Afrikaanse leiders verslaafd aan macht

De West-Afrikaanse staat Guinee effent morgen met een referendum de weg voor Lansana Conté om president te blijven zolang hij maar wil. Daarmee schaart hij zich bij al die andere Afrikaanse leiders die zich vastklampen aan de macht.

Spotprent in het weekblad Jeune Afrique. Zegt het ene Afrikaanse staatshoofd tegen de ander: ,,Ben jij al lid van de club?'' ,,Welke club?'', vraagt de ander. ,,Van de club van presidenten die al drie regeerperiodes aan de macht zijn'', antwoordt de een. Zegt de ander: ,,Regeerperiodes? Daar doe ik niet aan.''

Lansana Conté, president van de West-Afrikaanse staat Guinee, verlangt misschien nog wel eens terug naar de tijd dat regeerperiodes ook voor hem niet bestonden. Dat was in de jaren nadat hij in 1984 met een militaire staatsgreep aan de macht was gekomen. Zijn illustere voorganger, de overleden Ahmed Sekou Touré, had sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1958 ook nooit aan verkiezingen gedaan.

Maar binnen- en buitenlandse druk dwong hem tien jaar geleden zijn autoritaire bewind een schijn van legitimiteit te geven. Guinee kreeg een nieuwe grondwet en een meerpartijensysteem. De eerste verkiezing van Conté tot burgerpresident in 1993 ging gepaard met grootscheepse fraude en bloedvergeten, net zoals trouwens de tweede verkiezing in 1998. Maar Conté jubelde dat de democratie had gezegevierd, en veel Franse kranten zeiden hem dat na.

In het zicht van de volgende presidentsverkiezingen begint die democratie te knellen. Volgens de grondwet mag een president zich na twee termijnen niet meer herkiesbaar stellen. Hij mag ook niet ouder zijn dan 70 jaar.

Maar het land kan niet zonder Conté die volgens eigen zeggen ,,omstreeks 1934'' is geboren. Dat zegt tenminste zijn partij, de Partij voor Eenheid en Vooruitgang (PUP). Die organiseerde deze zomer spontane betogingen waar onderdanen hun president smeekten om toch aan te blijven. En Conté zwichtte voor die druk.

Maar de democratie moest natuurlijk gerespecteerd worden. Het volk zou het laatste woord krijgen. Een referendum moest beslissen of de grondwet zodanig aangepast zou worden dat Conté zich in 2003 opnieuw herkiesbaar kan stellen. En bij alle verkiezingen daarna.

Morgen wordt die volksraadpleging gehouden en het enige wat vaststaat is de uitkomst: ja. Waarover het volk zich precies moet uitspreken, is niet duidelijk. De exacte tekst van de grondwetswijzigingen heeft niemand gezien. Wel hebben diplomaten en journalisten een samenvatting gekregen.

De hoofdlijnen zijn bekend. Beperkingen van leeftijd en aantal regeerperiodes komen te vervallen. De regeerperiode wordt verlengd van vijf naar zeven jaar. De leden van het Hooggerechtshof, het enige staatsorgaan dat de president kan aanpakken, worden voortaan door de president benoemd.

De democratie krijgt met het referendum haar loop. Maar de democratie mag in het Guinee van Conté niet te ver worden doorgedreven. Demonstraties zijn al sinds 1993 verboden en de politie heeft de afgelopen week dan ook hard opgetreden tegen studentenprotesten die tegen het referendum waren gericht.

De kantoren van twee oppositiepartijen zijn vorige week zondag ,,uit voorzorg'' gesloten. De campagne van de oppositie die tot een boycot van het referendum heeft opgeroepen, wordt door de autoriteiten stelselmatig gesaboteerd. Guinee is bij mensenrechtenorganisaties berucht om zijn arrestaties, martelingen en verdwijningen.

De diplomatieke vertegenwoordigers van de Europese Unie en de G-7, de rijkste industrielanden, hebben donderdag in een ontmoeting met Conté nog eens gedreigd met stopzetting van de hulp als hij doorgaat met zijn ,,constitutionele staatsgreep'', zoals één van hen het referendum omschreef. Maar de president had al eerder verklaard dat een beslissing over de grondwet ,,alleen door het Guinese volk kan worden genomen en niet door buitenlanders of internationale instuten''. Hij gokt er kennelijk op dat de westerse donors hem uiteindelijk toch ongemoeid zullen laten, zoals ze ook in het verleden hebben gedaan. Omdat ze Guinee zien als buffer tegenover de instabiele buurlanden Sierra Leone en Liberia.

Conté volgt met zijn referendum het voorbeeld van de vele andere autoritaire Afrikaanse leiders die zich tooien met titels als `Redder van de Natie' en `Gids van het Volk', en die zich vastklampen aan de macht. Vaak zijn ze met geweld aan het bewind gekomen. Ze omringen zich met hielenlikkers. Arrogantie, corruptie, repressie en tribalisme kenmerken hun staatsapparaat.

Na de beëindiging van het kolonialisme heeft de democratie op het continent nooit wortel geschoten. Veel van de Afrikaanse landen hebben zich aan het eind van de Koude Oorlog wel tot het meerpartijensysteem bekend. Dat deden ze zelden uit overtuiging, en vaak uitsluitend in naam. Democratische instituties zijn in veel gevallen alleen maar façades voor willekeur en onbeperkte zeggenschap.

Op deze praktijk kende Afrika het afgelopen jaar ook twee gunstige uitzonderingen. In Senegal maakte president Abdoulaye Wade na een verkiezingsnederlaag op waardige wijze plaats na een bewind van twintig jaar. En in Ghana weerstond president Jerry Rawlings de verleiding om desnoods met geweld aan de macht te blijven, nadat hij zijn tweede en volgens de grondwet dus ook laatste termijn had uitgediend. Niet alle Afrikaanse leiders zien de democratie als een last.

    • Dick Wittenberg