Rembrandt zoekt bij iedere vrouw naar intimiteit

`Wie is die vrouw?' is al eeuwenlang een veel voorkomende vraag in de Rembrandt-vorsing. Is ze moeder of minnares, echtgenote of poetsvrouw, koopmansvrouw of buurmeisje? Een van de vrouwen die in de loop der tijd het meest van identiteit is veranderd, is de hoofdfiguur van Een vrouw in bed, een schilderij uit het bezit van de National Gallery of Scotland (Edinburgh). Afhankelijk van de communis opinio over de datering, werd de vrouw op het doek geïdentificeerd als Rembrandts eerste vrouw Saskia van Uylenburgh, het kindermeisje Geertje Dircks en de bediende Hendrickje Stoffels.

Dit doek, tegenwoordig gedateerd op 1645 – dus Geertje Dircks als model is het meest waarschijnlijk – is de inspiratiebron voor de tentoonstelling Rembrandt's Women, die de Londense Royal Academy of Arts nu brengt. De ongeveer dertig schilderijen en honderd tekeningen en gravures zijn voorbeeldig, zonder opsmuk en fraai uitgelicht over vier zalen verdeeld. Hoewel sommige van de beroemdste vrouwendoeken ontbreken (Het joodse bruidje, De badende vrouw), hebben de samenstellers bruiklenen gekregen van uiteenlopende instellingen als het Musée départemental van het Franse Épinal (een prachtige maar in deplorabele staat verkerende Mater Dolorosa uit 1661) en de verzameling van de Britse koningin Elisabeth II (een beter geconserveerde buste van een veelvuldig als `moeder van de artiest' geïdentificeerde oudere vrouw uit 1629-31). Sommige werken op Rembrandt's Women lijken er overigens vooral te hangen omdat er nu eenmaal een vrouw op staat, zoals op enkele `Heilige families'.

Bij de historiestukken, zoals drie mythologische Flora's uit verschillende tijdperken, blijkt dat het vaak onmogelijk is om een bepaald model aan een doek te verbinden: in de catalogus – met heldere essays van onder anderen E. de Jongh, Eric Jan Sluijter en Marieke de Winkel – is vaak sprake van een type vrouw. Ze lijken wel enigszins op vrouwen uit de omgeving van Rembrandt, maar hij heeft er toch ook zijn eigen verbeelding op losgelaten.

Uiteindelijk gaat het op deze tentoonstelling dan ook niet om wie een bepaalde vrouw is, maar om wat een vrouw nu eigenlijk is; en bovendien wordt nu eens een breder inzicht geboden in de wijze waarop een man tot de vrouwen om hem heen probeert door te dringen. Rembrandt schildert en tekent ze in bed, ziekig of juist verleidelijk, met een kind of juist alleen, in ouderdom. Waar hij ze maar te pakken kan krijgen, is hij op zoek geweest naar intimiteit.

En hij krijgt vaak wat hij wil: alleen al de serie tekeningen rond het thema `vrouwen in bed' is de tocht over de Noordzee waard. De meeste dateren uit de tweede helft van de jaren veertig, enkele zijn duidelijk in een paar minuten naar het leven vluchtig op papier gezet. En allemaal zetten ze de kijker plompverloren in de slaapkamer. Waarschijnlijk zijn deze bladen gemaakt na de dood van Saskia, wier afkomst (ze was een rijke kunsthandelaarsdochter) niet toeliet dat ze kijkers in haar slaapvertrekken zou toelaten.

Bij het centrale schilderij Vrouw in Bed zijn er op de lakens en op het gordijn van de bedstede nogal wat stofpatronen aangebracht, waarschijnlijk om het schilderij te doen lijken op een historisch doek. En dat kon helpen om het zeventiende-eeuwse publiek te overtuigen van de kuisheid van de afbeelding.

De vrouw in bed is al niet vrij is van erotische connotaties, maar die zijn nog veel sterker bij het in 1645 geschilderde Meisje aan het raam, van een op het oog veertienjarige puber. Ze houdt haar linkerhand verlegen voor de halsopening van haar kleding, maar haar donkere ogen staan vooral nieuwsgierig. Het schilderij bracht de Franse criticus Elie Faure anno 1909 al in vervoering aangaande de menselijkheid van Rembrandt: ,,Hij is er wanneer het jonge meisje voor ons verschijnt, uit het raam leunend met haar ogen die niet weten en met een parel tussen haar borsten. Hij is er wanneer we haar hebben ontkleed, wanneer haar ferme torso slaat tegen de hitte van onze koorts. Hij is er wanneer de vrouw haar dijen voor ons opent met dezelfde moederlijke emotie als wanneer ze haar armen voor het kind opent.'

Een stap verder dan de Lolita-erotiek van het leunende meisje gaat een aantal piepkleine gravures die er vlakbij hangen: scabreuze voorstellingen als De slapende herder en De monnik in het korenveld tonen niet alleen de zonde, maar ook toeschouwers die het gebeuren net wel of net niet opmerkten.

Minder seksueel beladen intimiteit is te vinden in misschien wel de mooiste, hier in Londen getoonde serie: de tekeningen en etsen van moeders en kinderen, die, evenals de eerder genoemde `vrouwen in bed', ook vaak in al hun eenvoud naar het leven zijn getekend. Het zijn studies naar de diverse wijzen waarop een moeder een kind op de arm kan hebben, of schetsen van kinderen die door een hond worden belaagd en getroost moeten worden. Een jengelende peuter wordt door zijn moeder tot rede gebracht, terwijl een oudere vrouw (grootmoeder?) met opgeheven wijsvinger op de deugniet afkomt. Ze staat in een positie die doet denken aan de wijze waarop de Duivel doorgaans zijn influisteringen doet. Op een klein blad uit deze reeks zijn twee vrouwen in een paar krijtstrepen zo doeltreffend en tijdloos neergezet dat je dadelijk weet: daar, waar die arm het kind naartoe wijst, daar moeten we wezen.

Tentoonstelling: Rembrandt's Women. T/m 16/12 in: Royal Academy of Arts, Burlington House, Londen. Open dag. 10-18 u, vrij 10-22 u. Inl (0044)20-73005760 of www.royalacademy.org.uk