EPO-test

Het bericht IOC handhaaft EPO-test met aanpassing (in de krant van donderdag 8 november, pagina 12) is onjuist. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) blijkt geen aanpassing in de dubbele EPO-test te hebben doorgevoerd. De twee informanten, Frits Kessel als medisch adviseur van de sportkoepel NOC*NSF en Rens van Kleij van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), baseerden zich op gegevens die door de medische commissie van het IOC intussen waren herroepen. Bij het te woord staan van onze verslaggever waren beiden daarvan niet op de hoogte en wisten zij niet beter of het IOC zou bij de EPO-test het bloedmonster indicatief gebruiken voor het urinemonster. Zoals het aanvankelijke voorstel luidde, zou de detectie van erytropoëtine volgens Kessel en Van Kleij dientengevolge worden gebaseerd op de afgenomen urine. De medische commissie van het IOC zag vermoedelijk op juridische gronden van dat voornemen af en besloot uiteindelijk de gecombineerde bloed- en urinetest te handhaven. Een atleet kan derhalve alleen voor toediening van EPO worden gestraft als het eiwithormoon zowel in het bloed als in de urine wordt gevonden.