De pijn van het tekort

Er gaan meer leraren weg dan er bijkomen. Nu kun je proberen die uitstroom af te remmen. Scholen doen dat ook. Zo laten ze oudere leraren die minder zijn gaan werken, extra uren lesgeven. Dat schijnt voor betrokkenen een lucratieve zaak te zijn, maar een echte oplossing is dit natuurlijk niet, het gaat om peanuts.

Een andere remedie zou zijn de vervroegde pensionering minder aantrekkelijk te maken. Ook dat helpt weinig want: gezien de toch al overvloedige burn-out, zou het de druk op alternatieven als ziekte en afkeuring alleen maar verhogen.

Meer leraren in de opleidingen? Zou zeker helpen, maar dan moeten de studenten daar wel voor kiezen en daarvan is voorlopig geen sprake.

Wat we ook allemaal bedenken, een ding is duidelijk, we moeten proberen te voorkomen dat leraren uit onvrede het onderwijs na korte tijd verlaten. Dit nu schijnt steeds vaker te gebeuren. In het basisonderwijs vertrekt binnen vijf jaar ruim een derde. In het voortgezet onderwijs zal dat cijfer zeker niet lager liggen. Hoe die vroegtijdige uitstroom te verklaren?

Terwijl het overal gewoon is dat nieuwe medewerkers de tijd krijgen om zich in te werken in de nieuwe organisatie wordt een leraar geacht vanaf de eerste werkdag net zo productief te zijn als een ervaren collega. Het ministerie trompettert de lof van de uitstekende beginsalarissen, maar vergeet voor het gemak dat voor een beginnende leraar een hele baan nauwelijks te doen is. Dus kiezen de meesten voor een gedeeltelijke baan en betalen daarmee hun eigen inwerkperiode.

Een andere oorzaak betreft het soort van scholen waar beginners op zijn aangewezen. Veel leraren zijn ooit, toen de banen schaars waren, komen werken op een school ver van huis. Of op een school die ze niet prettig vonden, vanwege de leerlingen, of de collega's, of de leiding, of te christelijk of juist het tegendeel. Nu sprake is van een tekort, grijpen velen de mogelijkheid aan om dergelijke mismatchen te herstellen.

Ook ontvluchten veel leraren hun school in de stad, omdat de weg ernaar toe raakt dichtgeslibd. Of vanwege de parkeerheffing. Het gevolg van dit alles is een interne personele verschuiving binnen de sector onderwijs richting aantrekkelijke scholen. Nu weet ik ook wel dat smaken verschillen, dat niet iedereen voor dezelfde school kiest, maar aan de andere kant lijken smaken toch zo veel op elkaar dat sommige scholen gemakkelijk personeel kunnen vinden en andere nauwelijks. Het gevolg is dat de onervaren, beginnende leraar als extra handicap terechtkomt op een moeilijke, onaantrekkelijke school. Dit draagt ertoe bij dat veel jonge leraren binnen enkele jaren afhaken.

Voor het voortgezet onderwijs geldt in de regel hoe hoger het onderwijsniveau des te aantrekkelijker het is er te werken. Wie het voor het uitkiezen heeft, verkiest het vwo boven de havo, en dat weer boven mavo of vmbo. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar grosso modo valt hier weinig op af te dingen.

Hoge vrijwillige bijdragen bewerkstelligen een tweedeling in het basisonderwijs. Diezelfde tweedeling zet zich straks voort in het voortgezet onderwijs, maar dan niet op grond van geld, maar op grond van de aantrekkelijkheid om er te werken.

Kortom, de pijn van het tekort doet zich vooral gevoelen op scholen met zwakke leerlingen in de grote steden. Die lijden onder veel lesuitval, veel onbevoegde leraren. Slecht onderwijs voor de sociaal en intellectueel allerzwaksten. Onontkoombaar gaan we die kant op. En omdat u en ik daar geen last van hebben, wordt er niets aan gedaan.

prick@nrc.nl

    • Leo Prick