te verwijten dat we er een zooitje van hebben gemaakt, vind ik weinig chic.''

Te lief en te loyaal, zegt u. Wat had u dan willen doen. Staken?

,,Nee, maar we hadden wel veel duidelijker moeten maken dat wat van ons wordt gevraagd niet mogelijk is met de huidige capaciteit. Tien jaar geleden was Nederland een land met weinig politie in verhouding tot de ons omringende landen. Daar waren we trots op. Kijk eens, hoe goed onze sociale controle werkt en hoe fantastisch we in goed onderling overleg onze zaken weten te regelen. Op de tram en in de metro werden de conducteurs afgeschaft.

,,De sociale controle is minder geworden, terwijl de capaciteit van de politie nauwelijks is gegroeid. In diezelfde tram en metro loopt het nu regelmatig uit de hand. En wat zegt men dan? Politie, doe eens wat. Asielzoekers krijgen geld en worden verder aan hun lot overgelaten. Uiteraard vestigen ze zich in de Randstad en doordat zij geen kant uitkunnen komen ze regelmatig in contact met de politie. Kunnen wij dat weer oplossen. In diezelfde Randstad, en vooral in Rotterdam-Rijnmond, is een brede stroom uiterst gewelddadige lieden uit de Antillen neergestreken. Niet de politiek, maar wij draaien op voor de gevolgen. Rellen rond de voetbalstadions? Politie, waar ben je?

,,Begrijp me goed, wij willen deze zaken best aanpakken. Maar dan zullen we andere taken moeten afstoten. Wat we hadden moeten zeggen is: `Beste Tweede Kamer, zoveel uren mankracht hebben wij tot onze beschikking. Kiest ú maar'.''

In een recent rapport van het Instituut voor Criminaliteitsbeheersing en Recherchekunde wordt de vloer aangeveegd met de recherche, die een gebrek aan professionaliteit, deskundigheid en durf wordt verweten. Ook weinig chic?

,,Ik ben het volstrekt niet eens met die kritiek. We kunnen concurreren met alles en iedereen in het buitenland. Van alle zware zaken die we aanpakken eindigt 95 procent met een veroordeling en een bekende dader. Het gaat dan om ernstige geweldsdelicten. Daar ligt, samen met de jeugdcriminaliteit, onze prioriteit. Dat betekent dat we iemand die fors in elkaar is geslagen moeten teleurstellen omdat zwaardere zaken prioriteit hebben. Maar ook dat bijvoorbeeld afrekeningen binnen het criminele circuit op een laag pitje staan.

,,Ik vind wel dat de opsporing efficiënter kan. Een collega heeft eens berekend dat een rechercheur sinds de verscherping van de opsporingsregels, een gevolg van de IRT-affaire, twintig procent van zijn tijd kwijt is aan administratieve rompslomp zoals bijvoorbeeld het aanvragen van bijzondere opsporingsmethoden en het invullen van processen-verbaal. Dat is een bureaucratie waar je niet goed van wordt.''

De minister wil duizend man extra voor de opsporing. Moeten die deel gaan uitmaken van een nog op te richten landelijk rechercheteam?

,,Het zou in ieder geval buitengewoon inefficiënt zijn om ze te plaatsen bij een van de zeven IRT-teams. Of bij de twee andere kernteams, de XTC-unit en het team voor de mensenhandel. Die teams hebben hun eigen mensen, vallen niet onder de regiokorpsen, en dat werkt niet. Het zijn organisatorische wangedrochten binnen de politie. Hou toch op met al die aparte structuren, die zijn nergens voor nodig.

,,Hoe het dan wel moet dan wel? Naar aanleiding van het rapport van oud-commissaris Van Riessen wordt daarover nu een discussie gevoerd. Ik denk dat de regiokorpsen alles moeten doen, inclusief de georganiseerde criminaliteit, wat binnen hun regio valt. Alleen voor de echt grote supranationale criminaliteit kun je ergens een aparte club neerzetten. Op voorwaarde dat er voor de Nederlandse politie een plek komt waar de informatie van alle korpsen, dus ook van die aparte club, met elkaar wordt vergeleken en weer wordt teruggestuurd naar de korpsen. Zo weet iedereen precies van elkaar wat we aan het doen zijn. En natuurlijk moeten die negen rare kernteam-bultjes dan meteen worden weggesaneerd.''

Volgens het recente rapport `Misdaad laat zich tegenhouden' zijn er nu vooral losse crimininele netwerken actief. Ze wisselen steeds van samenstelling en kunnen daarom het beste door middel van korte klappen worden aangepakt. Tegenhouden in plaats van opsporen. Is dat ook uw devies?

,,In Rotterdam-Rijnmond zijn ongeveer dertig van zulke, middelgrote misdaadgroepen. Ze vinden elkaar als er handel is. Daar zetten we nu een unit van zo'n zestig man op, die kort onderzoek doet, één à twee weken, en vervolgens een klap uitdeelt. Niet alleen om de groep op te rollen, maar gewoon om de boel te verzieken.

,,Daarnaast zijn er in onze regio nog dertig goed georganiseerde misdaadorganisaties actief. Professionele clubs in fraaie kantoren met juridische adviseurs, met mensen die zoeken naar investeringsmogelijkheden in de bovenwereld, maar ook met mensen die executies uitvoeren. Daar blijven we breed opgezette en langdurige onderzoeken naar doen om zo te proberen de top te pakken. Met de huidige capaciteit kunnen we er hooguit vijf à zes per jaar aanpakken. Tel uit je winst. Ook hierin moeten we dus een keuze maken. Daar hebben we critera voor ontwikkeld, zoals onder meer de kans dat opsporing succes heeft, de mate van gewelddadigheid en de maatschappelijke ellende die zo'n club veroorzaakt.''

Integraal veiligheidsbeleid noemt u als uw belangrijkste wapenfeit. Hoe voorkomt u dat de plannen smoren in de bureaucratie, zoals bij eerdere soortgelijke pogingen is gebeurd?

,,De vrijblijvendheid is eraf. Met elke gemeentelijke dienst, of het nu de Sociale Dienst, de GGD, Onderwijs of Bouw- en Woningtoezicht betreft, zijn afspraken gemaakt over hun bijdrage aan de veiligheid van de stad. Wekelijks wordt op het stadhuis bekeken of die afspraken ook worden nagekomen. In de zomer worden bovendien de directeuren van de gemeentelijke diensten bij elkaar geroepen in wat burgemeester Opstelten `een oploop' noemt. Ook daar wordt gekeken of ze zich aan de afspraken hebben gehouden. Natuurlijk zijn we er nog lang niet. Daarvoor is meer tijd en vooral meer personeel nodig. Maar we zijn wel zover dat elke gemeentelijke dienst bij haar besluiten en investeringen rekening houdt met de consequenties voor de veiligheid.''

En? Werkt het?

,,Gebleken is dat het vruchten afwerpt. In de Millinxbuurt bijvoorbeeld ging het fout op het moment dat de stadsvernieuwing stopte. Dat zal in Rotterdam nu niet meer gebeuren. Wanneer bedrijven, winkeliers, horeca en gemeentelijke diensten niet meewerken zijn al onze inspanningen namelijk zinloos. Iemand heeft ooit eens gezegd dat als politie en justitie eraan te pas moeten komen, het bestuur heeft gefaald. Die uitspraak, hoewel wat extreem gesteld, geeft de gedachte weer achter het integrale veiligheidsbeleid. Een straat met dichtgetimmerde panden moet worden opgeknapt, een wijk moet schoon zijn en de straten goed verlicht. Huisjesmelkers dienen stevig aangepakt te worden, scholen moeten zorgen voor een goede naschoolse opvang en een strenge controle op verzuim. Wij willen wildplassers best bekeuren, maar dat heeft alleen zin als de horeca eerst gezorgd heeft voor voldoende toiletruimte. Wanneer bij een havenbedrijf altijd dezelfde portier op dezelfde tijd achter de balie zit, kun je er donder op zeggen dat op een avond iemand naast hem in de kroeg gaat zitten en hem geld aanbiedt om een oogje dicht te knijpen. Dat nu en nog veel meer is opgenomen in het vijfjarig veiligheidsplan. Het is een stadsbreed offensief tegen de onveiligheid.''

Welke rol speelt de politie zelf in deze plannen?

,,Die is duidelijk. Wij zullen ervoor zorgen dat we zo massaal mogelijk aanwezig zijn op straat en in de buurten. Standvastig en consequent zullen we toezicht houden en de openbare orde handhaven. Waar nodig zullen we de diep de wijken ingaan, zoals dat bijvoorbeeld in de Millinxbuurt en op de Strevelsweg op Zuid is gebeurd. Met een brede club mensen zijn we deur voor deur de Strevelsweg afgegaan toen het daar uit de hand dreigde te lopen. We zijn ons wild geschrokken van de sociale misère die we aantroffen, maar het resultaat van onze actie was onmiddellijk zichtbaar. De criminaliteit en overlast zijn afgenomen en de burgers pikken de draad weer op.

,,Jarenlang zijn wij – samenleving en politie – te tolerant geweest. Met als gevolg dat het in het publiek domein totaal uit de hand is gelopen. Terug de straat op, betekent ook terug naar waarden en normen. Op scholen, in gezinnen, in de politiek en zeker bij de politie. De tijd van gedogen is voorbij. In Rotterdam-Rijnmond is dat inmiddels tot in alle lagen van de stad doorgedrongen, nu in Den Haag nog. Ik moet helaas constateren dat, hoewel veiligheid voor iedereen veiligheid prioriteit nummer één is, nog lang niet alle departementen hun beleid daarop afstemmen. Al twee jaar roep ik dat naast een beleidsplan Nederlandse Politie het ook de hoogste tijd dat alle departementen een veiligheidsplan maken. Door elf september is dat nu eindelijk op de agenda geplaatst.''

Er zullen groepen blijven voor wie deze aanpak, hoe goed bedoeld ook, geen effect sorteert. Zo neemt bijvoorbeeld de straatroof weer toe in het centrum van Rotterdam. Wat wilt u daartegen doen?

,,In de regio veroorzaakt een groep van zo'n duizend jongeren, veelal Antillianen, een stel Marokkanen en wat autochtonen, een hoop overlast, waaronder straatroof en gewapende overvallen. Als we ze oppakken krijgen ze een persoonlijke aanpak. We gaan met een aantal gemeentelijke diensten en het Openbaar Ministerie rond de tafel zitten en van geval tot geval bekijken welke dienst het meest in aanmerking komt voor een verdere aanpak. De ene keer zal dat het sociaal-maatschappelijk werk zijn, de andere keer het RIAGG of een schoolbegeleidingsdienst. We kunnen ze ook plaatsen in een omgeving als die van Glenn Mills, een tuchtschool op de Veluwe naar Amerikaanse voorbeeld. Dat wil zeggen: drillen, maar daarnaast ook opleiden en bemiddelen bij werk.

Vervolgens zal er een groep van zo'n twee-, driehonderd veelplegers overblijven, onder wie een kern van illegalen, die niks wil en waar wij niks mee kunnen. De politiek heeft dit probleem op ons bord geschoven, om er zo zelf vanaf te zijn. Maar ook dit weer is geen politie-probleem, maar een maatschappelijk probleem. En wel van een omvang dat het de hoogste tijd wordt voor een brede maatschappelijke discussie.''

    • Gert Hage