Primeur

Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, zat achter zijn tekstverwerker en keek verslagen naar het scherm. Een paar maanden lang was het gelukt al die PCM-journalisten stil te houden, maar nu had die kwajongen van het Journaal, die dekselse Lex Runderkamp, de boel in één klap in de openbaarheid gebracht. En dat was niet alles. Die Runderkamp had ook nog eens dat vertrouwelijke rapport van die prof. Bouw in extenso op internet gezet, compleet met de geheime brandbrieven die de redactieraad van de Volkskrant had opgesteld. Kijk, daar kun je het vinden: http://www.omroep.nl/nos/nieuws/financieel/2001/november/061101/pcm-gehe im.html.

Er stonden zelfs handgeschreven vraagtekens en onderstrepingen bij.

Er was dus gelekt, maar door wie? Broertjes had wel een vermoeden, maar bewijzen kon hij niets. In ieder geval kwam het uit eigen gelederen, dat was duidelijk. De hoofdredacteur van de Volkskrant voelde de woede opkomen. Tot op de bodem moest worden uitgezocht wie er had gelekt, en dan straffen! Het zweet liep hem langs het gezicht. Hohoho, dat ging natuurlijk zo maar niet. Nadenken, Pieter, geen paniek. Hoe vaak had zijn eigen krant niet de hand weten te leggen op vertrouwelijke rapporten en hoe vaak had hij zich daarom niet verkneukeld? Openbaar maken was zijn eigen beroep en lekken was zijn grootste hulpmiddel. Dan kon hij zich er toch niet over beklagen dat hij daarvan nu zelf het slachtoffer was geworden. Moest hij die Runderkamp eigenlijk niet feliciteren met zijn primeur?

Broertjes klikte maar eens op de pagina's van het rapport. Oh, wat schrijft die professor Bouw toch een verschrikkelijk taaltje! Als de professor in de bestuurskunde bedoelt dat de verschillende, bij PCM-uitgevers ondergebrachte kranten een koers moeten gaan varen die van bovenaf door de directie wordt bepaald en geregisseerd, dan schrijft hij: ,,Het beleid dient vanuit een integrale strategische visie, die in belangrijke mate uitgaat van complementariteit tussen de verschillende titels, de identiteit van elk van hen te vertalen naar de geconstateerde behoeften van de desbetreffende doelgroep in de markt.''

De identiteit en de behoeften van de markt, Pieter Broertjes snuift hardop. Kranten mogen elkaar niet meer beconcurreren of `kannibaliseren', zoals dat heet. Nee, zij dienen elkaar aan te vullen. PCM één grote familie. Ineens moet Broertjes lachen. Dan klikt hij verder naar het hoofdstukje aanbevelingen. De hoofdredacteur van de toekomst is geen journalist meer, leest hij, maar iemand `die zijn rol gestalte geeft als het gaat om het matchen van de ondernemingsstrategie'. De professor, die overigens voortdurend in de wij-vorm spreekt als hij zichzelf bedoelt, beveelt tenslotte aan `de benoemingsprocedure van de hoofdredacteuren zodanig te wijzigen dat elke perceptie van een gebrek aan eenheid van leiding is uitgesloten'.

Daar gaat het om: alle neuzen van de hoofdredacteuren dezelfde kant uit, teneinde de ondernemingsstrategie te matchen. Dat men daar niet eerder aan gedacht heeft. Zou het, zo speelt het Broertjes even door het hoofd, niet veel beter voor de ondernemingsstrategie zijn als PCM maar uit één krant bestaat, één hele grote krant die de lezer zowel 's ochtends als 's avonds bedient en die dat geheel doet volgens de behoeften van de markt. Eén hoofdredacteur heeft, zo veel is zeker, maar één neus en in dat geval kan de directie van het concern erop rekenen dat die neus de goede kant uitstaat.

Ineens dringt het tot Broertjes door dat met dit rapport een journalistieke periode wordt afgesloten. In zo'n structuur zal een eigenzinnige hoofdredacteur geen kans meer krijgen. Broertjes denkt aan de legendarische Lücker, hoofdredacteur uit de tijd dat de Volkskrant nog een katholieke identiteit had, hij denkt aan André Spoor en Henk Hofland, aan Herman Sandberg, Wout Woltz en Sytze van der Zee, allemaal karakters die stonken naar inkt en die in gedrukt papier zijn geboren. De nieuwe hoofdredacteur zal een manager zijn die moet matchen voor het bedrijfsresultaat. De taal van de journalistiek heeft hij verleerd en hij zal zich alleen nog kunnen uitdrukken in bestuurskundige termen. Zijn identiteit zal volgzaam zijn en de tucht van de markt weerspiegelen.

Broertjes staat op van zijn tekstverwerker en loopt naar het raam. Hij kijkt uit op de Wibautstraat. Aan de overkant ligt het gebouw van Het Parool. Een gevoel van heimwee overvalt hem. Wie is hij en welke keus moet hij maken? Hij kijkt omhoog waar donkere wolken zich samenpakken.

    • Max Pam