Nieuwe musketiers versus kannibalen

De voormalige arts Jean-Christophe Rufin schreef een roman over een Europese miniburgeroorlog op een onbewoond eiland bij Brazilië. Voor deze `reflectie op tolerantie' is hij deze week onderscheiden.

Het ging tussen Gallimard en Grasset, afgelopen maandag, bij de lunch in restaurant Drouant, in Parijs. De juryleden van de Prix Goncourt hadden zes stemrondes nodig om de balans te laten doorslaan naar Gallimard en de prijs toe te kennen aan Rouge Brésil van Jean-Christophe Rufin. Met een verschil van één stem versloeg Rufin zijn concurrent, Marc Lambron, auteur van Etrangers dans la nuit. Die doorslaggevende ene stem werd, opmerkelijk genoeg, uitgebracht op Plateforme, de meest recente roman van Michel Houellebecq, die niet eens op de shortlist stond.

Jean-Christophe Rufin (49), die in 1997 debuteerde met de bestseller L'abyssin, werkte jarenlang als arts voor de humanitaire organisatie Artsen zonder grenzen, in brandhaarden als Nicaragua, Afghanistan, Rwanda en op de Balkan. In de jaren tachtig was hij adviseur van de Franse staatssecretaris voor de Rechten van de Mens Claude Malhuret, later van minister van Defensie François Léotard. Hij publiceerde ook politieke essays, waaronder L'empire et les nouveaux barbares.

Rouge Brésil is een vuistdikke roman over de Franse poging in de zestiende eeuw Brazilië te koloniseren — een hachelijke en weinig glorievolle onderneming uit de Franse geschiedenis. Een bizarre onderneming ook, aangezien de Portugezen zich dat deel van Zuid-Amerika al eerder hadden toegeëigend. Het boek begint in 1555 in Rouen, waar Chevalier de Villegagnon, een Malteser ridder, in opdracht van de Franse koning, matrozen, koks, slagers, bakkers en tolken werft voor zijn expeditie naar Brazilië een hele ark van Noach heeft hij nodig om zijn drie schepen te bemannen en met hen aan de overkant van de oceaan een nieuw Frankrijk, `la France antarctique' te stichten.

Weeskinderen

Het kost hem moeite om Indiaanse tolken te vinden want wie wil er nu terug naar dat land van kannibalen als je eenmaal de Franse vrouwen en de Franse beschaving gewend bent? en dus wordt er gezocht naar weeskinderen. Kinderen leren nu eenmaal veel sneller een vreemde taal dan volwassenen en zullen dus eerder als woordvoerder kunnen dienen voor onderhandelingen met de inheemse bevolking. Het worden Just en Colombe, kroost van een onbekende Italiaanse moeder en een in een oorlog verdwenen vader, wier Normandische familie hen liever kwijt dan rijk is. Onder het mom van een zoektocht naar hun vader worden ze aan boord gebracht van het schip La Rosée. Colombe knipt haar haren af: vrouwen mogen niet mee.

Het is het begin van een prettig vertelde, soms exuberante avonturenroman, in de traditie van Dumas' De drie musketiers of De graaf van Monte-Cristo met de ridder Villegagnon als de evenknie van d'Artagnan of Edmont Dantès. Net als Dumas houdt Rufin van avonturen, spionage, politieke intriges, idealisme en gedwarsboomde liefde. Net als zijn negentiende-eeuwse voorbeeld blijft hij dichtbij de historische werkelijkheid, maar zonder zijn verbeelding al te zeer aan banden te leggen. Op het onbewoonde eiland voor de Braziliaanse kust waar de schepen uiteindelijk aanleggen komt het tot heftige godsdienstige, onderlinge botsingen tussen de paapsen en de aanhangers van Calvijn. De vraag of de hostie nu wel of niet de materiële aanwezigheid van het lichaam van Christus vertegenwoordigt verscheurt de gemoederen, waardoor van het werkelijk koloniseren van het land niets terecht komt. Voor de verbaasde ogen van de inheemse bevolking lopen de schermutselingen uit op een Europese miniburgeroorloog een symbolische opmaat voor de godsdienstoorlogen die later die eeuw op het Europese vasteland zouden losbarsten.

Sensualiteit

In een radiointerview omschreef Rufin Rouge Brésil als een reflectie op tolerantie, op de schok die de ontmoeting van twee culturen teweegbrengt: `de Europese, universele en hoogmoedige beschaving, die denkt dat ze liberaal is maar in wezen moorddadig, en de Indiaanse wereld, met haar sensualiteit, haar gevoel voor harmonie en voor het heilige'. De klassieke thema's van goed versus kwaad, van de onderdrukker tegenover de onderdrukte en al de onduidelijke nuances tussen deze uitersten smeedt Rufin samen in een goedlopend, soms spannend, soms wat naïef-romantisch verhaal.

Dat de auteur zich graag verdiept in historische perioden waarin Frankrijk zich opmaakt andere culturen onder de voet te lopen, wisten we bijvoorbeeld al uit de ook in het Nederlands vertaalde roman De abessijn. In dit boek verhaalt Rufin van een hilarische handelsmissie naar Ethiopië, die aan het begin van de achttiende eeuw wordt uitgevoerd in opdracht van Lodewijk de Veertiende — een smakelijke mix van bandietenverhalen, godsdienstfanatisme en mislukte diplomatie.

Voor Rouge Brésil — de titel is afgeleid van pau brasil, een kostbare houtsoort waarmee de kleur rood kan worden verkregen — baseerde Rufin zich, behalve op zijn eigen verblijf in Brazilië, voornamelijk op documenten en getuigenissen van de reizigers zelf. Zo versloeg de protestant Jean de Léry de onderneming in 1578 in zijn Voyage faict en la terre du Brésil en deed de kosmograaf André Thevet hetzelfde in Les singularitez de la France Antarctique (1557).

Het motto van Rufins boek is afkomstig uit hoofdstuk XXXI van de Essais van Montaigne, Des cannibales. Montaigne schrijft in deze tekst dat hij lange tijd een secretaris in dienst had die, `een jaar of tien, twaalf, geleefd had in die andere, aan het begin van onze eeuw ontdekte wereld, daar waar Villegagnon aan wal ging en die hij la France antarctique noemde'. `Ieder noemt barbarij datgene wat niet in zijn eigen traditie en gewoonten past', schrijft Montaigne onder meer, en: `Wij kennen geen andere maat voor waarheid en rede dan het voorbeeld en de ideeën van het land waarin wij ons bevinden' een wijze uitspraak van alle tijden, die Rufin, voor de honderdduizenden lezers die deze Goncourt nu zullen aanschaffen, op eigentijdse literaire wijze illustreert.

Jean-Christophe Rufin: Rouge Brésil. Gallimard. 551 blz. ƒ59,25

    • Margot Dijkgraaf