Wakend oog tussen zwakke broeders

De pensioenfondsen lijden. Hun aandelenbeleggingen zijn een grote verliespost. Welke fondsen zitten in het geheime plastic mapje van toezichthouder Witteveen?

Aïda is hij niet, maar hij heeft, net als de meer dan mans hoge poster aan het Scheveningse Circustheater, wel een wakend oog. Sterker. Voorzitter D. Witteveen van de Pensioen- en Verzekeringskamer heeft er twee.

Hoeveel probleemgevallen zag hij gisteren in het theater, op de jaarlijkse bijeenkomst van pensioenfondsen die voor individuele ondernemingen werken? Hij mag het niet zeggen, gebonden als hij is aan zijn geheimhoudingsplicht.

Na afloop bladert hij, in een van de rood fluwelen loge-stoeltjes, even door een simpel plastic mapje. De geheime lijst. Hij houdt het dunne stapeltje dik betikte A-4-tjes zo ver mogelijk weg, zodat namen of andere details niet te lezen zijn. Links staan de namen, rechts staan grote blokken waarop, vertelt hij, onder meer de maatregelen staan die het fonds heeft beloofd te nemen.

De storm op de financiële markten heeft huisgehouden onder de pensioenfondsen. Een stuk of twintig hebben minder pensioenvermogen dan nodig is om aan hun toezeggingen te voldoen, 120 fondsen zitten in de gevarenzone, vertelt hij. Bijna een verdubbeling in een jaar tijd. Maar door het herstel op de beurs, zitten er nu al weer bijna 30 minder in de gevarenzône dan een paar weken gelden.

Bij de fondsen in de gevarenzoe is het pensioenvermogen nu minder dan 110 procent van hun pensioentoezeggingen. De grens van 110 procent, de zogeheten dekkingsgraad, is voor de PVK een kritische norm. Wie daaronder zakt kan in elk geval op een briefje, telefoontje of bezoekje van iemand uit Apeldoorn rekenen.

Het plastic mapje van Witteveen is de neerslag van een toezichtsbeleid dat steeds meer gespitst is op het zo vroeg mogelijk signaleren van zwakke broeders. Jaarlijks moeten pensioenfondsen hun financiële wel en wee uitgebreid aan de PVK rapporteren, elk kwartaal moeten zij ook hun beleggingsprestaties melden. ,,Wij concentreren ons op fondsen die onder een dekkingsgraad van 110 of 115 procent zitten'', legt Witteveen uit.

Net als voorzitter H. Thoman van de ondernemingspensioenfondsen waarschuwde Witteveen gisteren voor paniekerige reacties. Tegenover een totaal pensioenvermogen staat een bedrag van 760 miljard gulden aan pensioentoezeggingen. Dat komt neer op een dekkingsgraad van 120 procent, maar dat cijfer is een gemiddelde.

De trend van de cijfers stemt echter niet vrolijk. Eind 1999 was de dekkingsgraad 150 procent, vorig jaar was het 140 procent, nu is dat 120 procent. Dat laatste cijfer is overigens gebaseerd op een koersval van 30 procent op de aandelenmarkt, maar inmiddels is het iets minder erg.

Dat het zo hard kon gaan met het interen op de financiële buffers van de de pensioenfondsen komt hoofdzakelijk door de stijgende toezeggingen (hogere CAO's en inflatie) en door de verliezen op aandelen.

Pensioenfondsen zijn de afgelopen jaren, gesteund door een zonnig economisch klimaat, steeds meer in aandelen gaan beleggen. Dat moet op langere termijn een hoger rendement opleveren, maar gaf ook op korte termijn fijne effecten. De afglopen jaren kwamen lagere pensioenpremies en terugstortingen van overschotten door pensioenfondsen aan ondernemingen als manna uit de hemel.

Nu staat premieverhoging weer bovenaan de agenda van honderden pensioenfondsen. Om hun financiële positie te verbeteren. En dat net op het moment dat de economische groei afkalft en bedrijven geen kostenverhogingen, maar juist kostenverlagingen willen afdwingen.

Witteveen schat dat de fondsen met een vermogensprobleem nu ongeveer 200 miljoen gulden nodig hebben om de tekorten weg te werken. Maar voor de sector is dat eigenlijk nog maar het begin.

Witteveen ziet het liefst hoge buffers in de branche, die een koersval van aandelen van 30 à 35 procent kunnen opvangen zonder premieverhogingen. Over hoeveel dat gaat kosten houdt hij zich op de vlakte. Hoe dunner dat plastic mapje, hoe beter.

    • Menno Tamminga