Ter Braak (4)

Met elke ingezonden brief (Boeken, 5.10.01 en 26.10.01) presenteert de heer Kluiters nieuwe details over de Sonderfahndungsliste 1939 waarop de naam van Menno ter Braak staat. Nu leren we dat zijn adres daarin liefst twee keer vermeld wordt: Den Haag, Pemonaglein en eveneens in Den Haag, Promonaglein 22. Ik had de gezichten van de Duitse agenten willen zien die met dit boekwerk in de hand op 15 mei 1940 op zoek naar `Braakter' zouden zijn gegaan. `Pemonaglein? Onbekend! Braakter? Nooit van gehoord!'

Ik moet Kluiters nogmaals adviseren mijn biografie Sterven als een polemist te lezen. Dan zal hij merken dat Ter Braak reeds sedert 1936 verhuisd was naar Kraaienlaan 36. De Sonderfahndungsliste van september 1939 bevatte dus uiterst slordige gegevens. Dit bevestigt mijn stelling dat de Gestapo oppervlakkig in Ter Braak geïnteresseerd was en dat deze belangstelling gewekt werd door Ter Braaks betrokkenheid bij de oprichting van het Comité van waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische intellectuelen in 1936. Daarna werd de naam van Ter Braak op de nieuwe lijsten kennelijk werktuiglijk overgetikt, met spelfouten en zonder dat de stereotiepe informatie (jood en communist) werd gecontroleerd.

Het is bekend dat er verscheidene Sonderfahndungslisten van de Gestapo in omloop waren, onder andere van de Sovjet-Unie, Polen en van Groot-Brittannië. Op de deze laatste lijst van duizenden personen, The Black Book, stonden naar verluidt ook de namen van Virginia Woolf, Aldous Huxley en Charles de Gaulle. Speculaties zoals over de vraag wat er met Virginia Woolf gebeurd zou zijn als deze schrijfster geen zelfmoord gepleegd had en als Engeland door de nazi's bezet was, hebben in Engeland geleid tot de ontwikkeling van een nieuw wetenschappelijk onderzoeksgebied: virtual history. Wat zou er gebeurd zijn, als? In mijn biografie schrijf ik dat Ter Braak zonder twijfel in de loop van de bezetting zou zijn opgepakt als gijzelaar, een lot dat niet alleen andere leidende figuren in het Comité van Waakzaamheid ten deel is gevallen, maar ook andere vooraanstaande Nederlanders, zoals zijn oudere neef de historicus J. Huizinga. Onverantwoord speculatief is echter het verhaal dat `de Duitsers' Ter Braak als een der allereersten hadden willen arresteren op de ochtend van 15 mei 1940. Op zoek naar geheime papieren zouden zij zelfs een metersdiep gat in zijn tuin gegraven hebben. Volgens de Sonderfahndungsliste moet dat op het `Pemonaglein' in Den Haag gebeurd zijn. Maar laat Ter Braak op het Pomonaplein nu juist een eerste etage zonder tuin hebben gehuurd!

Naschift redactie: discussie gesloten.

    • Léon Hanssen