Bijna heilig zonder te prikken

In Nederland kent niemand haar, maar Claudia Bokel – Nederlandse moeder, Duitse vader, geboren in Ter Apel – is een jonge vrouw waarmee jonge Duitsers zich identificeren. De 28-jarige schermster werd vorige maand wereldkampioen op degen. ,,Ik wilde beter worden. Dat kon alleen in Duitsland.''

Vervuld van trots stelt ze uiteindelijk voor een rondleiding door het Fechtinternat Bonn te geven. Kwiek en stijlvol neemt ze de koppositie. Zo beent ze de gangen door, de trappen op en af, de kamers in en uit, langs muren met affiches, foto's en krantenknipsels. ,,Kijk, een artikel over mij in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Kijk, een stukje in de Süddeutsche. En die foto, dat ben ik.'' De motoriek van het lange, ranke lichaam is veelzeggend: hier loopt onmiskenbaar een schermster, een wereldkampioene zelfs.

In elke gang en op elke trap wordt Claudia Bokel uitbundig begroet door een jongen of meisje in schermtenue. Bij een portrettengalerij houdt ze even stil. Hier hangen de vele olympisch- en wereldkampioenen die het internaat dan wel de schermclub OFC Bonn heeft voortgebracht. ,,Hier komt straks ook een foto van mij. Leuk hé?'' De spontaniteit spat van haar af. Ze straalt, ze geniet, een jonge vrouw die zo blij is als een kind met een wereldtitel – twee weken geleden in Nîmes veroverd.

Het wordt een indrukwekkende rondleiding. Na het internaat volgen de schermzalen. Eerst die van de floretschermers, dan die van de sabelschermers, tenslotte die van de degenschermers, waarin Claudia zich de laatste jaren het meest heeft uitgeleefd. In alle zalen zijn op z'n minst twintig jonge schermers in training, terwijl in de talrijke kleedkamers tientallen schermers zich nog klaar maken voor de gevechten. Hier worden schermers opgeleid tot wereld- en olympisch kampioen. In Duitsland zijn er drie van dergelijke internaten, want Duitsland is net als Italië, Frankrijk, Hongarije en Rusland een land waar schermen een belangrijke sport is en door de overheid wordt ondersteund.

Hier, in dit gebouwencomplex in het noorden van Bonn, werd Claudia Bokel als zestienjarig meisje door haar ouders alleen gelaten. Ze wilde het zelf, want ze wilde nog meer schermen dan ze al deed. Maar ver van Ter Apel, ver van haar clubje in het Groningse dorp waar ze zich met haar broer en zus door de schermsport liet verleiden, viel het haar niet licht temidden van vreemde Duitse jongens en meisjes te leven. Eenzaam en verlaten, maar voortgestuwd door een bijzondere ambitie om een uitzonderlijk goede schermster te worden, groeide de puber op in de voormalige Bundeshauptstadt.

Tijdens de rondgang roept ze de hulp in van een internaatmeisje. Ze wil laten zien hoe een meisjeskamer eruitziet. ,,Zo heb ik ook gewoond'', vertelt ze als ze een kamer toont waar temidden van knuffeldieren en posters met popsterren een bed staat. ,,Om de eenzaamheid te verdrijven schermde ik de hele dag. 's Morgens drie uur, 's middag een uur of twee, 's avond nog een uur. En tussendoor naar school hier in Bonn en huiswerk maken. Eens in de drie of vier weken naar huis, maar verder alleen maar schermen. In Nederland behoorde ik tot Jong Oranje, maar ik wilde beter worden. En dat kon alleen in Duitsland.''

Omdat haar vader Duits is en omdat de Bonner trainer Manfred Kaspar in Claudia Bokel een talent zag, werd ze op het internaat toegelaten. Het begrip natuurtalent is niet op haar van toepassing, beweert ze. ,,Kom nou, dat ik later tweemaal wereldkampioen bij de junioren ben geworden, heeft iedereen in Nederland verbaasd. Zo goed was ik niet. Ik ben gewoon fanatiek, ik wil slagen, ik wil de beste zijn. Als ik in Nederland was gebleven, was ik niet zo goed geworden. De concurrentie in Duitsland is veel groter. Die strijd, die uitdaging heeft me beter gemaakt, naast mijn wil om te trainen en beter te worden. Daarnaast hebben Duitsers toch meer ambitie om te winnen. Die mentaliteit ligt me wel. Misschien wel omdat mijn vader Duitser is.''

Terwijl huidige bewoners van het internaat de koektrommel in de ontspanningsruimte leegroven gaat Claudia's mobiele telefoon voortdurend af. Duitse televisie-omroepen willen haar hebben, de ene wil haar voor een interview, de andere verontschuldigt zich dat de verkiezing `Sportvrouw van het jaar' al is afgesloten en dat voor haar noodgedwongen een speciale prijs is verzonnen. In Duitsland wordt ze geëerd, in haar geboorteland Nederland kennen ze haar nauwelijks. Tijdens de huldigingsceremonie van het WK in Nîmes liet ze zich zelfs verleiden tot het meelispelen van het Duitse volkslied. Dus toch Duits? ,,Ja en nee. Toen ik bij de Olympische Spelen in Sydney al die Nederlanders zag, dacht ik: ik wou dat ik voor Nederland was uitgekomen.''

Ze studeert in Nederland. Na drie jaar internaat en middelbare school in Bonn, ging ze scheikunde studeren in Nijmegen, om enige distantie te bewaren tussen de hele dag schermen en het gewone leven. Scheikunde en sportvoeding (of doping) liggen dicht bij elkaar, zo bleek. Gaandeweg haar studie gingen sportbeoefening en middelen die prestatiebevorderend zijn in elkaar over. Bewust? ,,Je bent ermee bezig. Je neemt pillen, van ijzer tot vitaminen. En dan is er opeens nandrolon (spierversterkend middel, red.), waar veel sporters zich van bedienen. Ik wil weten hoe het zit. Daarom ga ik nu stage lopen in Keulen, bij het instituut voor biochemie. Daaraan is het dopingonderzoekslaboratorium verbonden, vroeger van professor Donike. Die toestanden over vervuilde voedingssupplementen wil ik analyseren. Ik wil daar weinig over zeggen. Maar duidelijk is dat er verhalen in omloop zijn die niet deugen. De een zegt dat het in de tandpasta zit, de ander in vitamines. Ik weet het niet. Nu sta ik in Duitsland bekend als Deutschlands hüpscheste Dopingfahnderinn, Duitslands leukste dopingjager.''

Ze moest eraan denken toen ze twee weken geleden in Nîmes na haar wereldtitel tijdens de dopingcontrole anderhalf uur op haar beurt zat te wachten. ,,Daar zit je en je kunt niet, want voor de wedstrijd ga ik naar de wc. En tijdens de wedstrijd zweet je je rot. Ik weet wat ik neem, mij kan niets gebeuren. Maar je hoeft maar iets te slikken wat oud en bedorven is, en je hangt.''

Bewust zijn van waarmee je bezig bent, het beste uit jezelf halen, niets aan het toeval overlaten, Claudia Bokel is er voortdurend mee bezig. ,,Weet je dat ik al een trainerslicentie heb en een scheidsrechterslicentie'', vraagt ze met een bijna voortdurende lach op haar gezicht. ,,Ik wil precies weten hoe het gaat, wat de beste strategie is en hoe de regels zijn. Iedereen weet dat van me. Hoofdsecondanten weten dat ik de regels ken. Ik sta er om bekend. Zo kon ik in de finale van het WK bij een twijfelgeval precies vertellen wat ik gedaan had en waarom ik recht op het punt had. Het was nota bene in Frankrijk tegen een Française die olympisch- en wereldkampioen was, maar ik kreeg gelijk.''

Daar in het colosseum van Nîmes, waar duizenden Fransen hun chauvinisme proberen te verenigen met hun kennis van de schermsport, hield Claudia Bokel stand tegen de grote Franse favoriete Claudia Fessel. Indrukwekkend was de zelfverzekerde manier waarop de Hollands-Duitse schermster zich in de kolkende arena weerde. ,,Ik had niets te verliezen'', zegt ze met een licht Gronings accent. ,,Wat moest ik anders dan niet aan verliezen denken? Ik had al zoveel verloren, ik had al zoveel geleden, nu moest het gebeuren. En vaak kun je in het voordeel zijn als je tegenstander de favoriet is en voor eigen publiek schermt. Ik was in mijn element, ik wil wel prikken als het moet.''

En dan was er de kritiek in Duitsland die haar prikkelde. Was ze met haar 28 jaar niet te oud? Zou ze het nog wel kunnen, na al het blessureleed, was ze het wel waard om afgevaardigd te worden? In Nederland wist niemand buiten haar vader en moeder dat er zoveel polemiek rond Claudia Bokel heerste. Wie in de gelegenheid is geweest om haar onlangs op de Duitse televisie te zien uitleggen hoe ze over haar discutabele positie dacht, heeft ervaren dat ze niet met zich laat sollen. ,,Ik weet wat ik wil, wie ik ben, en wat ik kan'', verklaart ze haar bitse optreden op de WDR, het station dat haar nu voordraagt tot `Beste sportvrouw van het westen van Duitsland'.

Ze was oud en versleten. Ja, wat wil je. Een jaar geleden werd ze getroffen door de ziekte van Pfeiffer. Dit jaar scheurde ze de banden van haar linkerenkel. Na zes weken was ze hersteld om vervolgens de banden van haar rechterenkel te scheuren. Vervolgens werd ze getroffen door een hernia, een paar weken voor het WK. Meer dan een jaar ellende. ,,Ik kon niet meer lopen, ik trainde niet meer, elke dag naar de fysiotherapie. Ik wilde stoppen. Ik was de wanhoop nabij. Ik had bijna alles gewonnen. Ik was wereldkampioen junioren geweest, Duits kampioen, ik was tweede geworden op het WK, ik was naar de Spelen geweest, helaas zonder succes, ik had het wereldbekerklassement gewonnen. Maar ik was nog nooit wereldkampioen geworden. Dat moest een keer lukken.''

Ach, ze had naar een sportpsycholoog kunnen gaan tijdens de depressies. Maar wat moest die vertellen wat ze al niet wist en wilde. Ze houdt niet van die tovenarij: ,,Ik ben een exacte vrouw.'' En ach, ze had kunnen stoppen. Maar dan was haar schermloopbaan volbracht zonder het grootste succes, de wereldtitel. Ze trainde, ze schermde, ze vocht, ze wilde volmaakt worden in haar sport. Waarom? ,,Omdat ik er plezier in had. Alleen dat. Verder niks.''

Als meisje was ze niet geïnteresseerd in De Drie Musketiers, ze keek niet naar zwaardvechters, ze was niet agressief. Gewoon, toen ze als tienjarige haar zus en broer achterna mocht naar de schermclub, raakte ze gefascineerd, bezeten bijna door de bewegingen en door de manier waarop je met een wapen kunt omgaan zonder je tegenstander vijandig tegemoet te treden, laat staan te verwonden.

,,Ik ben echt geen prikker'', riposteert ze. ,,Mijn handen zitten niet los. Ik ben geen type dat aanvalt. Maar ik wil wel winnen, ik wil wel de beste zijn als ik ergens aan begin.''

Ze is nu de Patin van de Bonner schermclub, ofwel de peetmoeder. Ze is de beschermvrouwe van de club waarvan de leiders zich hebben voorgenomen wereld- en olympisch kampioenen voort te brengen. Ze is al bijna heilig verklaard, gezien de manier waarop al die jonge schermers en schermsters haar dezer dagen in het internaat begroeten.

Claudia Bokel geniet van de aandacht als een kind dat waardering krijgt voor zijn goede rapportcijfers op school. ,,Ik heb er intens voor geknokt. Ik ben wereldkampioen. Dat is het mooiste wat er is. Het is al twee weken geleden en ik geniet er nog elke dag van. Als ik zie wat ik bij al die jongens en meisjes aan enthousiasme teweegbreng, ben ik gelukkig.''

    • Guus van Holland