Naar de bron van de Berkel

Aarzelend, passend en metend, lopen we in het hart van Borculo over de brug bij de watermolen. Beurtelings kijken we naar een oude foto in een boek en naar het uitzicht van water, bomen en een kerktoren. Ineens blijven we roerloos staan: het klopt! We zien hetzelfde wat de fotograaf van het boek ongeveer 80 jaar geleden zag. Ook nu duikt de massieve vierkante toren van de Hervormde Kerk met zijn piramidevormige dak in volle glorie achter het geboomte op.

,,Wondermooie tafereeltjes geniet men op de brug bij den watermolen'', schreef meester H.W. Heuvel (1864-1926) in `Uit den Achterhoek', waarin hij met liefde en kennis van zaken zijn geboortestreek beschrijft. Hier in Borculo heeft deze amateur-historicus en folklorist voor de klas gestaan en het woord `meester' is onlosmakelijk met zijn naam verbonden; vandaar dat zijn nalatenschap wordt bewaakt door de `Meester H.W. Heuvel Stichting'.

Hendrik Willem Heuvel zag het levenslicht op een boerderij bij Laren. Na zijn opleiding tot onderwijzer verdiepte hij zich in historische en volkskundige werken. Hij was ook een man van de kerk eerst was hij ouderling, later diaken. Met `Geschiedenis van het Land van Berkel en Schipbeek' en `Volksgeloof en Volksleven' vestigde hij zijn naam. Het postuum verschenen `Oud-Achterhoeks Boerenleven' wordt algemeen als zijn meesterwerk beschouwd. Heuvel komt eruit naar voren als een innemende man die net zo goedmoedig en positief over mensen, de natuur en het landschap schreef als Jac.P. Thijsse.

Overigens mag het een wonder heten dat het verstilde hoekje bij de watermolen de vraatzucht van de tijd heeft overleefd. Want in de afgelopen eeuw bleef er ook in de Achterhoek weinig bij het oude. De rivier de Berkel werd om Borculo heengeleid en in 1925 trok er een verwoestende cycloon door het vestingstadje. De voormalige hoofdstroom in het centrum is nu een dode kronkel geworden. Misschien leven er net als in de boeken weer stokoude snoeken, ,,kerels van twee meter met bemoste kop, die in ongenaakbare waterburchten op de loer liggen'', zoals Heuvel schreef.

Meester Heuvel schreef ook een romantisch verslag van zijn reisje naar de bron van de Berkel. De openingszin van `Langs de Berkel' zet meteen de toon voor het hele verhaal: ,,Hoe lief heb ik u, mijn klein riviertje!'' Waarna de meester begint te vertellen over de onvergetelijke zomerdagen die hij er doorbracht, over zwaluwen die boven het water scheerden en vissers en vissen die respectievelijk aan de oever en onder plompenbladeren lagen te dromen. Voor de man die zijn leven lang aan de Achterhoek genoeg had, was het uitstapje naar Münsterland, waar de Berkel ontspringt, een fantastische ontdekkingsreis.

We lopen een eindje op met de meester, die schrijft dat de Duitse Berkel 68 kilometer lang is en de Nederlandse 58. Hij spreekt over ,,25 uren gaans'', dus over zo'n 5 kilometer per uur. Dat is een rustig tempo voor iemand uit zijn tijd, toen men aan flinke dagmarsen gewend was. Van Billerbeck daalt de rivier af naar Coesfeld, Stadtlohn, Vreden en Ammeloe. Even over de grens heeft men bij Rekken een `zandvang' gemaakt, dat is een verbrede en uitgediepte bedding waarin het Duitse slib wordt opgevangen. Na Rekken slingert de Berkel zich door het vlakke Gelderse land naar Zutphen, waar de Achterhoekse parel tot een gracht wordt vernederd.

Bij Eibergen dalen wij af naar de rivier, die tot aan de grens ongehinderd kan worden gevolgd. Daar zijn ze al, het plompenblad, de zwaluwen boven de stroom en de al of niet dromende vissers met hun grote groene paraplu's. Voorlopig zien we nog geen ,,venijnige scherpe stekeltjes bliksemend door de stroom ijlen'', maar de weg is nog lang. Net als onze voorganger nemen we een kijkje bij de watermolen van Mallum, een van de vele molens die ooit de Berkel sierden. Hij grenst aan een schutsluis, een herinnering aan de Berkelscheepvaart die vooral in de 19de eeuw van belang was.

Een klassiek Nederlands landschap van weiden, water en stapelwolken strekt zich uit tot aan de einder. Het silhouet van Rekken komt steeds dichterbij en Heuvel keek er vergenoegd om zich heen. ,,Ons goed gesternte voerde ons van den grintweg af een morsige boerensteeg in, waar we telkens door schilderachtige hoekjes verrast werden.'' Tegenwoordig is de naam van het dorp verbonden met een gevangeniscomplex, de Rekkense Inrichtingen.

Wij vervolgen onze weg langs de slingerende stroom. Zwanebloemen en smeerwortel voegen wat kleur toe aan het monotone groen van het graspad. De Berkel is nu een domein voor kanovaarders. We passeren een grenssteen, voorzien van vage heraldische tekens. Het oeverpad langs de maisakkers verdwijnt nu in modder en zompigheid. Daarom buigen we af naar Oldenkotte een handvol huizen met supermarkt en café en keren terug naar Rekken.

Heuvel trok afwisselend lopend en sporend door Duitsland. Onderweg verheugde hij zich in de aanblik van fraaie kerken en processies. ,,Daar is toch iets zeer schoons en liefelijks in de Mariaverering!'' roept hij in het stadje Vreden uit. Coesfeld verwelkomde hem met klokgelui en wierookwalm. Hij prees de Domkerk en het oude stadhuis. Helaas, het stadhuis veranderde in de Tweede Wereldoorlog in een stofwolk. Op het marktplein staat nu een zakelijk, eigentijds gebouw. Maar de stadspoort, waar de Berkel langs stroomt, is er nog, evenals de villa's en ,,oude doorbalkte huizen'' langs haar oevers.

Vanuit Coesfeld stijgt de spoorbaan op naar glooiende bossen en graanvelden. Dan opent zich een prachtig vergezicht: aan de kim verheffen zich de slanke tweelingtorens van Billerbeck. Het moet Heuvel tevreden hebben gestemd dat dit plaatsje, waar de Berkel begint, tevens een bedevaartsoord is. Ludger, die de Friezen bekeerde en later bisschop van Münster werd, wordt hier in ere gehouden. Het water uit een heilige bron vloeit rechtstreeks naar het riviertje.

Vanuit het centrum volgen we de wegwijzer naar de `Berkelquelle'. Naast het voetpad haast het heldere water zich over een zandige bodem ruisend en klokkend omlaag. Het stroompje verdwijnt door een duiker in de tuinen van een villawijk en komt na een autoweg bovengronds. Even lijkt het of de jonge Berkel onder een groen dek van waterpest wordt gesmoord, maar ze weet nog een ronde plas te bereiken. Op deze plek welt het water onstuitbaar uit de grond, al lijkt het, wegens een rijtje nieuwe huizen aan de overzijde, alsof men een vijver heeft gegraven. Onze gids zag er waterhoentjes zwemmen, en die zwemmen er nog steeds.

    • Gerrit Jan Zwier