Schotse ruitjes en 80 soorten whisky

Of je nu in Amsterdam, Moskou of New York loopt, het zal nooit lang duren voordat je tegen een Ierse pub aanloopt. Vreemd genoeg is dat nooit gelukt met het Schotse zusje. Maar wat hebben de Ieren dat de Schotten niet hebben? We gaan op onderzoek bij het Schotse pub-restaurant The Balmoral in Amsterdam.

De pub is vernoemd naar het 14de-eeuwse kasteel in Schotland dat vooral bekendheid geniet als luxe buitenhuis van de familie Windsor. De zaak bestaat uit een duidelijk afgescheiden bar- en restaurantgedeelte, maar beide hangen vol met Schotse parafernalia. We hadden vooraf al gegokt op minimaal een kilt en een doedelzak en die waren er inderdaad te vinden. Ook de Schotse vlag en heel veel whiskyflessen en -benodigdheden maken deel uit van het decor. Wie naar het toilet gaat staat met een half been in de lobby van het Golden Tuliphotel. The Balmoral is vooral ook een hotelpub met veel alleen etende gasten en saaie middle-of-the-road muziek in de bar.

Het pubgedeelte is een redelijke versie van wat je in Schotland tegenkomt. Veel hout, koper, grote biertaps en een goede collectie whisky. De bar is niet al te groot, aan de toog kunnen zo'n man of tien staan. Er zijn acht tafeltjes waaraan bezoekers zich nestelen op de bankjes of stoeltjes met een Schotse ruit.

De pub is aangenaam en heeft een goede bierselectie. Er zijn zeven bieren op tap waaronder het Schotse McEwan's Lager en Ale. Voor de liefhebber van Brits bier is er ook nog Newcastle Brown Ale, Beamish Irish Stout en John Smith's Bitter. De bieren zijn niet echt goedkoop: ƒ4,96 voor een halve pint en ƒ9,37 voor een hele. Heineken, ook op tap, is ongeveer tien procent goedkoper.

De alcoholische aantrekkingskracht komt echter van de whisky en op de kaart staan er ruwweg tachtig vermeld. De single malts zijn in de meerderheid. Ze zijn onderverdeeld in verschillende prijsklassen per glas van 35cc. De goedkoopste kosten ƒ9,37, gevolgd door ƒ11,57, ƒ12,67, ƒ14,32 en ƒ17,08. Om een voorbeeld te geven: in de categorie van ƒ12,67 zien we onder meer een 12-jaar oude Glenfarclas, een 1987 Knockando en een tien jaar oude Laphroaig. Van enkele huizen zijn ook nog wat exclusievere whisky's vermeld die ook wat meer kunnen kosten. Zo is de duurste whisky van de hele kaart een 25 jaar oude Macallan (ƒ59,50) gevolgd door een 30 jaar oude Ardbeg voor ƒ41,87. De bestelde 15 jaar oude Glendronach (ƒ11,57) wordt geserveerd in een tulpglas met een glaasje water ernaast.

Na een eerste half uurtje in de pub gaan we eten in het kleine restaurant. We krijgen een van de tafeltjes met fraai uitzicht op de Kloveniersburgwal. Ondanks alle Schotse pogingen bevinden we ons onmiskenbaar in Amsterdam. De menukaart is Brits met de nadruk op Schotland. Er zijn zeven voorgerechten van circa vijftien gulden. Bijvoorbeeld salade met huisgemarineerde zalm en stiltonpannenkoekjes, een salade met lamsham en mango-chutney en Schotse cheddarsoep. De hoofdgerechten kosten ongeveer 35 gulden. Er is rib-eye afgeblust met McEwan's , shepard's pie, een stoofpot met hertenvlees, gesauteerde gamba's met een kerriesaus en als ode aan Braveheart: William Wallace Lobster (gegratineerde halve kreeft met cheddar). De wijnlijst is overigens klein en gewoontjes.

Het eten is zoals je dat in een pub mag verwachten. De carpaccio is zoals overal, de Schotse cheddarsoep prima, het lamsvlees gemiddeld en de rib-eye ontstijgt het eetcaféniveau niet. Prima bar- of eetcafévoedsel maar dan eigenlijk allemaal minimaal een gulden of vijf te duur. The Balmoral is een aardige versie van een Schotse pub, maar zal het vooral van hotelgasten en whiskyliefhebbers moeten hebben.

En het verschil met de Ierse pub? Vervang McEwan's door Guinness, de Schotse door Ierse cheddar, de kilts door klavertjesvier en The Balmoral had ook Paddy O'Donnell kunnen heten.

    • Tijn Kramer