Bromsnors dilemma

De wet die beleggingsfondsen controleert (Wtb) bestaat ruim tien jaar. Daarom hield De Nederlandsche Bank (DNB), die deze wet uitvoert, dinsdag een conferentie met sprekers uit diverse geledingen. Zo'n wet, en de strenge uitvoering ervan, is heel belangrijk, want inmiddels hebben miljoenen mensen (en ook bedrijven) vele miljarden guldens toevertrouwd aan honderden fondsen. Het zijn allang niet meer de pioniers ABN Amro en Robeco die optreden als collectieve vermogensbeheerders.

Het gaat bij het toezicht niet alleen om beleggingsfondsen, maar eerder om het reilen en zeilen in de hele financiële wereld. Vandaar dat er naast DNB (banken, beleggingsfondsen), de PVK (pensioenfondsen en verzekeraars) en de STE (effecten) actief zijn. En ook de SER voor assurantietussenpersonen, maar in mindere mate.

Dat leger bromsnorren komt niet uit de lucht vallen. Je moet de groei zien als een gevolg van de alsmaar stijgende welvaart in de afgelopen tien tot vijftien jaar. Miljoenen mensen bezitten nu vermogen (pensioen, eigen huis, levensverzekeringen, beleggingen, spaargeld) en verdienen meer dan ze kunnen opmaken.

Dan ontstaan er vanzelf twee lastige problemen. Je moet je bezittingen en inkomen beschermen tegen allerlei risico's, en je staat voor een keuze. Wat doe je met geld dat je over hebt, want de hele financiële wereld klampt zich aan jou vast met verleidelijke voorstellen. De risico's en het keuzeprobleem zijn logischerwijs de twee hoofdonderwerpen van het jonge fenomeen persoonlijke financiële planning (pfp), dat evenredig groeide met onze welvaart.

De bewoners van de financiële wereld weten wel raad met zoekende, onmondige consumenten en de wetgever begrijpt dat goed. Vandaar dat het toezichtstelsel in beweging is. Maar welke kant op? Hoe verander je een logge structuur gebaseerd op de starre verdeling banken, verzekeraars, pensioenfondsen, effecteninstellingen en beleggingsfondsen? Bijvoorbeeld door te kijken naar het buitenland. De VS, het VK en nu Australië. Uit die studie is een maand geleden een nieuwe opzet gerold. Het toezicht wordt in tweeën geknipt: men ziet toe op de soliditeit van banken, verzekeraars en andere bedrijven, en daarnaast op het gedrag van bedrijven, waarbij men gemakshalve de bescherming van consumenten indeelt. Een logische verdeling, maar het kan beter.

In de consumentenbescherming zit de zwakke plek van de opzet. Het is teveel van bovenaf. Effectief toezicht is een tweesporenbeleid: top down én bottom up. Toezicht van bovenaf zoals nu, soliditeit en gedrag, en opvoeding van de (particuliere) consument van onderaf. Dus een driedeling: soliditeit, gedrag en objectieve en vooral commercieel onafhankelijke voorlichting van (particuliere) consumenten. Maar wie moet de particulier weerbaar(der) maken? Niet eenmalig, maar voortdurend. Overheid, DNB, consumentenorganisaties, pers, scholen?

De overheid, althans het ministerie van Financiën, voelt daar niet echt voor. Men is bang te paternalistisch (bevoogdend) op te treden in iemands persoonlijke geldzaken. Dat bleek althans op de bankconferentie. Vindt de overheid dat op vergelijkbare terreinen (bescherming burgers) ook? Nee.

Kijk naar de stroom gratis brochures van ministeries en instellingen via Postbus 51, het informatieloket van de Rijksoverheid. Je kan het zo gek niet bedenken of de (lagere) overheid licht ons erover voor.

Even terzijde. Op internet staat zelfs een zogenaamde Postbus 51 campagne tegen Kerstpsychose: `Meedoen met kerstmis is niet verplicht.' Tip 1: bekeer u tot een godsdienst zonder kerstmis. Tip 2: laat je door niemand uitnodigen op 24, 25 of 26 december.

De overheid treedt bevoogdend op in de medische hoek, als het gaat om bijvoorbeeld medicijngebruik door burgers. Het terugdringen van roken, alcoholmisbruik en vuurwerk. Waarom dan niet als het onze financiële gezondheid betreft.

Maar de redenering lijkt te zijn dat controle volstaat om de consumenten te beschermen. In de openbare orde volgt men die redenering niet. Politie en justitie zien toe op het gedrag van (potentiële) criminelen, maar omdat men daarin tekortschiet, doet men tegelijkertijd veel aan misdaadpreventie, wat geen burger als bevoogdend ervaart.

De financiële bromsnorren staan dus voor dit dilemma: bescherm je mensen zoals op andere terreinen of laat je dit over aan anderen over. Liefst laat men dit aan anderen. Het is immers al moeilijk genoeg om het toezicht te reorganiseren en de op dat punt onwillige financiële wereld daarin mee te krijgen. Als je daarin ook nog eens miljoenen particulieren moet meenemen, dreigt de boel te verzanden. Vertrouw dus voorlopig op uw gezonde verstand.

Adriaan Hiele (hiele@nrc.nl) beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/geld.

    • Adriaan Hiele