Wild met vreemden

In de 19de eeuw was een table d'hôte zeer in trek: Jacob van Lennep en Potgieter schoven vaak aan tafel bij een toevallige groep bekenden en onbekenden. Sinds kort is de aanschuiftafel in Nederland opnieuw in opmars. Men komt voor een goed gesprek en natuurlijk voor la bouffe.

Eh bien, versta ik de dame aan de telefoon nog net, quelle est votre profession? ,,Journalist'', mompel ik in het Nederlands. Ze laat zich niet uit het veld slaan en praat gewoon en français door. Het blijkt een voorproefje te zijn van de gewoontes van de bijzondere table d'hôte die Akke Poelstra en Mirella van Rooijen alweer tien jaar organiseren: de voertaal is er Frans.

Poelstra en Van Rooijen zijn beiden docent Frans in het volwassenenonderwijs. Ze begonnen tien jaar geleden met de table d'hôte om hun leerlingen in een ontspannen sfeer Frans te leren. Een van de twee kookt, de ander is gastvrouw. Er komen zo'n 25 mensen niet alleen leerlingen meer op de aanschuiftafels af. Om een avond lekker Frans praten, of gewoon voor la bouffe.

Mijn Frans steekt bleek af bij dat van de rest. Op een achteloos bon soir komen hele volzinnen terug. Gérard is getrouwd geweest met een Française, Gemma heeft twee jaar in Genève gewoond en Pim is vertaler en lerares Frans. Gelukkig blijkt toch niet iederéén perfect Frans te spreken. Een vijftal KLM'ers komt vooral omdat ze binnenkort examen Frans moeten doen, een noodzaak om hogerop te komen.

Maar, vloeiend Frans sprekend of niet, iedereen doet zijn mond open. Je moet ook wel. Als Van Rooijen ontdekt dat je niet uit jezelf begint, stelt ze je een beminnelijke vraag. Na een tijdje voelt het niet eens meer als een slecht toneelstuk. Goed, overbuurvrouw Linda en ik zijn reuze blij als we tijdens het toetje weer wat in het Nederlands kunnen zeggen (hoewel dat officieel pas ná het dessert mag), maar intussen hebben we het aan tafel wel gehad over biologische kweekwijzen, hoofddoekjes in de rechtbank, het katholicisme, het onderwijs en de literatuur. Alleen, blijft me dwarszitten, wat is ook weer een computer in het Frans?

In Nederland schieten de aanschuiftafels als paddestoelen uit de grond. Je eet er net als in de Franse voorbeelden goed en goedkoop, je verkeert vaak in gelijkgestemd gezelschap en je ontmoet ook nog eens iemand anders. Wie weet zelfs de man/vrouw van je leven, hoewel dat soort ontmoetingen zeker geen opzet is bij de diners: een goed gesprek is de belangrijkste reden van samenkomst.

Verschillen zijn er ook. Er zijn er voor highbrow-gesprekken, er zijn er waar vooral gezelligheid telt, er zijn er rond een thema. Bij De Ontmoeting, een `sfeervol diner met een speelse opzet' wordt altijd een actueel onderwerp bij de horens gevat. Voor Martine Boas van Het Groenewoud, een aanschuiftafel in Rumpt, is dat minder van belang. Het eten schept hier een band. Hetzelfde geldt voor de aanschuiftafel van Lindenhof in Tuil een van de semi-professionals met een table d'hôte. Wim en Frances Jaarsma kochten hun boerderij uit 1720 (vroeger een kroeg) vijf jaar geleden om een bed & breakfast te beginnen. Dat doen ze nog: ze hebben drie gastenkamers. Maar de nevenactiviteiten `lopen een beetje uit de hand'. Elke laatste zaterdag van de maand is er table d'hôte. Het thema van de maaltijd is hier tevens een gespreksthema; vanavond is dat `Wild'. Een dankbaar onderwerp, want er blijkt zowel een keurslager als een (ex-)handelaar in darmen aan tafel te zitten. ,,Wij verkopen gegarandeerde kwaliteit'' tegenover ,,Je kunt van één ding zeker zijn: je wordt belazerd.'' De twee hebben elkaar nooit eerder ontmoet, maar een afspraak voor het gezamenlijk nuttigen van een biefstuk is snel gemaakt.

Het gezelschap aan tafel is iets wat de gastvrouw (maar zelden is een heer de drijvende kracht) niet in de hand heeft. Daarom houden sommige organisatoren de aanschuifdiners beperkt tot de eigen kennissenkring en de mensen die hun `aangedragen' worden. Zoals Marijke Kingma uit Bergen (NH) met haar aanschuifclub Het Hemelse Gerecht en Mieke Hulsebosch uit Den Haag voor haar gastentafel Ceci n'est pas un restaurant. Hulsebosch zorgt ervoor dat er altijd een factor is die haar gasten bindt, zegt ze. ,,En ik plaats de mensen zo, dat er een goed gesprek ontstaat. Wat áltijd lukt. Ik zit zelf ook aan tafel; ik kook niet, maar huur een kok het gaat mij om het netwerken. Bovendien is het bij me thuis, het lijkt me niet leuk om daar allemaal wildvreemden bij te hebben.'' Een extreem voorbeeld van een verbindend element was een heer die alle vrouwen die een rol in zijn leven hadden gespeeld bij elkaar aan tafel wilde hebben. ,,Die vrouwen kregen van hem de opdracht mee om te bespreken wat ze van hem vonden. Hij was in een impasse geraakt en vroeg zich af of die vrouwen een oplossing wisten. Zelf was hij er niet bij.'' Hulsebosch uiteraard wel. Of het de man inderdaad op weg heeft geholpen, weet ze niet, maar een geweldige avond was het wel: ,,Die vrouwen hadden het reuze gezellig samen.''