Afghanen niet welkom in kampen Pakistan

Waar zijn ze gebleven? De reusachtige stromen Afghaanse vluchtelingen, waarop internationale hulporganisaties zich inmiddels allemaal hebben ingesteld.

Aan de stoffige grensovergang met Pakistan, tussen de oude smokkelaarsnesten Chaman en Spin Boldak, is weinig te bespeuren van de stroom vluchtelingen uit Afghanistan die is voorspeld.

Vanaf een observatiepost van de Pakistaanse politie gezien, komen alleen enkele tientallen Afghanen die aan de andere kant van prikkeldraadversperringen op de grond zitten in aanmerking als potentiële vluchtelingen. Maar het zouden evengoed nieuwsgierige inwoners van Spin Boldak kunnen zijn, die naar het grensverkeer komen kijken.

Er is wel meer onduidelijk aan de grens, die loopt over een dorre hoogvlakte, omringd door bergketens die nog weer veel desolater zijn. Zo verschijnt er aan de overzijde plotseling een pickup-truck van de Talibaan. Twee strijders stappen uit en grijpen een man. Ze duwen hem in de auto en rijden weg. Een spion? Een deserteur of een man die de strenge islamitische voorschriften van de Talibaan heeft genegeerd? Ook de aanwezige Pakistanen weten het niet.

Enkele honderden meters meer landinwaarts aan Pakistaanse kant ligt het vluchtelingenkamp Killifaizu, het enige nieuwe dat de Pakistanen hier sinds 11 september hebben geopend. Het is echter van bescheiden omvang en, als het aan de Pakistanen ligt, blijft dat zo. In totaal verblijven er inmiddels zo'n 2.800 Afghanen, vooral vrouwen, kinderen en oude mensen.

Vanochtend heeft Pakistan na aandringen van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (UNHCR) er in toegestemd 81 families die al enige dagen en nachten in de openlucht bivakkeerden alsnog toe te laten tot het kamp. Nog eens vijftig families hopen hetzelfde en wachten nu, uit het zicht van bezoekers, hun lot af.

De Pakistanen, die er sinds 11 september alles aan hebben gedaan de komst van nieuwe vluchtelingen tegen te houden, maken het verblijf van de Afghanen bewust niet tot een pretje. Het kamp ligt op een zandvlakte, waar in de verste verte geen sprietje groen is te bekennen. Vooral wanneer de wind opsteekt, is het leven hier een hel.

De vluchtelingen hebben een sobere tent tot hun beschikking met wat dunne dekens, die volgens hen veel te weinig bescherming bieden tegen de vinnige kou 's gedurende de nacht.

Drinkwater is er naar hun zeggen wel genoeg via tankauto's, maar veel minder zijn ze te spreken over het eten. Een stuk naan, het platte Afghaanse brood, wat tarwemeel, wat linzen en wat olie, daarmee moeten ze het doen. Alleen in het begin krijgen de vluchtelingen voedzame biscuits en dadels uitgereikt. Voor de talrijke ondervoede kinderen, van wie velen hier blootsvoets rondlopen, lijkt dit menu aan de magere kant.

Zo denken de vluchtelingen er ook over.

,,De Talibaan gaven ons nog meer te eten dan we hier krijgen'', klaagt de 32-jarige Hedhayatullah, een onderwijzer uit de Afghaanse hoofdstad Kabul, die hier ruim een week geleden met zijn gezin is aangekomen. ,,Als dit zo doorgaat, gaan we maar weer terug naar Afghanistan, al zijn we nog zo bang voor de bombardementen.''

Een UNHCR-medewerkster wijst de kritiek van de hand. ,,We houden ons netjes aan de UNHCR-norm van 2.100 calorieën per dag per persoon.'' Maar ze erkent dat er geen groente, fruit of melk is, voeding die juist voor ondervoede kinderen van belang is.

Een goed uitgeruste veldkliniek van Artsen zonder Grenzen bij het kamp heeft weinig te doen. ,,De vluchtelingen mankeert eigenlijk weinig'', zegt dokter Kabirullah Noor Zair. ,,Ernstige ziekten heersen hier niet en het enige probleem is de ondervoeding van veel kinderen. Bij 19 kinderen hebben we zelfs ernstige ondervoeding vastgesteld. Die geven we nu een speciale behandeling.''

Enkele weken geleden waren er nog veel meer Afghanen aan de grens tussen Spin Boldak en Chaman. Een deel van de verklaring waar de vluchtelingen zijn gebleven kan worden gezocht in het feit dat de Talibaan zelf bij Spin Boldak ook een drietal plaatsen hebben aangewezen als vluchtelingenkamp. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) voorziet deze nu van zakken meel en ander essentieel voedsel. De vanuit Saoedi-Arabië geleide Internationale Islamitische Noodhulp (International Islamic Relief) heeft daar de coördinatie in handen. In deze kampen verblijven thans naar schatting 9.000 mensen, zo weten Pakistaanse functionarissen te melden.

Een ander deel van de verklaring is vermoedelijk dat volgens schattingen van UNHCR zo'n 135.000 Afghanen, hetzij via omkoping hetzij via bijzonder ontoegankelijke grensroutes in de bergen, Pakistan hebben weten te bereiken. De armsten, die niet over verwanten in Pakistan beschikken en nergens op officiële hulp kunnen rekenen, hebben vaak grote moeite het hoofd boven water te houden. In de dichtstbijzijnde grote stad, Quetta, wemelt het dezer dagen van de Afghaanse bedelaars en bedelaartjes, die op die manier wanhopig proberen nog enige inkomsten te vergaren.

Maar evenmin moet het effect worden onderschat dat Pakistans ongastvrije houding van de laatste weken heeft gehad op Afghanen die met de gedachte speelden juist richting Pakistan te trekken. Dan in vredesnaam maar voortmodderen in eigen land, lijken veel Afghanen te denken.

    • Floris van Straaten