Katharina Fritsch toont de duistere kant van sprookjes

Het geluid van een ambulance klinkt door de museumzalen van de Tate Modern. De sirene zwelt aan, verandert dan van toonhoogte en neemt uiteindelijk weer af. Je besteedt er weinig aandacht aan. Londen is een grote stad, waar altijd wel een ziekenwagen onderweg is. Maar enkele minuten later hoor je de ambulance opnieuw, en nog eens, en nog eens. Dan slaat de schrik toe. Rampscenario's schieten door je hoofd. Zou er dan toch een aanslag gepleegd zijn, precies op de dag dat jij de Engelse hoofdstad met een bezoek vereert?

Gelukkig is het loos alarm. De ambulancegeluiden maken deel uit van de overzichtstentoonstelling van de Duitse kunstenaar Katharina Fritsch. Ze nam het geluid tien jaar geleden op voor een van haar `sound multiples', 45-toerenplaatjes met registraties van onder andere kwakende padden, het geraas van een uitslaande brand en het gedruppel van regen op rododendronbladeren. Door ze in een museum af te spelen, creëert Fritsch ruimtes waar de bezoeker zijn eigen associaties de vrije loop kan laten. Net als geuren, roepen de specifieke geluiden bij iedereen bepaalde herinneringen en angsten op.

Katharina Fritsch (Essen, 1956) kreeg internationale bekendheid met haar monumentale sculpturen. Zo zette ze een levensgrote olifant een polyester afgietsel van een opgezet exemplaar uit een natuurhistorisch museum op een voetstuk in een Duits museum (Elefant, 1987), en plaatste ze een reusachtig, felgeel Mariabeeld tussen een kerk en een warenhuis in de binnenstad van Münster (Madonna, 1987).

Velen zullen zich nog haar Rattenkönig kunnen herinneren, een sculptuur die op de Biennale van Venetië in 1999 een van de blikvangers was. Het werk bestond uit zestien in een cirkel opgestelde zwarte ratten van bijna drie meter hoog, die met de staarten aan elkaar gebonden waren.

Fritsch maakt beelden die, net als haar geluidswerken, voor iedereen herkenbaar zijn en vaak een gevoel van beklemming oproepen. Haar sculpturen zijn altijd eenvoudig van vorm, helder van kleur, ontdaan van details en perfect afgewerkt. Net als een pictogram of een verkeersbord geeft een werk van Fritsch zijn uiterlijk in één oogopslag prijs. Met het gevolg dat haar beelden zich direct in het hoofd van de toeschouwer nestelen en nog wekenlang op het netvlies blijven branden.

Een mooi voorbeeld is het werk Man and Mouse (1991-92), een van de achttien sculpturen op de tentoonstelling. Het bestaat uit een levensgroot afgietsel van een man die vredig onder een dik, maagdelijk wit dekbed ligt te slapen. Op zijn borst zit een twee meter hoge zwarte muis. Hoewel het reusachtige beest een lieve, Disney-achtige uitstraling heeft, is het een angstaanjagend kunstwerk. De polyester sculptuur is een letterlijke verbeelding van een nachtmerrie. Het gewicht van de muis lijkt zwaar op de borstkas van de man te drukken, en hem zijn adem te ontnemen.

Dezelfde dreigende sfeer gaat uit van het werk Child with Poodles uit 1996. Hiervoor liet Fritsch 224 identieke zwarte poedels afgieten, die ze vervolgens in vier concentrische cirkels groepeerde. De honden kijken allemaal naar het middelpunt, waar een onschuldige baby op zijn rug op de grond ligt. Het is onduidelijk of de schattige hondjes het kind wellicht een representatie van de jonge Christus nu beschermen of bedreigen. Maar wie Goethes Faust heeft gelezen, weet dat achter het lieftallige uiterlijk van de zwarte poedel de duivel zelf kan schuilen.

Hoe gelikt, pompeus of zelfs kitscherig de werken van Katharina Fritsch er ook uit mogen zien, het gevaar ligt op haar tentoonstelling voortdurend op de loer. Ook sprookjes hebben hun duistere kanten, zo lijkt de kunstenaar met haar sculpturen duidelijk te willen maken. De gladde verkoper met paardenstaart en maatkostuum (Dealer, 2001) heeft een bokkenpoot, de figuur in doktersjas (Doctor, 1999) is in werkelijkheid een skelet, en de groep mensen die aan een lange tafel op een maaltijd wacht (Company at Table, 1988) blijkt bij nadere beschouwing te bestaan uit 32 klonen van dezelfde man.

Soms legt Fritsch haar boodschap er te dik bovenop en wordt haar werk pathetisch. De recente installatie Heart with Money and

Heart with Wheat bijvoorbeeld, die bestaat uit duizenden gouden aren en zilveren muntstukken die in twee grote hartvormen op de vloer zijn uitgestort, is niet meer dan een gemakzuchtig commentaar op het westerse kapitalisme.

Katharina Fritsch is op haar best als ze haar objecten voor zichzelf laat spreken. Als ze op het eerste gezicht betekenisloze voorwerpen, zoals souvenirs of speelgoed, op zo'n manier weet te gebruiken dat ze een dreigende lading krijgen. Of als ze, zoals in Krankenwagen, een simpel geluid de trigger laat zijn van een stortvloed aan emoties.

Tentoonstelling: Katharina Fritsch. T/m 9 dec in Tate Modern, Millbank, Londen. Open zo-do 10-18u, vr-za 10-22u.

Inl: (0044)20-78878000 of www.tate.org.uk

    • Sandra Smallenburg