kost en inwoning

`Poëzie is geen tijdelijk onderdak, poëzie is kost en inwoning.' Aan die zin is de titel van deze rubriek ontleend. Er zullen in die rubriek – anders dan bijgaand gedicht doet vermoeden – voornamelijk recente gedichten aan bod komen. En ook wel eens de gebreken van die gedichten.

Na 11 september is er geen andere troost dan poëzie. Je leest daar, gek genoeg, weinig over.

Waarschijnlijk omdat het voor die datum ook al gold.

Afschaffing der poëzie heet bijgaand gedicht. Het werd geschreven in de zeventiende eeuw, door een tijdgenoot van Vondel en Rembrandt, en nog steeds is de poëzie niet afgeschaft.

Sweerts heeft het duidelijk over een tijdelijk onderdak. Over de poëzie die je als een afgedankte jas in de hoek kunt gooien, met het commando: blijf voorgoed daar liggen –

Leg eeuwig daar

– enfin, Hieronymus Sweerts heeft er schoon genoeg van. Hij zal het daglicht geen rijmgedichten meer gunnen. Hij verklaart voor altijd de oorlog aan de poëtische zucht.

Het dichten was voor Sweerts maar een bevlieging, een tijdverdrijf. Zelfs in zijn oorlogsverklaring erkent hij nog hoeveel plezier hij aan de poëzie heeft beleefd:

Wat sleet ik menigwerf al kostelyke uuren,

Om versjes uit heur neb te puren!

Woorden als `glorie' en `toppunt' vallen, alvorens de poëzie voor hem als een Icarus neerstort. Het is Sweerts' persoonlijke afscheid als vrijetijdsdichter. Uit zijn pen zullen niet langer `ongemeende minne-rancken' vloeien (ranken zijn streken, slimmigheden). Hij erkent hier meteen het speelse, om de tuin leidende karakter van de poëzie.

Niets kan onze arme geest zo veredelen als poëtisch bedrog.

Sweerts gooit hier alleen zijn eigen poëziejasje in de hoek. De poëzie in het algemeen wordt helemaal niet afgeschaft.

Voor die afschaffing staan andere beulen klaar. Geen politici of generaals, maar mensen van wie verwacht mag worden dat ze hart voor de literatuur hebben. Hun agressie is er des te ontzettender om.

H.U. Jessurun d'Oliveira, de voorzitter van het Fonds voor de Letteren, is zo'n beul. Hij en andere bobo's van de Vereniging van Letterkundigen schaarden zich onlangs vierkant achter de groep-Mak, een groepje schrijvers dat hogere royalty's van de uitgeverijen verlangt en dat vernoemd is naar een auteur die met zijn laatste boek slechts tussen de één en twee miljoen gulden heeft verdiend.

Tienduizend gulden per pagina.

Ik heb er vrede mee dat er onder de schrijvers grote graaiers zijn. Schrijvers zijn ook maar mensen. Ik gun ze nog meer miljoenen dan de miljoenen die ze zich zelf al gunnen. Alleen heb ik er moeite mee dat H.U. Jessurun d'Oliveira, van een vereniging die er ook behoort te zijn voor de niet-graaiers of voor de wat moeizamer graaiers, in één ruk door voorstelt het uitgeven van poëzie af te schaffen. `Waarom niet een bundeltje van dertig pagina's op internet, zodat de lezer ze zelf kan uitprinten?' verklaarde hij enige weken geleden in de krant.

Met zulke vrienden heeft de poëzie geen vijanden meer nodig.

Ik hoop dat het Fonds voor de Letteren en de Vereniging van Letterkundigen snel terugkeren naar waar ze altijd voortreffelijk in waren: het subsidiëren en steunen van onverkoopbaar wrakhout en wanhopige doordouwers. Zo'n minachting jegens dichters is weer het andere uiterste.

U en ik, de lezers, weten dat de poëzie leeft en dat er meer is dan grijze gebruikslectuur. U hebt zich in groten getale opgegeven voor de PoëzieClub, die binnenkort officieel en serieus van start gaat. Nu ja, een beetje officieel en een beetje serieus.

`Een club, met een eigen tijdschrift, alles in dienst van de poëzie, alles met de bedoeling om de dichters met hun bundels dichter bij de lezers en de lezers dichter bij de dichters te brengen. Je zou het een samenzwering kunnen noemen. Maar dan een samenzwering waaraan niemand met een beetje gevoel voor poëzie hoeft, ja eigenlijk niemand kan ontbreken,' zoals het in de aankondiging luidde.

Misschien mag ik even wat clubnieuws mededelen?

Ik ben de leden die zich al in het eerste stadium opgaven dankbaar voor hun geduld. Er waren nog zoveel zaken te regelen waar dichters niet aan denken: statuten, stichtingen, drukwerk, telefoon, enveloppen, onwil van literatuurbobo's, maar in januari aanstaande, op de derde landelijke gedichtendag, begint het dan echt. De trage aarzelaar die zich alsnog wil opgeven kan terecht bij www.poetry.nl/gedichtendag. Of hij/zij kan bellen met Poetry International, 010282 27 77.

Ook sponsors zijn nog welkom. Het moeten wel sponsors zijn die begrijpen dat poëzie geen tijdelijk onderdak is, maar een schone zaak, die de mensen veel vermaak schenkt. De club van Jessurun d'Oliveira gelieve zich verre te houden.

    • Gerrit Komrij