Het onbegrepen succes van Pim Fortuyn

Volgend jaar verkiezingen, maar eerst: verkiezingsstrijd. Zo gaat het immers altijd. Maar als we dat woord verkiezingsstrijd nu eens zouden schrappen uit het taalgebruik. Het zou heel wat frustratie en teleurstelling kunnen wegnemen. Want als de ontwerpverkiezingsprogramma's, die nu bijna allemaal gereed zijn, één ding duidelijk maken is het wel dat op basis van deze stukken geen strijd gevoerd kàn worden. De programma's zijn dermate compatible dat na de verkiezingen een coalitie van alle partijen nog het meest voor de hand zou liggen. Een nationaal kabinet dus. Niet uit noodzaak, maar als logisch gevolg van brede consensus. Alleen de SP zou zich op programmatische gronden nog met goed fatsoen kunnen afzonderen in de oppositie.

Zo gaat het natuurlijk niet. Een parlementaire democratie heeft een oppositie van enige substantie nodig zo is ooit afgesproken en vandaar dat op enig moment na de verkiezingen toch maar een beperkt aantal partijen een regering zal vormen. Het is tekenend dat alle potentiële kandidaten alle coalitiemogelijkheden openhouden. Nog steeds is het in Nederland zo dat de burger wel mag stemmen, maar niet mag kiezen. Welk kabinet hij straks krijgt? Hij zal het wel merken. Dat maken de leiders in de beslotenheid van de kabinetsformatie uit. Zoals deze week op een conferentie werd opgemerkt: politici hebben tegenwoordig de mond vol over transparantie behalve als het om hen zelf gaat bij de samenstelling van een kabinet.

De regenten kunnen het zich veroorloven, want hun positie is onaantastbaar. Het volk mort niet. Integendeel, het volk is zeer tevreden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de politieke peilingen die een uitermate stabiel beeld te zien geven. Sinds de vorige Tweede Kamerverkiezingen is er nauwelijks iets in de kiezersvoorkeuren veranderd. PvdA, VVD, CDA en GroenLinks bevinden zich allemaal op ongeveer hetzelfde niveau als in 1998. Alleen D66 verliest zwaar, maar ook dat is al sinds lange tijd een constant gegeven. Toch is het een bedrieglijke rust. Want zo stabiel als het politieke landschap er uitziet, zo labiel is de kiezer die daarvoor verantwoordelijk is. De trouwe kiezer is al decennia op zijn retour. Voor alle grote partijen geldt dat het zogeheten kernelectoraat krimpt. De kiezersmarkt wordt groter, met als paradoxaal gevolg dat de partijen programmatisch steeds meer op elkaar gaan lijken.

De politiek manifesteert zich in toenemende mate als een besloten club. Dat roept weerstanden op. Het buitenland kent vele voorbeelden van nieuwkomers in de politiek die hun succes louter en alleen te danken hebben aan het verzet tegen de `oude kaste'. Op dit sentiment komt straks ook Pim Fortuyn als hij tenminste over enkele weken gekozen wordt tot lijsttrekker van Leefbaar Nederland de Tweede Kamer binnen. Als politieke partij stelt Leefbaar Nederland niets voor, maar dat doet er niet toe. Het is een vreemdsoortige combinatie van exhibitionisme (Pim Fortuyn), machiavellisme (Jan Nagel), grote bek (Henk Westbroek), nieuwe rijkdom (Willem van Kooten) en rancune (allen).

Toch zal deze ongelijksoortige club een flink aantal kiezers achter zich weten te scharen met hun kwajongensachtige anti-Haagse toon: tegen de politici in Den Haag die verantwoordelijk zijn voor files, treinvertragingen, wachtlijsten, niet functionerend openbaar bestuur etc. Voeg daarbij nog een vleugje subtiel geformuleerde xenofobie, toegespitst op de islam en succes is verzekerd. De eis van Jan Nagel dat Leefbaar Nederland met dubbele cijfers in de Kamer moet komen (zo niet dan stapt het bestuur op) is geenszins overdreven. Het huidige apolitieke klimaat leent zich uitstekend voor anti-establishmentpartijen.

De `oude' politiek reageert met de bekende reflex. De kandidaat-lijsttrekker deugt niet, het programma deugt niet en de partij deugt niet. Allemaal waar, maar dat soort constateringen helpt voor het overige weinig. Want kandidaat-lijsttrekker, programma en partij zijn een gegeven. En, zoals de lokale leefbare partijen in bijvoorbeeld Hilversum en Utrecht hebben aangetoond werkt niets zo wervend als een underdog positie.

Een van de bekende stellingen van Ed van Thijn luidt dat politici altijd achteraf schrikken. Dat zal straks ook bij Leefbaar Nederland ongetwijfeld het geval zijn. Net als in het verleden bij de komst van nieuwkomers, zullen de gevestigde partijen opmerken dat het signaal van de kiezer serieus genomen moet worden. Maar dan is het al te laat.

Leefbaar Nederland heeft het met een lijsttrekker als Pim Fortuyn in zich om met een flink aantal zetels in de Tweede Kamer te komen. Politiek gezien kan dat nogal wat gevolgen hebben. Zoals de onafhankelijke kandidaat Ralph Nader een jaar geleden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen voor Al Gore cruciale stemmen wist weg te kapen, kan Pim Fortuyn straks hetzelfde doen bij VVD-lijsttrekker Hans Dijkstal, waardoor de PvdA toch de grootste partij blijft. (Melkert zou het scenario haast samen met zijn ex-partijgenoot Nagel bedacht kunnen hebben, ware het niet dat Fortuyn ook een moeilijk te kwantificeren aantrekkingskracht uitoefent op dolend PvdA-electoraat.)

Leefbaar Nederland is in aantocht. Binnen de gevestigde partijen wordt al hevig gespeculeerd op het spoedig uiteenvallen van de partij als de verkiezingen achter de rug zijn. Die kans is inderdaad niet denkbeeldig met Pim Fortuyn als lijsttrekker. Maar het zou beter zijn als de oude politiek daar niet op wacht. Effectiever is aandacht voor de voedingsbodem van Leefbaar Nederland. De partij is een uitgesproken antipartij. Antigevoelens zijn er altijd, maar moeten ook altijd serieus worden genomen. Want, zo leert die andere politieke wet, de kiezer heeft altijd gelijk.

    • Mark Kranenburg