Brabantse kommen voor Zuid-Korea

Paul Bouw uit Geldrop leerde van een Koreaan oosterse keramiek maken. Sindsdien reizen zijn kommen naar het oosten. Voor een tentoonstelling in Seoul heeft hij vijftig nieuwe stukken gemaakt.

Een van de beste Russische wodka-merken schijnt in Nederland te worden gestookt. En die wordt dan vanuit Leeuwarden al jarenlang naar het oosten geëxporteerd. Die merkwaardigheden gebeuren.

Zo vervaardigt de Brabantse keramist Paul Bouw (47) sinds vorig jaar kommen in een veelheid van glazuurvarianten, die dienst doen bij de Zuid-Koreaanse theeceremonieën. In eigen land is hij maar in beperkte kring bekend, in Zuid-Korea daarentegen is hij een gewaardeerd beeldend kunstenaar, aan wiens werk lovende recensies worden gewijd. Vorig jaar werden op een tentoonstelling in de Tho-Art Gallery in Seoul al zijn kommen verkocht. In diezelfde galerie is nu opnieuw een expositie, waarvoor nieuwe stukken moesten worden gemaakt.

Bouw woont en werkt in een loodsencomplex tussen hoogoprijzend groen aan een verscholen zandweggetje buiten Geldrop. Atelier, opslagruimten en woonhuis zijn nauwelijks uit elkaar te houden. Belangrijk is vooral het ruime erf met de door hemzelf gebouwde ovens, manshoge bakstenen koepels met lange, metalen schoorstenen.

De keramist, die pottenbakker wil heten, werkt nog op de traditionele manier. Geen elektrische elementen, maar hout, heel veel hout, waarmee zo ongeveer vijf maal per jaar in de bakstenen omhulsels een vagevuur van ruim dertienhonderd graden Celsius wordt gestookt. Het bereiken van die temperatuur duurt een belangrijk deel van het etmaal met in de nacht het dramatische hoogtepunt. In een laatste krachtinsinspaning wordt dan naar de noodzakelijke 1.300 graden toegewerkt; de stalen schoorsteen staat dan als een roodgloeiende zuil in de nacht, bekroond door een metershoge blauwgele vlam.

Bouw probeert het helse proces zo te beheersen dat de temperaturen boven, onder en aan de achterkant van het koepelinterieur iets verschillen. Daarmee kan het verhardingsproces van de steengoedkommen iets worden bijgestuurd om de gewenste kleuren en patronen in de verhardende klei te branden. De receptuur van de klei is geheim. Hij gebruikt mengsels van Duitse, Franse en Nederlandse kleisoorten met steeds andere sporen in de mineralen. Maar ondanks alle pogingen tot beïnvloeding blijft het toeval de grote meester.

Pas na een dag of vier, vijf als de oven genoeg is afgekoeld om de voorwand te verwijderen, blijkt wat de hitte heeft gedaan. De laatste keer stonden er 154 kommen in de oven, op vuurvaste keramieken `planken'. Voor de tentoonstelling heeft hij vijftig exemplaren nodig. Tot Bouws intense opluchting kwamen er wat kleur, patronen en structuren betreft totaal verschillende unica te voorschijn. De onderste keramiekplank was doorgezakt en dat resulteerde in misbaksels. Maar sommige waren door hun bizarre vorm juist zó prachtig dat ze onmiddellijk aan de topstukken werden toegevoegd.

De kommen spelen in de theeceremonie van het Verre Oosten een principiële rol. De kom symboliseert samengevouwen mensenhanden; de mens is het enige wezen dat in zijn tegen elkaar gedrukte, hol gehouden handpalmen vocht kan verzamelen en het naar de mond kan brengen. Daarmee wordt levenskracht gesymboliseerd, een symboliek die op de kommen is overgegaan. Bovendien speelt keramiek in landen als China, Korea en Japan ook in culturele en religieuze zin een veel grotere rol dan in het westen.

Blijft de vraag waarom Bouws steengoed in Korea meer wordt gewaardeerd dan dat van veel plaatselijke kunstenaars. Hijzelf vermoedt dat dat te maken heeft met de invloeden die hij op zijn reizen door Afrika opdeed en die meespelen in al zijn werk, ook dat voor het verre Oosten. Bouw trok in zijn jeugd al snel uit Nederland weg, omdat volgens hem de keramiek hier niet voor vol wordt aangezien: ,,Ze vinden het een soort borduren''. Op zijn reizen kwam hij in Frankrijk in contact met de Koreaanse keramist Yang Seugho, een in eigen land bekende kunstenaar, die ook in Frankrijk en Zwitserland een atelier heeft. Bouw kon bij hem in Frankrijk komen werken en raakte in de oosterse kunst geïnteresseerd. Hij deed er een jaar of tien over om de specifieke keramiek uit dat deel van de wereld te doorgronden.

Eenmaal weer in Geldrop maakte hij twee jaar lang uitsluitend proefwerken, vele honderden pogingen voordat hij vertrouwd was met het toeval van het vagevuur. Een Japanse kunsthandelaar zag Bouws werk in Parijs en wist de Koreanen te interesseren. En zo kan het gebeuren dat wodka en kommen oostwaarts reizen.

Bouws galerie, de Tho-Art ligt in het Spiegelkwartier van Seoul, de wijk Insa-dong (118-2 Kwanhoon-dong, chongro-ga, Seoul, dag. 10-22 uur).

Inf. (040) 2855107.