Moderne rechter lust wél kroket

Vrouwelijke rechters zijn in opmars. De snackbar is geen verboden terrein meer. En een islamitische magistraat bestaat niet. Het zijn bevindingen uit een uitvoerige rondvraag onder rechters.

Het gaat goed met de Nederlandse rechters. En met de horeca. In de afgelopen tien jaar is het percentage rechters dat nooit in een café komt, spectaculair gedaald van vierenveertig naar dertien procent. Ook het magistratelijk bezoek aan snackbar of patatkraam blijkt in één decennium een opmerkelijke ontwikkeling te hebben doorgemaakt. Vond in 1991 nog meer dan de helft van de rechters een dergelijk activiteit ongepast, nu meent nog slechts een derde van alle rechters dat het not done is om een kroketje in de frietkraam te trekken.

Dit alles blijkt uit een uitgebreide schriftelijke rondvraag die het Nederlands Juristen Blad (NJB) heeft georganiseerd. Het is een herhaling van en vergelijking met een enquête die in 1991 door Vrij Nederland onder de rechterlijke macht werd gehouden. Het juridische weekblad stuurde deze zomer 1.558 rechters een uitvoerige vragenlijst. In totaal namen 669 rechters (43 procent) aan het onderzoek deel.

De nieuwe trend in de relatie rechterlijke macht en kroegwezen – ,,een ongezonde ontwikkeling'', aldus minister van Justitie Korthals – is waarschijnlijk niet geheel toevallig te signaleren in een periode dat ook de samenstelling van de zittende magistratuur zich wijzigt. De vrouwen komen er aan. Drie op elke vier rechters jonger dan 35 jaar is van het vrouwelijk geslacht. De rest is man.

,,Er blijkt dus een enorme groep aanstormend vrouwelijk talent zich in de jongste rechterlijke dreven op te houden, die ongetwijfeld binnen de komende tien jaar zal doorstromen naar senior- en leidinggevende functies'', jubelt NJB-redacteur en hoogleraar arbeidsrecht Paul van der Heijden.

Nieuwe rechters komen trouwens steeds vaker `van buiten'. Het aandeel eigen kweek, de zogeheten Raio's – de juristen die zes jaar doorleren als rechterlijk ambtenaar in opleiding – binnen de rechterlijke macht is 28 procent. Dat percentage bedroeg in 1974 nog 57. De groei van het aantal rechters – van 778 in 1990 naar 1.640 in het jaar 2000 - is vooral door buitenstaanders ingevuld.

Rechtssocioloog Freek Bruinsma constateert in het juristenblad ,,een verbazingwekkend grote toestroom van ambtenaren''. In 1986 was 16 procent van de rechters eerder werkzaam bij de overheid. Nu is 35 procent van de rechters voormalig ambtenaar. Het percentage rechters dat afkomstig is uit het bedrijfsleven nam af van 13 naar 8.

Als oorzaak voor het geringe aantal overlopers van bedrijven geldt waarschijnlijk dat magistraten met een salaris van tussen de 140.000 en 180.000 aanmerkelijk minder verdienen dan bedrijfsjuristen. ,,Daar staat weer tegenover dat rechters een tamelijk bescheiden werkweek van gemiddeld 44 uur hebben'', zegt Van der Heijden. Maar weer geen lease-auto of optieregeling.

Het grote aantal ambtenaren dat rechter wordt, verklaart misschien ook waarom magistraten in grote meerderheid de stelling onderschrijven dat ,,privatisering te ver is doorgeschoten''. Ze vrezen dat overheidsrechtspraak wel eens in dezelfde kommervolle situatie terecht kan komen als de zorgsector en het onderwijs.

Rechters is ook, heel modern, gevraagd naar hun mission-statement. Die is heel serviel. Rechtspraak is gewoon dienstverlening. Het snel en adequaat bedienen van de justitiabele en de rechtsgemeenschap. Bijdragen aan rechtsontwikkeling wordt, leden van de Hoge Raad uitgezonderd, vooral als een academische, minder gewichtige bezigheid gezien.

Drie procent van de rechters zegt niet te weten of God bestaat. De meerderheid, 52 procent, denkt van wel. Dat zijn overigens vooral christenen. Geen enkele rechter geeft op islamitisch te zijn. De religieuze overtuiging heeft overigens geen invloed op het stemgedrag. Slechts 8 procent stemt CDA. D66, dat tien jaar gelden nog verreweg de populairste partij was onder magistraten (39 procent) ziet zich nu nog slechts gesteund door 17 procent van de togadragers. De PvdA is met 24 procent de grootste rechterlijke stemmentrekker.

Vrijwel alle rechters zijn het oneens met de formulering dat ,,een rechter met toga en hoofddoek een aanwinst is'' voor het juridische bedrijf. Dat ,,hogere straffen onontbeerlijk'' zijn, wordt ook door

een meerderheid van de rechters verworpen.

Rechters zijn dol op ,,open communicatie met de samenleving''. Persberichten bij uitspraken en jaarverslagen hebben ieders goedkeuring. Men gelooft ook in meerderheid niet dat interviews met rechters afbreuk doen aan het beeld van een onpartijdige rechterlijke macht. Openheid over doorlooptijden van de rechtbank wordt toegejuicht, maar royaal afgewezen als cijfers over de efficiency van afzonderlijke rechters bekend worden.

Als alomvattende slotconclusie stelt het juristenblad tevreden vast dat de gemiddelde rechter onveranderlijk ,,evenwichtig, saai en braaf'' is. Ze doen eigenlijk niets anders dan lezen, lezen en nog eens lezen. Rechters zijn ,,een voortdurend geruststellend gezelschap''. Zeventig procent van dit gezelschap is geabonneerd op NRC Handelsblad.

    • Marcel Haenen