Kan een zwarte man van bloemen houden?

Danser-choreograaf Gregory Maqoma woont en werkt in Johannesburg, maar studeerde in Brussel bij Anne Teresa de Keersmaeker. In Zuid-Afrika zorgt z'n werk voor verwarring.

,,Ongelooflijk. Hij is vandaag begonnen en 't lijkt alsof-ie al klaar is!'' Hoofdschuddend trekt een medewerker van Moving Into Dance, het gerenommeerde dansgezelschap van Sylvia Glasser, hartje Johannesburg, de deur dicht van het lokaal waar Gregory Maqoma een nieuw stuk repeteert.

Gregory Vuyani Maqoma (28) staat bekend als de `snelste' onder de jongegarde zwarte dansers-choreografen die Moving Into Dance de afgelopen tien jaar afleverde en die zowel in Zuid-Afrika als in het buitenland opvallen door hun eigenzinnige stijl. ,,Ja, ik werk snel'', lacht Maqoma, in Diesel-spijkerbroek, oranje jack en hippe grijs-wollen cap. ,,Ik denk dat 't komt omdat ik elke seconde in mijn leven bezig ben met dans. Ik kan een stuk in twee weken voltooien.''

Snel werken betekent dat Maqoma veel tegelijk kan doen. Hij choreografeert en danst niet alleen, hij doceert ook aan verschillende instituten en werkt mee aan de stukken van diverse collega's. Zowel in eigen land (hij won de belangrijkste dansprijzen) als erbuiten wordt hij gewaardeerd als origineel en gewaagd. En toch voelt Maqoma zich als danser in Zuid-Afrika vaak een vreemde eend.

,,Ik ben een Zuid-Afrikaanse zwarte man en een danser. Dat is op zichzelf een fenomeen'', sprak hij in juli op een dansconferentie in Kaapstad. In een persoonlijk betoog schetste hij een beeld van de problemen waar hij als professioneel danser mee worstelt. Om te beginnen, stelde hij, is er het `belachelijke' gebrek aan financiële ondersteuning voor hedendaagse dans in Zuid-Afrika. ,,Kunstsponsors moeten zich realiseren dat kunst niet enkel een voertuig is van leeg vermaak'', betoogde Maqoma, ,,kunst is een domein dat sociale en emotionele conflicten naar buiten brengt en geschikt maakt voor openbare discussie.''

Maqoma spreekt uit ervaring; de uitvoering van zijn choreografie Rhythm1.2.3, die in 1999 in Amsterdam in première ging, werd in Zuid-Afrika afgewezen door de Nationale Raad voor de Kunst, zijnde `een project van overzee', oftewel niet Zuid-Afrikaans genoeg. Maqoma had aan dit stuk gewerkt in Brussel, tijdens zijn studie aan P.A.R.T.S (Performing Arts Research and Training Studios) onder leiding van Anne Teresa de Keersmaeker. Ook al maakte Maqoma zichtbaar gebruik van zijn nieuwverworven Europese kennis en techniek, Rhythm 1.2.3 is met hart en ziel Zuid-Afrikaans: drie Zuid-Afrikaanse dansers Gregory Maqoma, ShanellWinlock en Moya Michael laten in een wervelend ritme de hoop en wanhoop van de stad Johannesburg zien.

Een tweede probleem betreft de verwachtingen die men koestert van een Afrikaanse danser, zowel in Afrika als in Europa. ,,De vraag is'', stelde Maqoma cryptisch, ,,of het mij of het werk dat ik presenteer minder `traditioneel' maakt als ik puntschoenen draag en op de muziek van Bach dans?'' Tijdens een pauze van zijn repetitie, bedachtzaam roerend in zijn thee, verklaart hij zich nader. ,,Kijk, er bestaat een onuitgesproken opvatting dat als je tot een bepaalde stam behoort, in mijn geval Xhosa, dat je dan de tradities in je choreografieën representeert. En dat is absurd. Ik groeide op in Soweto, in een stadse diversiteit van culturen. Ik wist tot mijn negentiende niks van de rurale Xhosa-tradities. Ik weiger me in een bepaald sjabloon te schikken, ik heb mijn eigen individuele identiteit.''

Vincent Mantsoe

Eind jaren tachtig vormde Maqoma in Soweto `het hart van de zwarte urbane cultuur' een groepje straatdansers dat Michael Jackson en andere popsterren imiteerde. Tot die groep behoorde ook Vincent Mantsoe, nu een uitzonderlijke Zuid-Afrikaanse solo-danser die ook in Nederland bekendheid geniet. ,,Vincent en ik mixten dingen van tv met townshipdans. Eigenlijk waren we zonder dat we het wisten al bezig met choreografie.''

In 1990 deden de twee vrienden auditie bij Moving Into Dance, het multiraciale dansgezelschap van Sylvia Glasser. Ze vielen op door hun verbazingwekkende `presence', herinnert zich Bev Elgie (48), een van de senior-danseressen van het gezelschap. ,,Gregory was een tiener met lange armen en benen die toen al schitterend gebruik maakte van de ruimte.''

Het duo Mantsoe/Maqoma maakte onder leiding van Sylvia Glasser een razendsnelle ontwikkeling door. Mantsoe bouwde voort op Glassers concept van `Afrofusion', waarin Afrikaanse dans met contemporaine technieken wordt gecombineerd. Zijn eerste solo maakte Mantsoe in een mystieke stijl, die hij in de jaren daarna verder uitdiepte.

Maqoma sloeg een andere richting in. Hij toonde zich in zijn eerste eigen stukken een gewaagde choreograaf, die dansers (hemzelf incluis) in een strak, up-tempo opjaagt, waarbij hij ze geregeld van het podium liet lopen, de coulissen in en uit, om ze tussendoor stil te zetten en hardop commentaar te laten leveren. Hij stak dansers in 19de-eeuwse jurken, danseressen in 't pak.

Hij deed workshops bij Europese dansdocenten en voelde zich aangetrokken tot de combinatie van dans, theater en beeldende kunst. Maar ook liet hij zich besnijden in een traditioneel Xhosa-ritueel, bijgestaan door zijn grootmoeder in de Transkei. In 1998 won hij een studiebeurs voor P.A.R.T.S. in Brussel. Een keerpunt in zijn ontwikkeling. ,,Door weg te zijn uit Zuid-Afrika'', zegt Maqoma, ,,was ik in staat helemaal mee te gaan met m'n eigen ideeën. Ik ervoer het als een uitbarsting van mezelf. Ik verbeterde bovendien mijn techniek, leerde m'n lichaam kennen.''

Maqoma's choreografie Rhythm 1.2.3 uit 1999 vormt het eerste resultaat van zijn explosieve werkdrift. Hij heeft alles doordacht. Het decor: zwarte en witte kartonnen dozen, die voortdurend door de dansers worden verplaatst. Het licht, ontworpen door de Belg Hans Valcke, dat de dansers in diepe schaduwen dompelt. De muziek: een sampling van westers-klassiek (Brahms, opera), traditioneel-Afrikaans en oosters. En de dans: een soort straatdans, maar dan verlengd, opgejaagd, in strakke, haast snijdende bewegingen. Maqoma is op z'n best: de lange armen en benen bewegen soepel en scherp, de hoge jukbeenderen geven hem een aanzien dat ontzag afdwingt.

Kwaito

Terug in Zuid-Afrika maakte Maqoma een vervolg op Rhythm 1.2.3. RhythmBlues is een hommage aan de rijke muzikale jaren vijftig en zestig, waarin de raciaal gemengde wijk Sophiatown bloeide als het centrum van de jazz, en artiesten als Miriam Makeba, Dolly Rathebe en Hugh Masekela groot werden.

Van nostalgie echter geen spoor. Met behulp van vier muzikanten, een rapdichter en een dj die de bekende, swingende deuntjes van de oude meesters aan de mixtafel sampelt met hedendaagse Zuid-Afrikaanse kwaito (rap), demonstreert Maqoma de invloed van de ouden op de jongen. Wat choreografie en kostumering betreft is er sprake van een deconstructie van stijlen en identiteiten: jaren vijftig-dansen worden uitgevoerd volgens losse, hedendaagse technieken, er wordt gedanst in rode baljurken. Alleen zijn het Maqoma en Nkosi, de twee mannelijke dansers, die de jurken dragen en réverences maken. Met een knipoog naar de tijden van apartheid brengt hij het oude Afrikaner volkslied `Die Stem' ten gehore, om ironisch af te sluiten met de dichter die op koloniaal-Engelse toon zegt: `Ladies and gentlemen, dinner is served'.

Het spel met ironie, en met de noties Afrikaans-Europees, man-vrouw zet Maqoma voort in volgende choreografieën, zoals blijkt uit titels als Black Men White Balls en Southern Comfort, zijn laatste werk, waarin hij de identiteit van de zwarte man onderzoekt: een man die van bloemen houdt en zich laat afbekken door een vrouw, is dat nog een man? ,,Ironie laat mensen achter met een gevoel van onbehagen'', zegt Maqoma. ,,Ik wil de mensen in verwarring brengen. Ze moeten zich afvragen: zijn de dingen o.k. zoals ze zijn?''

,,Bewaar je individualiteit.'' Maqoma's stem klinkt zacht in het repetitielokaal van Moving Into Dance. Hij is bezig met een choreografie die de kwaito-cultuur in beeld brengt. Kwaito is razend populair onder zwarte jongeren en de zeven jonge dansers vinden het prachtig, maar weten niet goed wat er van hen verwacht wordt. Ze mogen improviseren van Maqoma, en dat zijn ze niet gewend.

Maqoma observeert peinzend, in gedachten verzonken. Plotseling komt hij in beweging en laat voor de spiegel zien dat je met eenvoudige, korte gebaren van alleen hoofd, hals en armen al heel veel kunt.

,,Ik wil ze provoceren'', zegt hij, ,,ik wil hun echte persoon zien, hun eigen wezen. Kwaito is een grote inspiratiebron voor ze, de teksten gaan over misdaad, geld, relaties, drank, verkrachting. Ik wil zien hoe ze dat in bewegingen kunnen uitdrukken.''

Twee weken later is het kwaito-stuk Ek sê hola! (slang voor `hi!') inderdaad af.

`Rhythm Blues' van Gregory Maqoma, door Vuyani Dance Theatre Project, is te zien op do 15 en vr 16 nov. in het Theater aan het Spui in Den Haag, als onderdeel van het Holland Dance Festival. Inl.070-4277369 of www.hollanddancefestival.com

`Ben ik minder `traditioneel' als ik op Bach dans?'

    • Petra Quaedvlieg