Rameau

Muziek moet de inhoud van een opera in klank vertalen en mag de luisteraar niet vervelen, vond Jean Philippe Rameau. Het is dus niet verwonderlijk dat de suite van orkestmuziek uit zijn opera Zoroastre zich laat beluisteren als een woest pulserend verhaal, dat over de in-slechte aard van tiran Abramene en de pijn van Zoroastre (Zarathustra) weinig twijfel laat.

Met de orkestsuites uit Rameaus opera's Naïs en Zoroastre presenteert het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen op het Spaanse label Glossa de tweede, zeer fraai vormgegeven en opvallend reliëfrijk klinkende opname met werken van Rameau. De keuze voor dit repertoire bezit een solide grond. Want niet alleen muzikaal, ook in muziekhistorische opzicht bieden de orkestsuites van Rameau veel opwindend materiaal. Zoroastre is de eerste Franse opera waarin klarinetten worden gebruikt, en de instrumentale dansmuzieken in Zoroastre en Naïs bezitten een intensiteit en statigheid die weinigen Rameau nadoen. Het Orkest van de Achttiende Eeuw benadert dit repertoire onder leiding van Frans Brüggen strak, vibrerend van stijlgevoel en steeds uiterst gracieus. Een krijgslustige piccolo en dapper dreunende paukjes evoceren uiterst effectief een slagveld in de orkestmuziek uit Naïs ('Tambourin'), die over twee weken ook door het Concertgebouworkest wordt gespeeld. Een ander hoogtepunt is de `Marche des Mages' (Zoroastre). Loepzuivere houtblazers en dreunende strijkers realiseren daarin een merkwaardige, gonzende klankintenisiteit, die uitmondt in een uiterst feestelijke `Contradanse', mét aanstekelijk tumultueuze schellenring.

Jean-Philippe Rameau, Orkestsuites uit Naïs en Zoroastre door het Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen. (Glossa, GCD 921106)

    • Mischa Spel