Pleidooi voor vrede

Ieder jaar krijgt een select groepje Nederlandse kunstenaars de kans om, op uitnodiging van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, een jaar in een buitenlands gastatelier te werken. Vaak zijn het jonge kunstenaars die van deze genereuze aanbieding gebruik maken om inspiratie op te doen in wereldsteden als Parijs, Berlijn of New York. De 63-jarige Ritsaert ten Cate vormt hierop een uitzondering. Het afgelopen jaar verbleef hij, temidden van veel jongere internationale collega's, in een van de ateliers van museum P.S.1 in New York. De resultaten van zijn werkperiode toont Ten Cate nu op de tentoonstelling Honestly stolen from the experience of a lifetime in de Reuten Galerie in Amsterdam.

Voor velen is de naam Ritsaert ten Cate nog altijd onlosmakelijk verbonden aan de toneelwereld. Hij was oprichter van Mickery, in de jaren zeventig en tachtig hét theater voor internationale toneelvoorstellingen en performances in Amsterdam.

In de jaren negentig was Ten Cate directeur van DasArts, de Amsterdamse interdisciplinaire werkplaats voor theater, dans en mime. Maar de laatste jaren verschoof zijn interesse steeds meer in de richting van de beeldende kunst. In New York kon Ten Cate een jaar lang ongestoord werken aan zijn oeuvre van collage-achtige sculpturen en installaties.

Een documentatiemap die ter inzage in de galerie ligt, toont aan hoe productief Ten Cates `sabbatical year' geweest is. Hij maakte tientallen sculpturen, veelal opgebouwd uit ter plekke gevonden of gekochte voorwerpen. Materialen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben (zoals krantenknipsels, kledingstukken, speelgoed en gebruiksvoorwerpen) worden zodanig door de kunstenaar gerangschikt dat ze samen een verhaal vertellen. Ten Cate maakt beeldende kunst met theatrale trekjes: hij schuift met zijn decorstukken en rekwisieten, hij regisseert en ensceneert, totdat een samenhangend beeld ontstaat.

Zo staat er in de galerie een curieus Jezusbeeld een soort houten ledenpop met stigmata aan handen en voeten dat voorzien is van een professionele duikbril en een modieus rugzakje. Uit de rugzak steekt een engelachtige pop die een vredesduif in haar hand houdt. De Jezusfiguur staat rechtop in een met water gevulde doopvont, waarvan de bodem bezaaid ligt met muntjes. Gooi er een muntje bij en je mag een wens doen, zo lijkt het kunstwerk te zeggen. Het absurdistische beeld is een pleidooi voor de vrede, al geeft de titel ook de desillusies van de kunstenaar weer. Ten Cate noemde zijn werk Peace, been there, done that.

De beelden van Ritsaert ten Cate zijn op te vatten als voetnoten bij het dagelijkse nieuws: ze leveren commentaar op recente maatschappelijke gebeurtenissen. Zo lijkt het werk Peace I een directe reactie op het militaire ingrijpen van de Verenigde Staten te vormen. Het beeld toont een jong blank meisje dat gekleed gaat in een peperduur camouflagejurkje van Christian Dior en dat om haar nek een zilveren kruisje draagt. In de toonkoffer die ze voor haar buik heeft hangen, liggen diverse speelgoedtanks en modelstraaljagers het wapentuig dat Amerika uit naam van God aan de rest van de wereld aanbiedt.

Dat Ten Cate zoveel duidelijk kan maken met één beeld is bewonderenswaardig. Helemaal wanneer je ontdekt dat de kunstenaar het kunstwerk al enkele maanden vóór de aanslagen van 11 september gemaakt heeft. Als een soort Nostradamus moet hij de oorlog al in de lucht hebben voelen hangen.

Ritsaert ten Cate, `Honestly stolen from the experience of a lifetime'. T/m 25/11 in de Reuten Galerie, Fokke Simonszstraat 49, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u.