`Mijn assistent rijdt Maserati'

Qatar organiseert vanaf vandaag de vierde top van de WTO. De rijke Golfstaat heeft een vrijere wereldhandel zelf niet echt nodig.

Grote delen van Doha, de hoofdstad van het Golfstaatje Qatar, zijn afgezet. Militairen en politieagenten staan gewapend langs de vele rotondes. Circa vijfduizend oorspronkelijke inwoners van Qatar zijn ingeschakeld, veelal als vrijwilliger, om de ontvangst van delegaties uit 142 lidstaten in goede banen te leiden. Deze autochtonen geven leiding aan een veelvoud van chauffeurs, bedienden en schoonmakers uit landen als Bangladesh, India en Egypte. De leidinggevenden zijn goedlachs, maar commanderen er lustig op los. In een hotelgang bekijkt een autochtone inwoner van Qatar, onderuitgezakt op een bank, hoe twee Bengalen de vitrage repareren. Drie van zijn volksgenoten blaffen een Indonesische buschauffeur af die op verzoek van delegatieleden wil vertrekken.

Qatar is de organisator van de vierde wereldhandelsconferentie van de WTO, die wordt gezien als cruciale handelstop nu de wereldeconomie hapert. De emir van Qatar en directeur-generaal Mike Moore zullen vanavond de ministeriële conferentie officieel openen. Vanaf morgen zal dan vier dagen worden gesproken over onder meer afschaffing of vermindering van landbouwsubsidies, de gevolgen van liberalisering voor ontwikkelingslanden en de toetreding van China en Taiwan.

De beveiliging oogt soms rigide, maar dat blijkt schijn – zelfs nadat afgelopen woensdag een inwoner van het land werd doodgeschoten bij een Amerikaanse vliegbasis, vijftig kilometer ten zuiden van de hoofdstad. Het hotel waar de Amerikaanse delegatie verblijft, omschreven als een vesting, blijkt eenvoudig te betreden. Detectiepoorten zijn bemand met vriendelijke, niet altijd assertieve bewakers. Binnen de hotels zorgen vierkante Amerikaanse beveiligingsbeambten voor de werkelijke afscherming van delegatieleden uit de Verenigde Staten.

Qatar – een kwart zo groot als Nederland, maar met een hoger bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking – drijft op olie en gas. Letterlijk, omdat de bescheiden olievoorraad onder het land wordt aangevuld met de opbrengsten van de op twee na grootste gasbel ter wereld (na Rusland en Iran). Figuurlijk, omdat de circa 120.000 autochtone bewoners (minder dan een kwart van de totale bevolking) profiteren van gratis elektriciteit (tot een vastgesteld maximum) en water (met een dure methode gewonnen uit zee) alsmede ruime vergoedingen voor onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting. Die uitkeringen betaalt de emir, Sheikh Hamad bin Khalifa al-Thani uit de opbrengsten van de fossiele brandstoffen die staatsbedrijven winnen met hulp van westerse oliemaatschappijen.

De Nederlander Robert van Meerendonk is algemeen directeur van Sheraton Doha, het bedrijf dat het staatshotel exploiteert waar de WTO-conferentie plaatsheeft. Van de 875 werknemers die hij in dienst heeft gedurende de top zijn er tien Qatarees. ,,Arbeidskrachten zijn lokaal moeilijk te vinden'' , zegt hij. ,,Er heerst hier een andere werkethiek. Mijn assistent is me toegewezen door de emir. Hij komt uit een rijke handelsfamilie, rijdt een Maserati en woont in een villa. Mijn assistent werkt niet voor het geld, maar om iets om handen te hebben.''

Aan de vooravond van de onderhandelingen heerst optimisme. Anders dan bij de mislukte top van 1999 in Seattle is directeur-generaal Moore erin geslaagd één conceptdocument op te stellen dat kan dienen als uitgangspunt voor de onderhandelingen. ,,Voor sommige lidstaten gaan we op cruciale punten niet ver genoeg. Anderen vinden dat we te ver gaan'', aldus Moore gisteren. ,,Het is een evenwichtige tekst. Het is nu aan de lidstaten om die te kneden en te polijsten.'' Een hoge Amerikaanse afgevaardigde zegt ,,optimistisch'' te zijn, een EU-collega sprak gisteren van een ,,moeilijke, maar haalbare opdracht''. Daarentegen hebben ontwikkelingslanden tot op heden hun onvrede laten blijken over de teksten voor de WTO-top die westerse landen ,,ontwikkelingstop'' noemen.

Of `Doha' slaagt of niet, voor de organiserende lidstaat Qatar lijkt slechts het prestige van de emir in het geding. De winstgevende wereldhandel in olie en gas staat niet op het spel.