Korthals herstelde vertrouwen

Minister Korthals (Justitie) die de afgelopen week zijn laatste begroting voor de verkiezingen verdedigde, wil graag voor nog eens vier jaar op Justitie blijven.

Minister Benk Korthals beschouwde de vraag tijdens het begrotingsdebat van het Kamerlid Van de Camp (CDA) als een schot voor open doel. Of hij terugblikkend op zijn ministerschap vond dat hij zijn ambities uit augustus 1998 had waargemaakt? ,,Absoluut'', luidde het antwoord. Justitieland ligt er eind 2001 beter voor dan bij zijn aantreden. Dat was toen nog in de ban van de naweeën van de `crisis in de opsporing' (de post-Van Traa-periode) en de stammenoorlog tussen het college van procureurs-generaal en zijn voorganger, minister Sorgdrager. Hij had weer rust op het departement gebracht en het vertrouwen in Justitie hersteld, was zijn boodschap.

Ontspannen deelde Korthals kwinkslagen uit naar zijn ambtenaren op de tribune, als illustratie van de nieuwe eensgezindheid. Hij was er dan ook in geslaagd om een indrukwekkend aantal wetsvoorstellen door de Tweede kamer te loodsen. Hij noemde afschaffing van het bordeelverbod, de euthanasiewetgeving en de Wet bijzondere opsporing als voorbeeld van een lange reeks.

Maar Korthals wil vooral de geschiedenis ingaan als de minister die het decennia lang verwaarloosde veiligheidsbeleid in ere heeft hersteld. Afgelopen maandag knikte hij bij het debat over de politiebegroting instemmend toen zijn collega-minister De Vries van Binnenlandse Zaken aan de Kamer uitlegde hoe hij in de jaren zeventig nog in het buitenland uitlegde dat Nederland zo'n bescheiden politieapparaat had, omdat het hier zo veilig was. ,,Sindsdien bevindt die veiligheid zich in scherp neerwaartse spiraal, maar bleef de politiecapaciteit op hetzelfde niveau.'' Korthals verwijst dan ook steevast naar die jarenlange verwaarlozing van het veiligheidsbeleid als hij onder vuur ligt over de resultaten van zijn beleid. Zoals het beschamend lage ophelderingspercentage van de politie bij het oplossen van misdaden (nog geen 15 procent). Of de tienduizenden aangiften die bij de politie op de plank blijven liggen. Hetzelfde geldt voor de stapels dossiers bij justitie en de rechtelijke macht en het enorme personeelsgebrek bij het gevangeniswezen, waardoor afdelingen van jeugdgevangenissen dicht zijn en gevangenen voortijdig op vrije voeten komen. Dat zijn pijnlijke erfenissen uit het verleden die hij nu heeft blootgelegd.

Korthals koesterde tijdens het debat ook zijn imago van ,,rechtstatelijke rots in de branding.'' Als wetgever heeft Korthals zich geprofileerd als jurist die zuiver in de leer is. Hij zei `nee' toen de Tweede Kamer twee jaar geleden aandrong op verscherpte aanpak van pedoseksuelen. Afgelopen week gaf hij niet toe aan de roep in de Kamer om de identificatieplicht uit te breiden. Niet effectief, niet handhaafbaar, geen oplossing bij werkelijke bestrijding van terreur en derhlave een onevenredige verplichting aan het adres van de burger, betoogde hij. Ook een pleidooi van Van Oven (PvdA) om de maximumstraf bij de politierechter te verhogen zodat de onderbezette meervoudige strafkamers meer zaken kunnen overdragen, wees hij om principiële redenen van de hand. Ingewikkelde strafzaken mogen niet door één rechter worden afgehandeld. Het debat over de vraag of hogere maximumstraffen nodig zijn, mag alleen met principiële argumenten gevoerd worden, niet met pragmatische, als onderbezetting.

Toch kan Korthals niet uitsluitend bogen op het imago van puinruimer. Want na de `crisis in de opsporing', zoals Van Traa die in 1997 blootlegde, doemt een omgekeerde crisis op, die van het onderbezette en gemuilkorfde opsporingsapparaat. Want niet alleen bij de politie stapelden de afgelopen jaren de niet-afgehandelde dossiers zich op, dat was ook het geval bij justitie en de rechterlijke macht. Het leidde tot sepot van een groot aantal strafzaken waarbij notoire criminelen strafrechtelijke vervolging met transacties konden afkopen. En hij kon ook niet voorkomen dat onder zijn bewind het openbaar ministerie in het oog springende blunders maakte, zoals in het Dover-dossier en in het mislukte Clickfonds-proces.

Het recente rapport Misdaad laat zich tegenhouden van de projectgroep Opsporing van de Raad van Hoofdcommissarissen schetst een somber beeld van de productiviteit van de recherche. Want de bulk van tienduizenden onafgehandelde aangiften zal niet slinken, wordt daarin voorspeld, ondanks door Korthals aangekondigde maatregelen. De criminaliteit zal de komende jaren verder stijgen en verharden. De projectgroep constateert dat de miljoenen gulden verslindende war on drugs na twintig jaar nauwelijks iets heeft opgeleverd. Nederland blijft wat productie, handel en doorvoer van drugs betreft een narco-staat.

Korthals kan erop bogen dat hij het achterstallig onderhoud in alle geledingen van het politie- en justitiële apparaat heeft blootgelegd, maar daarmee heeft hij ze nog lang niet weggewerkt.