Huisarts Sutorius voelt zich onbegrepen

`Juristen denken zo in hókjes', zei de moe-geprocedeerde huisarts van oud-senator Brongersma gisteren voor het gerechtshof. Maar niet alleen de juristen zijn van zins de grenzen aan euthanasieregels nu af te bakenen.

Bestaat er consensus onder artsen over de vraag of zij oude mensen die niet aan ziekte, maar aan het leven lijden, mogen helpen bij zelfdoding?

Dat was één van de drie belangrijkste vragen die het Amsterdamse hof gisteren te stellen had aan twee getuige-deskundigen. Het hoger beroep tegen de huisarts van oud-PvdA-senator Brongersma, P. Sutorius, was ruim een half jaar uitgesteld om hun rapportage af te wachten.

Uitzichtloosheid en ondraaglijkheid zijn de voornaamste criteria om euthanasie en hulp bij zelfdoding te rechtvaardigen. De hoogleraar gezondheidsrecht in Rotterdam J. Legemaate en C. Spreeuwenberg, hoogleraar integratie geneeskundige zorg voor chronisch zieken in Maastricht, concludeerden gisteren dat artsen niet gelegitimeerd zijn hulp bij zelfdoding te geven als dat lijden van patiënten geen somatische of psychiatrische oorzaak heeft. Artsen moeten zich volgens hen beperken tot het ,,medisch domein''. Oude mensen die ondraaglijk lijden aan het nog langer leven, vond Spreeuwenberg, daaraan is niets medisch. ,,Dat is een maatschappelijk probleem.''

Oude mensen zoals Brongersma mogen dus geen hulp bij zelfdoding krijgen, menen de deskundigen. En consensus? Die bestaat volgens de hen nog in het geheel niet.

In alle opzichten had Sutorius dus grenzen overschreden - toch zou de huisarts even later voor het hof uitroepen dat in zijn beroepsgroep ,,een héleboel'' mensen werken die net als hij gehandeld zouden hebben.

Maar is dat zo? Sutorius lijkt op het moment eerder heel alleen te staan - ook buiten de rechtszaal. Zelfs progressieve artsen die zich nu als `euthanasie-consulent' inzetten om voor collega's de wettelijk vereiste second opinion te geven, wijzen Sutorius' handelen af. En de directeur van de artsenorganisatie KNMG, P. Rijksen, sloot zich vanmorgen in een reactie op het oordeel van Legemaate en Spreeuwenberg volledig bij hen aan: ,,Voor mij ligt de grens daar waar het lijden geen somatische of psychiatrische component meer heeft.''

Legemaate en Spreeuwenberg oordeelden gisteren niet anders dan de verwachting was. Toen Sutorius vorig jaar door de rechtbank nog werd ontslagen van rechtsvervolging, zei Legemaate al in deze krant dat dát een stap te ver was: ,,De consequentie ervan is dat iedereen die dat wil, in principe euthanasie kan krijgen. Als die uitspraak stand houdt, is het de vraag of artsen verzoeken om euthanasie in de toekomst nog wel kunnen weigeren.''

Ook over Spreeuwenberg, zei Sutorius' raadsvrouwe M. Oosting, was al ,,bekend'' dat hij er tegenwoordig ,,een zeer conservatieve mening op nahoudt''. Het hof had dus kunnen weten welk oordeel het in huis haalde met deze deskundigen, vond Oosting. Zij vroeg het hof daarom nóg twee getuigen te horen: een filosoof, professor Thijssen, die het wetenschappelijk gehalte van het rapport van Legemaate en Spreeuwenberg in twijfel trok en een ethica, professor de Beaufort, die voor de rechtbank al in de zaak-Brongersma getuigde dat de leeftijd van een persoon ,,onmiskenbaar'' onderdeel is van de uitzichtloosheid van diens lijden. Maar het hof wees de inbreng van nóg meer deskundigen af, ongeveer om dezelfde reden die hoofdadvocaat-generaal Myjer eerder deed verzuchten: ,,Het is allemaal weer onder professoren, vandaag''.

Na jaren van discussie is vanaf nu dan toch alles in handen van de juristen - en dat zint Sutorius helemaal niet. Enigszins murw en uitgeput, nu de zaak zich al een kleine drie jaar voortsleept, dreigde hij af en toe zijn geduld te verliezen. De manier waarop hij het hof toesprak kreeg dan een vleugje superioriteit. ,,Juristen proberen altijd alles zo in hókjes te vatten'', zei hij dan bijvoorbeeld. ,,Dat is onwérkbaar, zo wérkt dat niet.'' Steeds bleef Sutorius terugkomen op de kennelijk niet in woorden te vatten chemie tussen arts en patiënt, die ,,met handen en voeten in het veld'' staan. De rest was volgens hem een kwestie van hokjesgeest van ,,buitenstaanders'', die ,,niet weten wat een arts die zich moet inleven dóórmaakt''.

Eerder is al de zorg uitgesproken dat juist artsen die rond de dood moeten handelen, door te grote betrokkenheid soms grenzen overschrijden. Met de beste bedoelingen, ziet ook advocaat-generaal Myjer, die daarom geen straf voor Sutorius eist. Maar schuldigverklaring wil hij wèl. ,,De juristen'' denken daarover niet anders dan de getuige-deskundigen: KNMG-directeur Rijksen en artsen die de euthanasieregels als consulent goed kennen. Juist om de grenzen tussen euthanasie, hulp bij zelfdoding en moord veilig te stellen, vinden zij, mag het intieme ,,veld'' waarin arts en patiënt zich samen begeven, nooit buiten het domein van de medische wetenschap komen te liggen.

    • Margriet Oostveen