Tolerantie wint bij Erasmusprijs

Tolerantie moet onrecht, onmenselijkheid en extremisme overwinnen, maar ook moeten de grenzen aan de tolerantie worden afgebakend, zei gisteren de Italiaan Claudio Magris die samen met de Pool Adam Michnik de Erasmusprijs kreeg.

In het Paleis op de Dam heeft prins Bernhard gisteren de Erasmusprijs uitgereikt aan de Italiaanse schrijver en cultuurfilosoof Claudio Magris en de Poolse journalist en historicus Adam Michnik. Zij kregen de prijs voor hun essays op het gebied van `culturele breuklijnen en verschuivende ideologische grenzen die karakteristiek zijn voor de geschiedenis van Europa'. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 300.000 gulden.

Even na elven schreed een opgewekte prins Bernhard aan de arm van zijn oudste dochter Beatrix de Burgerzaal van het paleis binnen. Ze werden gevolgd door beide laureaten, leden van het bestuur van de Stichting Praemium Erasmianum, mr. Pieter van Vollenhoven en choreograaf Hans van Manen, die de Erasmusprijs vorig jaar ontving.

Als eerste nam de heer M. Sparreboom van de Stichting Praemium Erasmianum het woord om de Gronden van Verlening voor te lezen. Hij benadrukte dat Magris en Michnik als intellectuelen een grote bijdrage hebben geleverd aan de democratische samenleving, door in hun werk voortdurend een pleidooi te houden voor tolerantie, historisch bewustzijn en de vrijheid van meningsuiting.

In de laudatio, uitgesproken door de voorzitter van de Stichting Praemium Erasmianum, de heer A. Rinnooy Kan, werden de beide laureaten vervolgens geprezen voor de wijze waarop zij in hun werk de problemen van Midden-Europa behandelen. Claudio Magris (1939) deed dat onder meer in zijn cultuurhistorische roman Donau, waarin hij aan de hand van een sentimentele reis langs de Donau wil aantonen hoe belangrijk kennis van het verleden is voor het ontstaan van een betere beschaving. Adam Michnik (1946) was in de jaren tachtig een van de grote mannen van de vakbond Solidariteit. Als hoofdredacteur van het liberale dagblad Gazeta Wyborcza leverde hij na de val van het communisme een grote bijdrage aan de ontwikkeling van het democratische Polen – zonder om te zien in wrok.

Nadat prins Bernhard, staande voor zijn stoel, de versierselen om de hals van de laureaten had gehangen en het Matangi kwartet voor een stemmig muzikaal intermezzo had gezorgd, volgde het dankwoord van Claudio Magris. Het was een kort maar indrukwekkend pleidooi voor tolerantie, geheel in de geest van Erasmus. ,,Tolerantie moet veel onrecht, onmenselijkheid en extremisme overwinnen'', zei Magris. ,,Maar tegelijkertijd moeten de grenzen van die tolerantie worden afgebakend en moet duidelijk zijn wat wel kan en wat niet.''

Vervolgens klonk voor de tweede keer muziek en kreeg Michnik het woord. Hij noemde de Erasmusprijs een erkenning van ,,het dissidentschap waaraan ik de eer heb gehad deel te mogen nemen''. Ook memoreerde hij de Russische dissident Andrej Sacharov (1921-1989) als een van de ,,eersten der rechtvaardigen die de moed bezaten zich te verzetten tegen de communistische dictatuur''.

Hierna stak Michnik de loftrompet over de Poolse vakbond Solidariteit, zijn voormalige strijdmakkers Bronislaw Geremek en Jerzy Kuron en het dagblad Gazeta Wyborcza.

Ten slotte eerde Michnik tot enig vermaak van koningin en prins de `republikeinse monarchie' Nederland. Hij zei het te betreuren dat dit systeem niet meer in Polen bestond.

Toen koningin Beatrix aanstalten maakte om te vertrekken, viel Michnik voor haar op de knieën en kuste haar de hand. De koningin moest er hartelijk om lachen. Michnik werd nu nog enthousiaster, kwam overeind en kuste de vorstin bij wijze van grand finale hartstochtelijk op beide koninklijke wangen.

    • Michel Krielaars