BROEIKASEFFECT LEIDT TOT GENETISCHE AANPASSINGEN IN MUG

De in Amerika levende muggensoort Wyeomyia smithii heeft een voor evolutionaire begrippen razendsnelle genetische verandering ondergaan in reactie op klimaatveranderingen. In vergelijking met dertig jaar geleden verpopt de larve zich negen dagen later naar het inactieve winterstadium en profiteert zo van het later invallen van de winter. Dat concluderen de Amerikaanse evolutiebiologen William Bradshaw en Christina Holzapfel van de University of Oregon na 24 jaar onderzoek aan de muggensoort (Proceedings of the National Academy of Sciences, 6 nov.).

De Wyeomyia-mug reageert net als veel andere dieren en planten op de daglengte. Het daglichtritme is de `klok' die winterslaap, trek, ontwikkeling en voortplanting afstemt op het seizoen. De daglengteklok tikt natuurlijk gewoon in hetzelfde ritme door, maar door het langzaam opwarmen van de aarde is de afgelopen decennia het ritme van de seizoenen veranderd.

De daglengte waarbij insecten overgaan in hun winterstadium is sterk genetisch bepaald. Dat blijkt uit experimenten waarbij muggen van noordelijke en zuidelijke populaties (waar de winter later invalt) werden gekruist. Het nageslacht verpopte naar het winterstadium op een tijdstip dat ligt tussen dat van de noordelijke en zuidelijke populaties.

Wyeomyia smithii leeft in het oosten van Noord-Amerika, van noord-Canada tot aan de Golf van Mexico. Zijn larven groeien in de met water gevulde bladeren van een vleesetende moerasplant, de trompetbekerplant (Sarraccenia purpurea). Deze micro-leefomgeving is daardoor in het hele leefgebied tamelijk constant.

De onderzoekers onderzochten muggenlarven, verzameld van Florida tot Canada, uit de jaren 1972, 1988, 1993 en 1996. De larven werden in het laboratorium in hun favoriete leefomgeving (de trompetbekerplant) gevolgd en werden onderworpen aan verschillende daglichtregimes. Steeds bepaalden de onderzoekers de daglengte waarbij de larven zich gingen verpoppen.

Uit de resultaten blijkt dat muggenlarven de daglengte waarbij ze gaan verpoppen in de loop der tijd overal hebben verkort, maar het sterkst in het noorden. De kritische daglengte van muggen op 50 graden Noorderbreedte is bijvoorbeeld verschoven van 15 uur en 47 minuten in 1972 naar 15 uur en 11 minuten in 1996. Dat komt overeen met negen dagen later verpoppen in de herfst.

Niet alleen de muggen houden rekening met de warmere winters, vooral in noordelijke streken. Zo zijn Britse vogels tussen 1971 en 1995 bijna negen dagen eerder gaan broeden en legden Britse kikkers hun eieren in 1994 ongeveer tien dagen eerder dan zes jaar daarvoor.

    • Sander Voormolen