Trouwen in een apocalyptische nacht

Bekendheid dankt de Chileen Antonio Skármeta (1940) vooral aan zijn roman De postbode die hij zelf bewerkte tot de Oscar-winnende film Il Postino. Hij viel al vaker in de prijzen en de recente toekenning van de Prix Médicis voor de beste in het Frans vertaalde roman is begrijpelijk maar zeker ook een behoudende keuze van de jury. De bruiloft van de dichter is een roman die veel stijlregisters opentrekt en smakelijke thema's opdist zodat een ieder zich eraan kan laven. Dat Skármeta's weldadige vertelkunst schaadt kun je allerminst beweren, maar de rijkdom aan thema's en stijlen, het tempo en de humor maskeren een tekort aan psychologische diepgang en subtiliteit.

De bruiloft van de dichter is een folkloristische roman waarin volkse druivenboeren op het door God en alle heiligen verlaten eiland Gema uit hun armoede opgeschrikt worden door de komst van de rijke bankierszoon Hieronymus Franck. Deze vijftigjarige Oostenrijker krijgt onterecht de bijnaam `dichter' en schaakt het mooiste meisje van het fictieve Adriatische eiland, Alia Emar. De feestavond van de bruiloft loopt uit op een apocalyptische nacht waarin alle door Skármeta zo zorgvuldig opgebouwde dreiging werkelijkheid wordt. De Oostenrijkse vloot is, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, uitgerukt om wraak te nemen op een moorddadige onafhankelijkheidsactie van tien jonge eilandbewoners, onder wie Stefano Coppeta, de grote liefde van Alia. In tegenstelling tot het bruidspaar ontsnappen de jongens aan het Oostenrijks geweld en emigreren ze uiteindelijk via Italië naar het al even troosteloze Chili.

Om de filmrechten van het boek zal ongetwijfeld al gevochten zijn want Skármeta heeft De bruiloft van de dichter in de filmische coupages en de flitsende dialogen van een scenario geschreven. De verhaallijnen van Stefano, Alia, Hieronymus en andere `bijrollen' als die van de journalist Pavlovic stevenen parallel af op het spannende einde. Skármeta maakt als alwetend verteller dankbaar gebruik van enkele perspectiefwisselingen, wat hem tot een aanstekelijk romancier maakt. Zijn voorliefde voor absurditeit en het gebruik van ironie om het menselijk falen te beschrijven, resulteert in een hoop leesplezier. Zo lijkt de Oostenrijkse admiraal Mollenhauer in zijn gewelddadige dommigheid weggelopen uit een anti-oorlogsscène van Monty Python, hoopt de opportunistische eilandpastoor op de vestiging van een bordeel en tracht Hieronymus' rigide zuster Paula met een dikke chèque haar broers huwelijk met een volksmeisje af te kunnen kopen. De sympathie van de Chileen ligt duidelijk niet bij de macht, het grootkapitaal en het pauselijk gezag en dat is gezien de achtergrond van de schrijver wel aannemelijk.

Skármeta ontvluchtte in 1975 de dictatuur van Pinochet en werkte in zijn nieuwe toevluchtsoord Oost-Duitsland onder meer als filmregisseur. In 1989 keerde de voormalig filosofie- en literatuurdocent terug naar Chili om enkele jaren later ambassadeur in Berlijn te worden. Linkse idealen uit de jaren zeventig, zoals een volk dat zich verheft (volksmeisje Alia analyseert Mozart en Schönberg) en de intellectueel die afdaalt (Hieronymus) tot het volk, hebben Skármeta blijkbaar nooit verlaten. In De Postbode is het `de simpele ziel' Mario die van poëzie (en communisme) gaat houden door de ontmoeting met dichter Pablo Neruda. Een vergelijkbaar sociaal-realisme maakt De bruiloft van de dichter hier en daar net zo schetsmatig. En door ironie en sarcasme als stijlmiddel te kiezen worden sympathieën en antipathieën wel heel doorzichtig. Er staat echter een hoop tegenover. Net als landgenote Isabel Allende is Skármeta een warmbloedig chroniqueur. Hij koppelt het Zuid-Amerikaanse temperament aan een vooroorlogs Europa, waarbij Oostenrijk gereduceerd wordt tot een bananenrepubliek. Verontrustende literatuur levert het misschien niet op, vermakelijk en aangenaam is het wel.

Antonio Skármeta: De bruiloft van de dichter. Uit het Spaans vertaald door Marga Greuter. Prometheus, 249 blz, ƒ39,49

    • Ingrid van Frankenhuyzen