Herfkens blij over afspraak

De Europese Commissie gaat praten met alle lidstaten van de Europese Unie over een kalender om hun uitgaven aan ontwikkelingshulp daadwerkelijk te verhogen tot 0,7 procent van hun bruto binnenlands product.

Dat hebben de minister van Ontwikkelingssamenwerking gisteren in Brussel afgesproken. De Nederlandse minister Herfkens vierde de afspraak als een overwinning. Zij had haar collega's er aan herinnerd dat een aantal EU-landen nog geen werk heeft gemaakt van de afspraak die de regeringsleiders in juni op de EU-top in Gotenburg hadden gemaakt, om het principe van 0,7 procent van het BBP na te streven. Nederland hoort met 0,8 procent bij de lidstaten die een groter deel aan ontwikkelingshulp uitgeven.

Na twee uur moeizame discussie legden de minister zich gisteren vast op gemeenschappelijke tekst, waarbij zij zich commiteren aan het realiseren van 0,7 procent. Daarbij spraken zij af dat het verlies van belastinginkomsten mag meetellen als uitgave in het geval dat giften aan ontwikkelingsorganisaties fiscaal aftrekbaar zijn.

Minister Herfkens sprak na afloop op de radio van ,,de gelukkigste dag'' in haar ministerschap. ,,Nu zijn het niet langer alleen de Scandinavische landen en Nederland die hun beloften nakomen'', aldus Herfkens. Het meetellen van de fiscale aftrekbaarheid weegt volgens haar ,,niet op tegen het feit dat alle landen nu gaan meedoen''.

Herfkens denkt dat tegen 2007 alle lidstaten concreet weten hoe zij het extra geld zullen gaan besteden. Europeees Commissaris van Ontwikkelingshulp Nielsen zei gisteren ernaar te streven reeds ,,meer tastbare en concrete resultaten'' te kunnen presenteren bij de volgende conferentie van Verenigde Naties over hulp, die in maart volgend jaar in Mexico plaats heeft.

De VN hebben eerder afgesproken te streven naar een halvering van de armoede in de wereld in 2015. EU-voorzitter is dan de Spaanse minister Cortes die er gisteren op wees dat de economische vetraging sinds 11 september de begrotingsmarges van de lidstaten juist kleiner maakt. Hij verzette zich tegen al te verplichtende afspraken.

De Franse minister Josselin zei na afloop het toe te juichen dat Europa ,,zich verplicht'' meer te doen aan ontwikkelingshulp, maar wees erop dat ,,ook anderen meer zouden moeten doen.'' Hij verwees daarbij naar de Verenigde Staten. Frankrijk geeft nu 0,3 procent van zijn BBP uit aan ontwikkelingshulp.

Volgens Josselin gaat Frankrijk dichter in de buurt komen van de norm van 0,7 procent van het BBP door schulden kwijt te schelden aan ontwikkelingslanden en door te investeren in mondiale fondsen tegen aids en malaria, twee ziektes waar vooral de armste landen zwaar door worden getroffen.