Banenmotor zoekt smeerolie

Goed nieuws voor het loonfront: de inflatie daalt. Weliswaar van een zeer hoge 4,7 procent in september naar iets minder zeer hoge 4,3 procent in oktober. Maar de dalende lijn zit er in.

Net op tijd, zo lijkt het: werkgevers en werknemers beginnen volgende week aan het najaarsoverleg, en een patselling dreigt. VNO-NCW en MKB Nederland willen met het oog op de snel dalende conjunctuur vergaande loonmatiging. De vakbonden willen dat niet, of in veel bescheidener vorm. Een compromis wordt gezocht in het verlagen van de sociale lasten, maar daarvoor moet het kabinet wel bereid zijn een greep te doen in de overschotten in de sociale fondsen. Omdat die meetellen bij het totale begrotingssaldo, zal in dat geval dus de begroting actief worden ingezet om de laagconjunctuur te lijf te gaan.

En dat was nou juist niet de bedoeling van minister Zalm van financiën. Diens VVD wil zich er bij de aankomende verkiezingen juist op wil laten voorstaan het begrotingsbeleid onafhankelijk te hebben gemaakt van de conjunctuur.

Kan de inflatiedaling te hulp schieten? De inflatie is dit jaar hoog, met name door de invoering van de ecotax en de verhoging van het hoge btw-tarief van 17,5 procent naar 19 procent. Per januari volgend jaar vallen die eenmalige effecten er weer uit. Dat scheelt ongeveer een procentpunt inflatie.

Het Centraal Planbureau rekent op een gemiddelde inflatie van 2,25 procent in 2002. Dat betekent dat in nieuwe cao's de loonstijging bescheiden kan blijven zonder dat er koopkrachtsverlies optreedt.

Probleem is dat de inflatie niet meteen al in januari uitkomt op de 2,25 procent die in de boeken staat. Het verloop zal vermoedelijk zijn van een relatief hoge inflatie bij aanvang van het jaar, naar een lage inflatie aan het eind van 2002. Dat betekent: beginnen met een 3 voor de komma, en als het meezit eindigen met een 1 voor de komma. Die timing is ongelukkig: juist als de cao's moeten worden afgesloten en moeten worden verkocht aan de vakbondsleden is de inflatie nog hoog. En die leden werden dit jaar al onaangenaam verrast door de veel hoger dan verwachte prijsstijgingen.

De economie verslechtert snel, terwijl de inflatie voorlopig aan de hoge kant blijft. Dat zijn geen omstandigheden om de patstelling voor het najaarsoverleg makkelijk te doorbreken. En waarom zouden werkgevers en werknemers ook? Hoe groter hun halsstarrigheid, hoe groter de kans dat het kabinet de banenmotor zal moeten smeren met een scheutje olie uit de sociale fondsen. Ten koste van het begrotingsoverschot, dat wel.

    • Maarten Schinkel