Een ramp voor de kunstpenose

In Haarlem en Beverwijk is vroeg en recent werk te zien van Anton Heyboer. En er is een uitgebreide monografie verschenen. ,,Ik kan geen kip maken, of hij vliegt weg.''

Al het wrakhout van de Noord-Hollandse stranden is aangespoeld in een loods in Den Ilp, even boven Amsterdam. Een loods zonder ramen, waar zo'n twintig herdershonden te keer gaan. Een drietal exemplaren springt ons iets te uitbundig tegemoet. Ze zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, want we schuifelen de schemering in van een ellenlange, kronkelige gang, hier en daar onderbroken door schotten van ijzerdraad en bungelende planken. Het stinkt er naar een verwaarloosd dierenasiel en de tochtdeurtjes knarsen als in een horrorfilm. Uit de gammele hokken, ter weerszijden van de gang, stijgt het gegrom op van nog drie andere roedels. Ze waken over voorraden mineraalwater en grote blokken glinsterend halfedelgesteente.

In deze loods van honderd bij 23 meter woont al zo'n veertig jaar de schilder Anton Heyboer met één, twee en uiteindelijk vier vrouwen. Hij verlaat zijn stek nooit. De honden zouden zijn jungle in een chaos veranderen. Bij hoge uitzondering stapt hij de buitenlucht in. Een afspraak maken is uitgesloten. We hebben gewacht in de knotsgek beschilderde Heyboer-galerie aan de overkant, volgeplakt met roze en gele pingpongballen, spiegeltjes en sleutelhangers. Een dagtaak voor Heyboers vijfde `bruid' Petra, die met haar Hans-en-Grietje-huisje uit een sprookje lijkt weggelopen. Elk weekeinde weer komen in de galerie honderden mensen langs. En velen vertrekken met een heuse Heyboer onder de arm. Naast dit flowerpower-walhalla staan de vier ouwe Mercedessen geparkeerd van `de pooier met zijn vier hoeren', zoals omwonenden de familie vorig jaar in een petitie karakteriseerden.

Heyboer, de bestverkopende kunstenaar van Nederland, is niet ontvankelijk voor een vraaggesprek: ,,Iets te hoge bloeddruk'', aldus een vrouwenstem via de geluidsversterker van de interne telefoon. Maar dankzij de ginseng-thee knapt hij binnen een half uur aanzienlijk op en zijn we alsnog welkom. Hij zetelt aan het eind van die lage, duistere gang, op een houten bedbank. In `deze kantine', zoals hij het vertrek zelf noemt, dartelen weer andere honden tussen de stokoude gasfornuizen, de tientallen lampjes van bergkristal, de gordijntjes van parelsnoeren en de morsige kleden. Dit is het organisch aangekoekte gewelf van een stel eigenwijze zonderlingen, die in de boze buitenwereld de nodige huishoudelijkheden hebben weggesleept, zoals versleten naaimachines, de inventaris van een macrobiotische voedselketen en een homeopathische apotheek.

Heyboer heeft in zijn wijde Volendammer vissersbroek met rode bretels de kleermakerszit aangenomen ,,om de vrouwelijke gast te imponeren''. Zijn vierde vrouw Joke serveert op zijn knieën een zilverkleurig dienblad met een roggebroodje. Boven ons hoofd doet een ionisator geruisloos zijn werk; het is in de loods maar één van de vijftig soortgelijke apparaten die de ,,menselijke longblaasjes op spanning moeten houden''.

De `King of Arts', zoals hij op de cover van een zijn boeken heet, zal zeven uur onafgebroken het woord voeren. Tussendoor zal hij plassen in de spoelbak van het keukenaanrecht – ,,Ziezo, precies tussen de vaat door'' – en zal hij zijn gesprekspartners herhaaldelijk verzoeken in zijn keiharde arm- en beenpezen te knijpen. Want hij mag dan wel 77 zijn – hij voelt zich een god van veertig, mede dankzij de bijstand van ,,een arts zonder grenzen''. Geen enkele vraag beantwoordt hij adequaat. ,,Ik word straks wel serieus, hoor: wees maar niet bang, het interview begint zo, laat me nou toch even los in mijn vel praten.''

Marcel van Dam

,,Die honden doen niks'', zo stelt De Meester gerust. De nacht brengt hij altijd met de twee échte valseriken door in zijn eigen hondenhok. ,,De hondenziel is namelijk van een hogere orde dan de mensenziel. Die ene politiehond daar kost vijftigduizend gulden en hij is zo slim dat hij blaffend rechtop voor de televisie gaat staan als er weer een stom Amerikaans programma met van die hysterische stemmen wordt uitgezonden. Ik mag van hem alleen maar kijken naar Engelse films, het Journaal en naar de `underdog' Marcel van Dam.''

Tussen ongeveer 1960 en 1985 heeft Heyboer adembenemend mooie etsen en gouaches in aardetinten gemaakt. Hij dreef zijn lineaire systemen van kruisen, figuren, ruiten en cirkels met een beitel het zink in, completeerde de afdrukken soms met tekst in rode verf of met foto's. Veilinghuizen vragen nu duizenden guldens voor een klein blad in deze rauwe, rebus-achtige beeldtaal en voor een hele serie is men een ton kwijt. Zijn `systemen' beslaan de aardse en `kosmische gansheid' met cijfers, geometrische figuren en mensgestalten als persoonlijke, gestandaardiseerde symbolen. Beesten staan voor menselijke driften en instincten, kleuren als rood en zwart vertegenwoordigen het heden en verleden.

,,Maar dat was kunst voor intellectuelen, voor beleggers en voor musea'', zegt de kunstenaar nu. ,,En voor diezelfde penose ben ik een ramp geworden, want ik heb alles in de war gegooid door hier goedkope kunst te gaan maken. Destijds maakte ik wel zo'n vijftig etsen per dag. Duizenden heb ik nooit afgedrukt. Omdat ik alle onderscheidingen heb gekregen die er op etsgebied te krijgen zijn, weet de wereld dat ik de grootste etser ben. En je moet niet doorgaan met alsmaar de grootste te zijn. Daarom ben ik anders gaan schilderen.''

Met de net geopende tentoonstellingen in Haarlem en Beverwijk wil Heyboer niets te maken hebben. ,,Ik ben nog nooit naar een tentoonstelling van mezelf gaan kijken. Dat is net of je overleden bent. De beste kunst maak ik vandaag en die is volgende week alweer oud.'' Ook de net verschenen, goed verzorgde monografie moet het bezuren, want daarin ontbreken de kippen, de danseresjes en de naakten, het Cobra-achtige plaatwerk dat hij de laatste twintig jaar met bijna gesloten ogen in turbovaart fabriceert, en dat de musea stelselmatig negeren.

,,Dat is kunst voor gewone mensen en daar houdt de kunstpenose niet van. Zo'n schildering kost hier in de galerie een paar honderd gulden en als-ie in een paar dagen onverkocht blijft, halveer ik de prijs. De hardwerkende arbeider kan nu dus ook beleggen. Sommige klanten nemen een gordijnstaaltje mee om bij mij iets passends aan de muur te bestellen. Geen probleem. De Hell's Angels bezoeken me net zo graag als mooie vrouwen.

,,Tegenwoordig kan ik geen kip maken, of hij vliegt weg. Ik schilder er vijftig per dag. Vorig jaar heb ik De Bijenkorf veel kippen geleverd omdat we zo'n hoge belastingaanslag hadden ontvangen. Door die klus liep ik een peesblessure op – hier, voel maar. Ik heb nu geen muisarm, maar een kippenpoot. Sindsdien schilder ik links en dat gaat eigenlijk veel beter dan rechts, alleen mijn handtekening is niet meer te lezen.''

Ja, de kunstenaar is het met ons eens. Die cartoonachtige tekeningen van meisjes in blauw gestreept badpak: ,,het is inderdaad shit, maar waar vind je ze nog zoiets vrolijks voor boven de bank? Mensen zitten niet te wachten op de clou in een kunstwerk, ze willen warmte. En dat krijgen ze van mij. Er mislukt ook nooit iets wat ik maak. De grootste mislukking is het prachtigste ding. Want dingen kunnen wel verkeerd zitten, als ze samen maar in balans zijn.

,,Zelfs de koningin is een fan van me. Als gastconservator in het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft ze vorig jaar een van mijn grote etsen uit de museumverzameling opgehangen. Die had geen titel, maar op het tekstbordje stond `Love on distance'. Haar liefdesverklaring heb ik beantwoord met honderd roze rozen. Claus mag ik ook graag. Sinds hij Parkinson heeft, gedraagt hij zich echt als een Heyboer.''

Miljonair

Maria, Lotti, Marike en Joke houden tezamen de kunstenaar nu al meer dan een kwart eeuw gezelschap. Ze hielpen hem met het afdrukken van de etsen, met de inrichting van de loods en ze beschikken op het langgerekte terrein over een eigen onderkomen. ,,Alles is voor de meisjes. Zelf bezit ik niets. Ik werk me rot voor de belasting en daar houd ik volgend jaar mee op. Dan ga ik arm leven en alleen voor de vaste kosten werken. De meisjes zijn toch al miljonair.''

Joke, de laatst bijgekomen vrouw en een voormalige buschauffeur, kreeg de touringbus cadeau waarin nu ,,het graan met oerkracht'' ligt opgeslagen. ,,Joke is mijn coach en soigneur. Zij en ik zijn het schorem, de ratten van deze familie'', zegt de goedlachse, maar bijna tandeloze Heyboer, ,,de andere meisjes zijn beschaafder.'' Zijn oudste vrouw Maria is intussen door een herseninfarct half verlamd geraakt. ,,Beroerd genoeg, maar ze moet niet zo'n lamme rotkop trekken. Zo'n kop is voor je omgeving een ellende. Patiënt ben je pas als het in je hoofd niet goed functioneert. Maria heeft nog één goed been, ze hoeft dus niet te werken. Eigenlijk leeft ze hier als de keizerin van China – al is de helft van haar hoofd te huur.

,,En weet u hoe het komt dat mijn vier meisjes er zo jeugdig uitzien? Precies! Omdat we geen intieme relatie met elkaar hebben, maar elkaar wel vreselijk veel liefde geven. Ik ben zo steriel als een operatiegaasje. Ik ben niets of ik pretendeer niets te zijn, daarom blijven de meisjes zo lang bij me. We leven hier ontdaan van onze hormonen, en dat is het échte leven. Papoea's onthouden zich ook als ze eenmaal man zijn geworden. Zulke krijgers zijn mentaal en fysiek veel sterker dan zij die wél seks hebben. Je kan niet Anton Heyboer wezen met een seksueel leven. Ik denk ook nooit `wat is dat voor mooie kont?' Ik zie alleen maar figuren voor me. Wist u dat Willem de Kooning me eens verteld heeft dat hij ook helemaal niet van vrouwen hield?''

Zijn tweede vrouw Lotti, eens binnenhuisarchitecte, vindt Heyboer weliswaar ,,heel gestudeerd'', maar ,,ze had last van het weten''. ,,Lao-Tse heeft gezegd: men moet nooit zijn wie men is. Door het leren word je iemand anders en daarom moest Lotti weer worden wie ze was vóórdat ze ging leren. Ikzelf heb geen intelligentie, ik heb het instinct van een dier. Op mijn zesde weigerde ik al iets te leren. Kom nou, ik laat me niet stom maken. Instinct is overleven. Er is geen moeten meer. Ik doe wat het moment me brengt.''

Zittende pop

In al die uren met Heyboer passeren Lao-Tse en de I-Tjing nog vaak de revue. Het afgelopen jaar verdiepte hij zich samen met Lotti in de I-Tjing-karakters op orakel-botten. Anton interpreteerde de tekens en Lotti noteerde deze `hexagram-verhalen' voor een website. En zijn er geen citaten uit de Chinese wijsbegeerte voorhanden, dan diept Heyboer zelf wel wat raadselachtige oneliners op: `ik ben een zittende pop', `ik handhaaf me in een universeel heelal' en `ik maak geen kunst, ik leef kunst'. Intussen lurkt hij aan een flesje thee, want alcohol komt de loods niet meer in. ,,Kijk, je kan natuurlijk jezelf blijven, maar dan is het leven zo ontzettend saai. Eigenlijk is dat hetzelfde als een stationair draaiende auto in een garage, waarbij de chauffeur denkt dat hij door Frankrijk rijdt.''

,,Niets zijn is de hoogste vorm van zijn'', predikt de schilder vervolgens op z'n zen-boeddhistisch. Maar de net zo vaak geopperde onthechting van deze aardse wereld heeft gezien het herhaaldelijk noemen van geldsommen en belastingdienst, nog niet overtuigend vorm gekregen. Aan zelfspot daarentegen – toch ook een zen-boeddhistisch gegeven – is geen gebrek.

Heyboer vertelt nog bevlogen over zijn jeugd op Curaçao, waar zijn vader ,,de baas was over een hoop steenkool''. Eenmaal terug brak hier de oorlog uit en de Duitsers stelden hem te werk in Berlijn. Ziek en ellendig zou hij dankzij een hulpvaardige Poolse bewaakster aan de geallieerde bombardementen weten te ontkomen. Hij zocht zijn toevlucht tot de armenzorg, om vervolgens als palingvisser op het IJsselmeer te mislukken: ,,Ik ving nooit wat en daarom stond ik geestelijk boven al die andere vissers die last hadden van begeerte.'' Twee huwelijken en twee kinderen verder, kwam hij op de psychiatrische afdeling van Santpoort terecht.

,,In Santpoort ontdekten ze dat ik een psychose had, omringd door een neurose, en dat is eigenlijk genialiteit. Door te gaan etsen lukte het me verder uit de psychiatrie te blijven. Ik ben dus geen kunstenaar, maar een overlever. Naar kunst kijken vind ik trouwens iets afschuwelijks, want als je dat nodig hebt, heb je de verkeerde getrouwd of je hebt een ander tekort dat gecompenseerd moet worden. Maar kunst maken is iets anders: dat is een vorm van therapie voor als je het helemaal niet meer weet.''

Vaak moet de schilder het, inderdaad, niet meer geweten hebben – afgaande op de eindeloze reeks etsen van menselijke figuren die de leegte van het zink verkennen. Net zo dwangmatig schildert hij nu, decennia later, zijn Vinkeveners, de platbodems waarmee de visser Heyboer vergeefs zijn brood probeerde te verdienen. Alsmaar weer die zwarte, logge schuiten, net zo lang tot het niet meer hoeft.

Buiten moet het nu donker zijn. Samen met de `kosmische vibraties' trekt de kou op. Vanonder de bank haalt de schilder een paar knielange wollen sokken tevoorschijn. ,,Aha, jullie willen in mijn atelier dat maken van die Vinkeveners zien?'' Hij springt op en struint verder – dieper de spelonken in. In een kleiner hok, naast een tafel met grote vellen papier van de moerbeiboom, doet hij eerst wat gymnastische oefeningen om daarna abrupt een fles zwarte inkt in een teiltje met kwasten te spuiten.

,,Ga een stukje naar achteren'', waarschuwt Joke als haar man met beide handen naar zo'n kwast of acht tegelijk grijpt. Zonder een blik op het papier te werpen en schaterend als een kind laat hij de penselen zwieren, net zolang tot de contouren van twee platbodems zichtbaar worden. Een dikke minuut later zit het werk erop. Nog even een signatuur en ,,zo, deze is morgen verkocht''.

Ineens blijkt Heyboer niet te kunnen stoppen. Hupsakee, meer inkt de teil in. Een naakt, en nog een naakt. Een kip, en weer een kip. En dan ook nog een bootje hier, en een bootje daar. Tussen de zwarte inktstriemen door zet hij met zijn `kippenpoot' nog wat rode, blauwe en gele krijtaccenten neer. ,,Vooral geel, want dat verkoopt goed'', adviseert Joke. En als de linkerhand moe is, komt de rechter in het geweer. Het ene na het andere grote, drijfnatte blad verdwijnt op een hoop – om even later stuk voor stuk stevig te worden opgevouwen, als waardeloze flarden oud behang. ,,Hier, neem maar mee. En als je ze niet mooi vindt, gooi je ze straks in de auto maar het raam uit.''

Tot 1/12 Vroeg werk bij SBK, Kunstcentrum Haarlem, Gedempte Oude Gracht 117; di t/m vr 11-17u, do 19-21u, za 9-17u. Tot 1/12 SBK Beverwijk, Koningstraat 75; wo t/m vr 13-17u, do 19-21u, za 10-17u. Boek: Anton Heyboer, schepper, leraar en buitenbeen. 216 blz., ruim 200 illus. ƒ85,- tijdens de tentoonstellingen. Anton Heyboer Gallery, Den Ilp 63 in Den Ilp. Anton Heyboerwinkel, Prinsengracht 578, Amsterdam. Hexagrammen: www.anton-heyboer.org Zelfs de koningin is een fan van me Alles is voor de meisjes. Zelf bezit ik niets

    • Arjen Ribbens
    • Marianne Vermeijden