Verlos het uit zijn lijden

De ellende is begonnen met Elco Brinkman. Als minister met cultuur in zijn portefeuille bedacht hij de term `topkunst'. Topkunst werd immers direct als zodanig herkend en het trok sponsors bij de vleet. Het sprak een groot, vooral niet vulgair, kapitaalkrachtig publiek aan. Topkunst schonk een evenement als het Holland Festival prestige. Allure! Grandeur! Internationale erkenning!

Deze minister is allang vervangen door een staatssecretaris van cultuur, met eigen hang-ups (jong en allochtoon zijn nu de sleutelwoorden), die natuurlijk weer net zo hartstochtelijk zijn omarmd in de beleidsplannen en subsidieaanvragen. Alleen het Holland Festival houdt vast aan `topkunst', dat fantoom van de jaren tachtig.

Afgelopen weekeinde trad het bestuur van het Holland Festival af, uit protest tegen het feit dat de staatssecretaris weigert het budget te vergroten zolang nader uitgewerkte plannen ontbreken voor een ,,heroverweging van inhoud en leiding'' van het Holland Festival.

Een algemeen protest galmde op. Autoriteiten op kunstgebied en een aantal Kamerleden benadrukten, zonder een woord te wijden aan de bedroevende kwaliteit van het Festival van de afgelopen jaren, hoe `prestigieus' het wel niet is en dat zulk prestige vooral niet verloren mag gaan. Veelbetekenend werd het budget van het Holland Festival vergeleken met de veel grotere budgetten van festivals in het buitenland. Edinburgh, bijvoorbeeld. Maar een festival in een artistiek gezien geïsoleerde stad als Edinburgh is niet te vergelijken met een festival in Amsterdam, waar het hele jaar door van alles te beleven is dat ook wordt ondersteund door gemeente en rijk.

Holland Festivaldirecteur Ivo van Hove klaagt dat hij geen `grote namen' kan betalen, `grote regisseurs, belangrijke opera's, grote internationale co-producties'. Wie dan? Van Hove noemde er vier: Peter Zadek, Ariane Mnouchkine, Luc Bondy en Pina Bausch.

Wat een afgang. Vraag de artistiek directeur van het Holland Festival naar zijn verlanglijst en hij noemt vier bewezen geweldenaren, die ook nog eens allemaal decennia geleden furore maakten. Waar? In Amsterdam, op het Holland Festival. Topkunst. Goed om mee te geuren, goed om Kamerleden en ministers te behagen. Niet meer dan een gegarandeerde aantekening van goed gedrag. Karakter krijgt het Holland Festival niet van zo'n gezicht van gisteren.

In Vijftig jaar Holland Festival - een Nederlands wonder van Jessica Voeten, is te lezen hoe het festival ontstond als reactie op de culturele kaalslag van de Tweede Wereldoorlog. Leonard Bernstein, Maria Callas, Herbert von Karajan werden naar Nederland gehaald. Toen zulke grootheden sowieso in Nederland kwamen optreden, trok het Holland Festival de consequentie. Het ging het zoeken bij tegendraadser kunstenaars als Stockhausen en Berio.

En nu? Ook nu is het bestaansrecht gelegen in een programmering die iets toevoegt wat er niet is. Zoeken, dus. Niet bij de gevestigde namen, daar is de wereld te klein voor geworden.

Het Holland Festival spartelt, het bijt en het brult, het is een dier in een strik. Maak het los en je hebt een kreupel beest; beter het uit zijn lijden te verlossen. Hef het Holland Festival op. Weg met die topkunst. Het leidt alleen tot de duurste en inhoudelijk gezien gemakkelijkste weg en als doorslaggevend festival-element is het achterhaald. Begin iets nieuws, zou ik zeggen, en smijt dat verstikkende oudbakken prestige in de Amstel.