Over schildpadden

,,Spreekbeurten over hamsters en konijnen zijn stom'', zegt ze terwijl ze – bij wijze van snor – een potlood tussen neus en bovenlip klemt. ,,Ik doe mijnes over schildpadden.'' Ze schuift naar de tv. Daar toont een onderwatercamera een schilpad, die een naaktslak toegeworpen krijgt. De slak trekt zich krom en zweeft gewichtsloos door het water. Zodra de schildpad zijn prooi ontdekt, roeit hij erheen, steekt in één beweging zijn kop uit en opent zijn kaken. Het potlood valt. De hoornachtige bekranden glijden af op het gekromde slijmerige lichaam. Bij iedere mislukte hap wordt de slak een eindje vooruit gestoten. Tenslotte heeft de schildpad beet. Waar de kaken gesneden hebben, verschijnen witte draden als eiwitstolsels. Er is een bres in het gladde oppervlak geslagen, maar om een stuk slak los te krijgen, zijn meer happen nodig. De marteling is in volle gang.

Met een wit gezichtje loopt ze weg. ,,Ik doe toch maar hamsters.''