John Langenus

Wekelijks analyseert collega Hugo Camps de laatste ontwikkelingen in de Nederlandse sport. Als dank hiervoor richt ik mij eens op een persoonlijkheid uit zijn land: John Langenus. Deze voetbalscheidsrechter floot in 1930 de finale van het eerste wereldkampioenschap in Uruguay. In die tijd stond dat gelijk aan dansen voor de poorten van de hel.

Langenus is geboren in 1892 en maakte de pioniersjaren van zijn sport mee. Als scholier bracht hij veel tijd door met zijn vriendjes op het veld. `Iederen morgen om 5 uur', schreef hij in 1942 in zijn boek Fluitend door de wereld, `trokken w'er op uit. Latten en palen werden afgehaald ten huize van een medeleerling. En dan kon men ons zien draven en loopen achter den bal. Om toch te 8 uur precies in de school present te zijn.' Na korte tijd besloot Langenus scheidsrechter te worden. `Er moest dus geblokt worden', concludeerde hij, want hij moest wel zijn diploma halen.

Na intensieve zelfstudie toog hij naar het examen. Hij kreeg lastige vragen: `Er wordt gedurig op een doel aangevallen. De doelman aan de andere zijde, die niets te doen heeft, klimt uit tijdverdrijf op het doel en gaat op de dwarslat zitten. Als er nu een aanval op zijn doel komt, wil hij van zijn uitkijkpost niet weg. Wat doet ge?' Tsja, dat wist hij niet en toen was hij `gebuisd', gezakt. Komt u nog maar eens terug, mijnheer.

Drie maanden later meldde hij zich opnieuw en ditmaal waren de vragen ook voor normale mensen begrijpelijk. Langenus mocht het veld op, maar hij had wel een nieuwe fluit nodig. `Van een goeden ziel kreeg ik er een splinternieuw. Het maakte lawaai voor twee. Hiermede leidde ik al de wedstrijden die volgden, tot in Montevideo toe.'

Daarmee bedoelt hij de WK-finale Uruguay-Argentinië van 1930. Een enorm beladen wedstrijd, omdat die twee landen elkaar niet als vriend beschouwen. Al vooraf stonden ordediensten op scherp, zag Langenus: `Buiten het stadion zorgde het leger – bajonet op 't geweer – voor de orde.' Toch verliep alles sportief, herinnerde hij zich. Alleen was er een probleem met de ballen, want beide ploegen hadden er zelf een meegenomen. Ook daar werd om getost, besloot de arbiter. Soms kostte het moeite de aandacht op het veld te houden wegens gerommel op de tribune: `Af en toe ging er een schot af, dat dezelfden knal gaf als een revolver.' Maar alles was sportief, herinnerde hij zich.

Uruguay won en toen was het feest. Langenus wist niet wat hij zag: `Geen enkele der Europeesche voetballers heeft dit ooit mogen zien!' Dat in Argentinië de ambassade van Uruguay werd bestormd, wist hij misschien niet. Maar wat had hij moeten doen: zo iets vragen ze toch niet op een scheidsrechtersexamen?

jurryt@xs4all.nl