Kleine krabbelaars in de onderwereld

Het goede nieuws: de georganiseerde misdaad heeft nergens in Nederland een dominante, economische macht opgebouwd. Dat schrijft criminoloog Frank Bovenkerk in zijn laatste boek Misdaadprofielen. Het slechte nieuws: de situatie is en blijft `ernstig'. Met name in het milieu van woonwagenbewoners zijn ontwikkelingen gaande in de richting van een echte georganiseerde misdaad.

Bij het begrip `georganiseerde misdaad' moeten we denken aan een verbond van machtige `families' die ieder een bepaald territorium beheersen waar illegale goederen en diensten worden geleverd. Het heeft er alle schijn dat criminele `kampers' (woonwagenbewoners) zich door intimidatie een machtspositie hebben verworven, niet alleen onder bewoners van woonwagencentra, maar ook in `zwakke sociale buurten'.

Dit onderwerp is nieuw omdat `criminaliteit en kampers' lange tijd onbespreekbaar was. `Taboes zijn in de wetenschap principieel niet aanvaardbaar', aldus Bovenkerk. En hij kan het weten, want in 1994 nagelde hij in een verhoor van de parlementaire enquêtecommissie Van Traa Turken en Koerden aan de schandpaal — wegens hun `aanzienlijke' aandeel in de heroïne-industrie — en hij kreeg bij de gramschap over zich heen van heel politiek correct Nederland.

De gewraakte uitspraken van Bovenkerk hadden betrekking op mannelijke leden van deze bevolkingsgroepen in drie stadsbuurten in Nederland. Uit politie- en BVD-dossiers zou blijken dat circa duizend van hen meer of minder actief waren in de heroïnehandel. Bovenkerk verdedigde zijn gegevens ook voor een Turks gehoor, en moest blijkens een verslag in De Groene, het hoofd bieden aan de collectieve woede van de vermoedelijk legale representanten van deze bevolkingsgroep. Onlangs was Bovenkerk op de televisie te zien in een zaal met bewoners van woonwagenkampen. Hij moest zich ook daar nader verklaren over zijn `kamper-uitspraken' in het besproken boek. En dat viel niet mee.

Taboe

Ruwweg is de reactie op Bovenkerks bevindingen: het is niet waar dat er onder kampers/Turken meer dan gemiddeld criminaliteit is. Of: misschien is het wèl waar, maar dan is het de schuld van de overheid (discriminatie en werkeloosheid). En ook al is het waar, dan nog mag je dat niet zeggen, want dan stigmatiseer je ook iedereen die niet crimineel is. In deze cirkel van ontkenning en vergoelijking redeneren vaak de mensen die zich aangesproken voelen. Zij houden zodoende het taboe in stand. Dat gebeurt ook op bestuurlijk niveau met desastreuze gevolgen.

Bovenkerk: `Omdat burgemeester Ed. van Thijn ervoor paste de geschiedenis in te gaan als de burgemeester die verantwoordelijk was voor de razzia's op Turken en Koerden, heeft het heel lang geduurd voordat de politie kon ingrijpen in het drugscircuit van het Mercatorplein in Amsterdam-West.' Als het waar is wat Bovenkerk schrijft, valt het Van Thijn te verwijten dat hij om redenen van politiek opportunisme duizenden buurtbewoners heeft laten lijden onder drugscriminaliteit. `Om dezelfde reden', schrijft de criminoloog, `is strafrechtelijk onderzoek in alle West-Europese landen naar criminele groepen van zigeuners en Israëli's uitzonderlijk weinig populair'.

Antillianen, Colombianen, Marokkanen, Turken, Koerden, Joegoslaven, niemand wordt gespaard in dit boek. Ook het openbaar ministerie niet. Volgens Bovenkerk is `de jacht op de erven Bruinsma' een `spectaculaire vergissing' van justitie gebleken. De in 1991 geliquideerde Klaas Bruinsma heette aan het hoofd te staan van een uitgebreid crimineel netwerk. Ondanks een groots opgezette opsporingsactie zijn de hoofdverdachten in deze zaak vrijuit gegaan.

Ook met het ontnemen van crimineel verworven vermogens, de `Pluk ze'-wetgeving, is de overheid niet erg gelukkig geweest. Tussen 1993 en 1997 heeft het in totaal twintig miljoen gulden opgeleverd. De kosten voor de overheid bedroegen over dezelfde periode, volgens Bovenkerk, ruim 123 miljoen gulden. De `meldingsplicht ongebruikelijke transacties' valt eveneens tegen: van de 16.000 verdachte transacties in een jaar, worden 2.250 doorgegeven aan de politie,slechts acht zaken leidden tot vervolging. Bovenkerk wijst er op dat de onderwereld wordt bevolkt door kleine krabbelaars met een kort carrièreperspectief. Probeert justitie hun veren te plukken, dan blijkt de kip een kikker. Het criminele bedrijf brengt nu eenmaal enorme kosten met zich mee.

Overzicht

Voor dit boek putte Bovenkerk uit een jarenlange onderzoekservaring. Halverwege het boek wijst hij op een lastig onderzoeksprobleem: `de vijfentwintig regionale politiekorpsen houden hun informatie allemaal binnen het eigen district en het is tergend moeilijk een landelijk overzicht te krijgen van enig criminaliteitsprobleem'. De politie is geen onomstotelijk betrouwbare informatiebron.

Wie wel eens politiedossiers heeft ingekeken, weet dat wie door de politie als `verdacht' wordt aangemerkt nog niet automatisch door de rechter `schuldig' zal worden bevonden. Wanneer de politie zich in een zaak vastbijt, zie je vaak dat zij blind is voor signalen die haar ongelijk bewijzen. Bovenkerk, zo is mijn indruk, glijdt zo nu en dan van de bietenbrug af, wanneer hij de informatie van de politie volgt. Bijvoorbeeld in de zin: `De politie wordt in 1993 van verschillende kanten bedreigd: scannerfreaks luisteren het politieverkeer af.'

Die bedreiging werd inderdaad door de politie zo gevoeld. Er werden politiemensen gevolgd en telefoonverkeer tussen justitieambtenaren werd afgetapt. Maar de zaak die uiteindelijk voor de rechter kwam tegen de zogeheten `contra's' ging uit als een nachtkaars. Het zogeheten contra-observatieteam bleek voor de rechter minder een geavanceerd facilitair bedrijf voor criminelen dan een Sjors van de rebellenclub in hackersland. En scannerfreaks luisteren nog steeds mee met de berichten van het hoofdbureau.

Andere kanttekeningen zijn te plaatsen bij sommige formuleringen van Bovenkerk. Waarom schrijft hij de naam van `crimineel' Stanley H. voluit? En waarom aanhalingstekens gebruikt bij `crimineel'? Is meneer H. nu wèl of niet een crimineel? Nu eens wordt bijvoorbeeld een van de Heineken-ontvoerders Van H. genoemd, dan weer Van Hout. Het zijn overigens kleine kanttekeningen bij een zeer informatief boek. En om met wat goed nieuws te eindigen: volgens Bovenkerk is het project van de multiculturele samenleving in de onderwereld geslaagd. Er zijn geen etnische of religieuze scheidslijnen die allochtone of autochtone boeven uit elkaar houden.

Frank Bovenkerk: Misdaadprofielen. Meulenhoff, 288 blz. ƒ39,56

    • Hans Moll