Miltvuurdreiging van eigen bodem

Antraxbrieven hebben paniek gezaaid in de VS. Maar de afzenders blijven vooralsnog onbekend. Bin Laden, rechtse organisaties in de VS of het werk van een ontspoord individu?

Een e-mailtje van een scheidende stagiair van de National Enquirer leek vorige maand een serieuze aanwijzing voor de FBI. Het onderzoek bij de uitgeverij van het Amerikaanse roddelblad naar de achtergrond van het overlijden van een redacteur aan miltvuur kon nog alle kanten op. ,,Jullie zullen aan me denken door de kleine verrassingen die ik in het kantoor heb verstopt'' stond in het scherm van de medewerkers van het blad.

Volgens zijn ex-collega's was de 23-jarige stagiair afkomstig uit Jordanië, en misschien wel een link naar de terreurnetwerken van Osama bin Laden. Maar niets bleek minder waar. De jongeman was een joodse-Amerikaanse student journalistiek en het enige wat hij had achtergelaten was een doos met bagels en smeerkaas, als dank voor de genoten stage.

Sindsdien wordt heftig gespeculeerd over de herkomst van de bacterie en de dreigbrieven met antraxpoeder die uiteindelijk ook de kantoren van de leider van de Democraten in de Senaat en vier Amerikaanse mediabedrijven bereikten. Bij enkele van die brieven zat een Davidster bijgesloten en op drie brieven stond de boodschap: `Dood aan Amerika. Dood aan Israël. Allah is groot'. De conclusie die de Amerikaanse regering tot dusver niet heeft willen uitsluiten, was snel gemaakt: ook de miltvuuraanslagen zouden het werk van Bin Laden kunnen zijn. Haviken wezen nadrukkelijk naar Irak.

Maar na vier weken van ogenschijnlijk vruchteloos onderzoek zetten steeds meer onderzoekers vraagtekens bij die conclusie. De timing van de antrax-aanslagen is erg toevallig, de inhoud van de brieven haast theatraal en niet getrouw de islamitische denkwereld, en de sporen antrax zijn allen afkomstig uit één en dezelfde stam die meer dan dertig jaar geleden werd ontwikkeld in Iowa.

,,Een beetje banaal, alsof gebruik is gemaakt van een slecht Hollywood-script'', zegt Larry Johnson, de voormalige vice-directeur van de antiterreur afdeling van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken in het blad Newsday over de brieven. En ook de Amerikaanse islamdeskundige Tayeb El-Hibri, van de universiteit van Massachusetts, heeft zich verbaasd over inhoud. ,,Moslims zeggen meestal `God is groot en niet Allah is groot'', aldus El-Hibri in The Washington Post.

Langzamerhand raakt ook de FBI ervan overtuigd dat de daders misschien wel in eigen land moeten worden gezocht. Bovendien zou geen sprake zijn van een groep daders, maar van één individu.

Brieven waarin wordt gedreigd met antrax zijn Amerika niet vreemd. Volgens Jessica Stern, specialist op het gebied van terrorisme aan de Harvard universiteit, zijn zogenoemde Christian Identity groeperingen, extremistische christelijke organisaties, ,,geobsedeerd door antrax''. Abortusklinieken zijn de afgelopen jaren belaagd met onechte antraxpost.

Een enkeling ziet een verband tussen de extreemrechtse groeperingen in de VS en de terroristenorganisatie van Bin Laden. ,,Die mensen zouden hun dochters niet eens in de buurt willen zien van een Arabier'', zegt Mark Potok van een organisatie gespecialiseerd in radicale groeperingen uit Alabama, over extreemrechtse Amerikanen. ,,Maar in ideologisch opzicht zijn ze het eens. Ze haten Israël en de Amerikaanse regering die volgens hen met de joden heult.''

Leden van verschillende groeperingen komen daar openlijk voor uit. Billy Roper, lid van de extreemrechtse National Alliance, schreef enkele uren na de aanslagen van 11 september op de webpagina's van de beweging dat ,,een ieder die bereid is een vliegtuig in een gebouw te vliegen om daarmee joden te doden, [..] wat mij betreft in orde'' is. Hij vervolgde dat ,,we niet willen dat ze [de moslims] onze dochters trouwen, net zoals zij niet willen dat wij die van hen trouwen.'' Maar ,,de vijand van onze vijand [de Verenigde Staten] is, tenminste voor nu, onze vriend.''

Die samenwerkingstheorie is volgens Rabbi Abraham Cooper van het Simon Wiesenthal centrum in Los Angeles bewezen na de geplande ontmoeting tussen neonazi's en militante Islamitische organisaties in Beiroet begin dit jaar. Hoewel die bijeenkomst uiteindelijk niet doorging, is volgens Cooper duidelijk geworden dat contacten tussen zeer uiteenlopende extremistische groeperingen in west en oost wel degelijk bestaan.

Maar ook zonder dat zo'n connectie bestaat, blijken de aanslagen in New York en Washington de instemming te hebben van een groot aantal extreemrechtse groeperingen in Amerika. Aryan Nation, een anti-joodse en anti-regeringsgroepering onder leiding van Paul Mullet uit Minnesota, schreef daags na de 11de dat de tijd ,,voor alle ariërs'' om aanslagen te plegen is aangebroken. ,,De gelegenheid die we nu hebben zullen we misschien nooit meer krijgen. De gebeurtenissen in Jew York hebben mij doen besluiten mijn eenheid te activeren'', kondigde Mullet aan.

Het vermoeden dat sprake is van één dader in plaats van een groepering, is afkomstig van diegenen die stellen dat de ultrarechtse groeperingen in Amerika in de praktijk nauwelijks iets voorstellen. Eerder is sprake van het werk van fanatieke eenlingen dan van het bestaan van strak geleide en breedvertakte organisaties. De sceptische analisten wijzen daarbij op het voorbeeld van de bommenlegger van Oklahoma City, Timothy McVeigh, die in zijn eentje opereerde. Hetzelfde geldt voor Theodore Kaczynski, de Unabomber die in een blokhut in de bossen van Montana jarenlang in zijn eentje bommen fabriceerde.

Een andere naam die telkens opduikt, is die van de Amerikaanse antisemiet en racist Larry Wayne Harris, een microbioloog en voormalig lid van Aryan Nation. Eind jaren negentig werd hij twee keer aangehouden. Eén keer omdat hij flesjes builenpest over de post wist te bestellen, een ander maal omdat hij beweerde een grote lading miltvuur in de kofferbak van zijn auto te vervoeren, ,,genoeg om heel Los Angeles uit te roeien'', aldus Harris destijds. Het bleek uiteindelijk te gaan om legale antimiltvuur vaccins voor de veehouderij. Maar federale agenten waren gewaarschuwd.

    • Floris-Jan van Luyn