Stap terug in financiële fraudebestrijding

Jan van der Groen, de speciale aanklager voor financiële fraude bij het gerechtshof verruilt na drie jaar de staande magistratuur voor de zittende. De vice-president in Rotterdam verbreekt de stilte over zijn vertrek. ,,Ik heb een beetje het idee dat ik de afgelopen maanden mijn eigen creatie in het vuilnisvat heb staan proppen.''

Het was een historisch pand aan een Amsterdamse gracht. Het is nu de zevende verdieping van een modern kantoorgebouw aan de Maas. De werkplek van Jan van der Groen, vice-president bij de Rotterdamse rechtbank, heeft een ingrijpende gedaanteverandering ondergaan. Letterlijk en figuurlijk. Van de staande magistratuur stapte hij onlangs over naar de zittende. Dat was misschien onverwacht, maar geen verrassing, zegt hij zelf: ,,Ik heb altijd gezegd dat ik een terugkeer naar de rechterlijke macht niet uitsloot.'' Die functie is voor hem niet nieuw. Eerder was hij rechter in Dordrecht, Rotterdam en op de Antillen. Maar drie jaar geleden werd hij advocaat-generaal (AG) bij het Amsterdamse gerechtshof, gespecialiseerd in financiële fraude. Hij was de man die in hoger beroep witwaszaken, bancaire fraudes, ontnemingszaken zoals die tegen Charles Z., en voorkennisaffaires rond Bols Wessanen, Nedlloyd en Pie Medical voorbracht. Maar bovenal was hij de aanklager die alle appèlzaken in het grote beursfraudeonderzoek (Operatie Clickfonds) zou gaan doen. Sterker: zijn functie werd in 1998, boven de personele sterkte, gefinancierd naar aanleiding van Clickfonds. Het ministerie van Financiën stelde extra geld (in de wandelgangen 'Zalmgelden' genoemd) beschikbaar voor onder meer een aparte rechtbank die de beursfraudezaak ging afhandelen èn voor een aparte AG die de hoger beroepen onder zijn hoede zou krijgen.

Toch `deed' Van der Groen op zitting maar één Clickfondsdossier: de (bij)zaak rond drie ex-werknemers bij SNS Bank. Voordat de echt grote zaken op tafel kwamen, hing hij zijn lier aan de wilgen. Het was een stap die voor verbazing zorgde. En méér dan dat. Bij het openbaar ministerie (OM) waren ze, op z'n zachtst gezegd, not amused. ,,Maar ja, dat was ik ook niet'', kaatst Van der Groen droogjes de bal terug als hem die reactie wordt voorgelegd.

Nu is hij dus weer rechter. De voormalige aanklager, die ook AG bij de Ondernemingskamer was, wil graag genoteerd zien dat zijn vertrek niets te maken heeft met het vervolg van de Clickfondszaken, het magnum opus van het OM als het gaat om de recente financiële fraudebestrijding. Het hardnekkige gerucht als zou hij zijn opgestapt omdat hij het hoger beroep in de Leemhuis en Van Loon-zaak (waarin het OM vanwege onzorgvuldig handelen door de rechtbank in ongemeen harde termen niet ontvankelijk werd verklaard) niet zag zitten noemt hij ,,onzin''. De èchte reden voor zijn overgang is veel fundamenteler. Dat gaat om de organisatorische veranderingen binnen het OM, waarvan hij vindt dat die onder de aandacht moeten worden gebracht: ,,Ik denk dat het nuttig en noodzakelijk is als daar eens een goede discussie over komt. Die plannen zijn uit principieel oogpunt niet goed.''

Daarmee doelt hij op de plannen van de top van het OM, het college van procureurs-generaal (PG's), om een nieuw, speciaal parket op te richten. Het gaat om het Functioneel Openbaar Ministerie (FOM), dat verregaande bevoegdheden krijgt om enkele bijzondere opsporingsdiensten aan te sturen. Eén van de poten van het FOM wordt een aparte sectie voor de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en de Economische Controledienst (ECD), diensten die beurs- en bankfraudes onderzoeken. Het ergste vindt Van der Groen dat de invloed van het FOM zich ook zal uitstrekken tot wat zijn werkterrein was: het hoger beroep bij het hof: ,,Ik vind dat een AG zèlf afwegingen moet kunnen blijven maken, zeker als het gaat om een specialistisch aanklager zoals ik dat was. In de nieuwe plannen wordt de AG een soort advocaat van het landelijk OM. Vroeger stond je als AG hiërarchisch boven de officier bij het arrondissementsparket. Kon je bijvoorbeeld makkelijker dan nu een ingesteld appèl van een officier van justitie intrekken. Maar dat wordt steeds moeilijker omdat alles centraal wordt aangestuurd. Daarbij wordt de functie van AG uitgehold. Waar blijft dan zijn onafhankelijke inbreng? Op deze manier verdwijnt de voorportaalfunctie in strafzaken.''

Misschien werkt het wel effectiever als alles vanuit één hand wordt gecoördineerd?

,,Daar gaat het niet om. De kwestie is dat het FOM de bevoegdheid krijgt om aan te geven hoe een zaak behandeld moet worden. Daardoor is een zelfstandig oordeel van de AG over een appèl nauwelijks meer mogelijk. Op deze manier worden de poten onder je stoel vandaan gezaagd. Als ik gebleven was, was ik weer een 'gewone' AG geworden die af en toe een vanuit Den Haag opgedragen beurs- en fraudezaak doet. Terwijl ik vind dat je als gespecialiseerd AG zèlf de tweede toets binnen het OM moet doen. Als alles toch al bij het FOM besloten wordt, is de AG vleugellam. Dan kan je net zo goed een 'appèlafdeling' instellen. Ik vind dat verontrustend: het OM wordt zo steeds minder magistratelijk, en steeds meer een bestuursorgaan.''

Wat was, buiten de principiële kant, de toegevoegde waarde van uw specialistische functie?

,,Toen ik met deze klus begon, wist ik weinig over beurs- en effectenfraude. Dus ik heb mij drie jaar lang verdiept in de materie. Heb stages gelopen bij de Amerikaanse beurswaakhond SEC in Washington, bij de AEX en bij de Rabobank. Heb vijf weken in het Hilton een cursus beursintroducties gedaan. Zat ik als AG tussen allemaal van die mannen die ik anderhalf jaar later in een Porsche voorbij zag komen. Maar ik sprak na afloop wèl hun taal en kende hun begrippen. Ik weet nu wat beter hoe die wereld in elkaar zit, en diverse door mij behandelde zaken hebben in veroordelingen geresulteerd bij het hof. En dan word je ineens geconfronteerd met een FOM dat alle regie en aansturing vanuit Den Haag wil laten lopen. Terwijl Amsterdam the place to be is voor de financiële wereld. Daar heb je je contacten, daar doe je het meest effectief aan kennisverwerving.''

Wat had u dan wel voor rol willen gaan spelen?

,,Vorig jaar, vóórdat het FOM aan de orde was, is mij nog gevraagd of ik drie tot vijf jaar wilde blijven. Ik wilde dat best, maar vond wel dat er dan ook de erkenning moest komen van een specialistisch fraudeaanklager met gezag. Dat bleek onbespreekbaar voor het college van PG's. En toen vervolgens die FOM-plannen op tafel kwamen, bleek mijn functie op termijn te vervallen en er niets ander over te blijven dan een vage functie binnen dat FOM. Vervolgens heb ik in het voorjaar aangegeven dat ik uit zou kijken naar een plekje binnen de zittende magistratuur.''

Wat zijn de gevolgen van uw vertrek?

,,Ieder mens is misbaar en zó belangrijk was ik nou ook weer niet. Maar het valt niet te ontkennen dat het OM op het gebied van financiële fraude behoorlijk wordt teruggeworpen. Ik heb nog geen opvolger, dus er mist gewoon een advocaat-generaal met deze specialistische kennis. Praktisch geeft dat problemen omdat er nu veel zaken blijven liggen die in hoger beroep behandeld moeten worden. Maar ernstiger is dat dit qua kennisopbouw het OM op achterstand zet. Uit oogpunt van personeelsmanagement kan je daar je vraagtekens bij zetten. Wat voor indruk maakt dit bijvoorbeeld op jonge mensen met kennis op dit gebied? Die zijn gewild: er wordt aan ze getrokken door advocatenkantoren, forensische accountants, toezichthouders. Vanuit het OM wordt gezegd: kom bij ons werken, want hier kan je opleidingen volgen. Maar àls je dan die opleidingen volgt, wordt de opgedane kennis weggegooid.''

Bent u gefrustreerd over de gang van zaken?

,,Nee. Wel teleurgesteld. Ik heb een beetje het idee dat ik de afgelopen maanden mijn eigen creatie in het vuilnisvat heb staan proppen. En ik ben het principieel oneens met de aantasting van de positie van de AG. Aan de andere kant is er ook veel bereikt. De affiniteit voor financiële integriteit binnen het OM is in korte tijd erg gegroeid. Toen ik als AG met die Zalmgelden was aangesteld, werd mijn benoeming niet eens gemeld in het interne OM-blaadje. En toen ik bij het ressortsparket binnenstapte, wisten we niet of we überhaupt een bibliotheek moesten aanleggen. Dat is allemaal wel veranderd. Het thema staat nu op de agenda en daar heb ik ook een beetje aan mogen bijdragen. Dat beschouw ik als winst.''