Evelien Gans: een kritische en strijdbare historica

Evelien Gans Foto Vincent Mentzel

Ze wilde Joods zijn, ze had er haar ‘beroep’ van gemaakt, zei historica Evelien Gans. Volgens de Joodse wet was ze het niet: haar vader en drie grootouders waren Joods, haar moeder niet, of ‘half’. „Ik maak zelf uit wie ik ben”, zei ze tegen Vrij Nederland. „Het belangrijkste stuk van mijn Joodse identiteit bestaat uit mijn familiegeschiedenis en de Joodse geschiedenis en cultuur in het algemeen.”

Bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Evelien Gans overleed donderdag op 67-jarige leeftijd ‘na enkele maanden van depressie’, laat haar uitgever weten.

Gans was een strijdbare persoonlijkheid, die al in 1994 met haar essay Gojse nijd & joods narcisme. Over de verhouding tussen joden en niet-joden in Nederland voor veel opschudding zorgde. Ze verweet daarin de Joden narcisme en de Nederlanders afgunst op de Joden. „Ik begrijp nu nauwelijks nog dat ik het heb durven schrijven” zei ze in 2008 tegen NRC. „Maar het laat zien dat ik niet terugdeins voor heilige huisjes, je moet alle kanten opkijken.”

Ze uitte scherpe kritiek op historici die volgens haar een onjuist beeld schetsten van de verhouding tussen Joden en niet-Joden tijdens de bezetting, zoals Chris van der Heijden (Grijs verleden, 2001) en Bart van der Boom (Wij weten niets van hun lot, 2012).

Veel waardering kreeg ze voor haar biografie over vader en zoon Jaap en Ischa Meijer, waarvan het eerste deel in 2007 verscheen. Ze zou juist hebben willen beginnen aan het tweede deel.

    • Marjoleine de Vos