De hel van Bosch' Tuin der Lusten

Hij zou een alchemist zijn, een duivelskunstenaar. Wilde verhalen doen over Jheronimus Bosch de ronde en daar heeft hij het zelf naar gemaakt. Zijn door monsters, fabeldieren en hybride wezentjes bevolkte schilderijen wijken zo sterk af van wat normaal was, in de late Middeleeuwen en daarna, dat je vanzelf aan het speculeren slaat.

Peter Dempf doet dat óók, en hoe! In zijn roman over de bekendste burger van 's-Hertogenbosch wemelt het van de mysteries, waar ook de titel al op wijst: Het geheim van Jeroen Bosch is één grote rebus, een raadselspel, een spannend labyrint.

Twee specialisten in het moderne Madrid restaureren Bosch' drieluik De Tuin der Lusten. Een of andere gek heeft het kunstwerk vernield. Die misdaad moet worden opgelost, want dat eist het genre waarvan Dempf zich bedient, het genre van de kunsthistorische thriller. De dader is snel gevonden. Het begrijpen van zijn motieven duurt langer. De dader vertelt en vertelt en vertelt en zelfs als hij is uitgepraat blijven er vragen over. Zo stuwt het verlangen naar heldere antwoorden niet alleen Dempfs speurders maar ook de lezers voort.

En we belanden in het hart van de duisternis. 's-Hertogenbosch in het jaar 1510 is volgens Dempf een stad vol bewakers en verklikkers en spionnen, een stad beheerst door angst en argwaan. Verlichte gelovigen strijden tegen de dominicanen en die slaan meedogenloos terug. Met folteringen en brandstapels en alle helse instrumenten van de Inquisitie. Ben je eenmaal doorgedrongen tot dit bastion van terreur en repressie, dan kom je er amper meer uit.

Petronius Oris uit Augsburg weet dat allemaal nog niet als hij op de kar van een koopman Den Bosch binnenrijdt. Wel krijgt hij meteen een waarschuwing: `Houdt u verre van meester Jeroen!' Maar Petronius wil juist bij die meester in de leer. Dat kan, op één voorwaarde: `En geen contacten met de dominicanen!' De argeloze schildersgezel raakt bekneld tussen de domini canes en de geheimzinnige club van zijn baas, maar hoe harder de Honden des Heren hem onderdrukken, des te heviger lokt het verzet.

De Zwanenbroeders: ze hebben echt bestaan. Jeroen Bosch was er sinds 1488 gezworen lid van en de gangbare geschiedschrijving beweert dat de Lieve Vrouwe Broederschap, zoals de bond ook wel heette, een humanistisch christendom bevocht, een christendom met aandacht voor het individuele geweten. Maar voor een romancier is dat niet genoeg. Bij Peter Dempf leggen de Zwanenbroeders een bom onder het heersende katholicisme omdat zij de principes waarop het berust ontkennen. Ze ontkennen de zondeval en de schuld van Eva, de vrouw. Ze ontkennen het hemelse en omarmen het aardse paradijs en ze weten dat het kwaad er tegelijk met het goede was. Dus zijn goed en kwaad gelijkwaardig, net als dood en leven, rijk en arm, God en mens, man en vrouw.

Al die revolutionaire gedachten verbeeldde Jheronimus Bosch in zijn Tuin der Lusten. En de dader van de aanslag op dit triptiek wil deze gedachten vernietigen. Hij, de verteller, een gestoorde pater, draagt anno 1998 dezelfde naam als de bloeddorstigste dominicaan uit de biografie van Petronius Oris. Op Bosch' schilderijen, ontdekt Petronius, is Johannes Baerle de baarlijke duivel. De hedendaagse Johannes Baerle ziet zijn duivelse macht beperkt door de vrouwen die hem in het gesticht waar hij woont bewaken. Door vrouwen überhaupt. Maar als hij uitbreekt, dan is hij zeer gevaarlijk, dan laait zijn misogynie even fel op als het vuur waarin de ketters en heksjes moesten branden. Het patriarchaat is nog niet voorbij, lijkt de auteur te willen zeggen; de kerk houdt de vrouwelijke kennis nog steeds verborgen, maar wie goed zoekt, vindt haar in een oud en geschonden schilderij.

Dat de Duitse historicus Peter Dempf ons met andere ogen naar dat schilderij laat kijken is een knap staaltje van manipulatie. Van fabuleer- en bouwkunst, kortom: van vertellen. De platitudes die zo nu en dan het verhaal binnensluipen, `huiveringwekkend' bijvoorbeeld en `het koude zweet brak hem uit', die heb ik voor lief genomen.

Peter Dempf: Het geheim van Jeroen Bosch. Uit het Duits vertaald door Tinke Davids. De Arbeiderspers, 343 blz. ƒ50,53

    • Anneriek de Jong