Kabbelend design en rebelse kunst op `Stroomversnelling'

Lopend over de tentoonstelling Stroomversnelling in het Groninger Museum moest ik soms aan Arthur Danto denken. Voor de duidelijkheid: Stroomversnelling is een tentoonstelling van acht jonge, hippe kunstenaars die balanceren op de grens van kunst en vormgeving. Danto is de filosoof die in de jaren negentig het `einde van de beeldende kunst' verkondigde. In een galerie was hij de Brillo Boxes van Andy Warhol tegengekomen, en na enig dralen constateerde Danto dat je aan die dozen niet meer kon zien dat ze kunst waren. De galeriedozen zijn dezelfde als in de supermarkt, aldus Danto, ze worden kunst omdat ze in een `kunst-omgeving' staan.

Wat nu, vroeg ik me af, zou Danto hebben gevonden van een museumzaal vol Barbapapa-lampen?

Het voordeel van de Brillo-dozen was dat ze heel erg niet kunst waren, en daarmee een duidelijk statement. Maar wat te denken van al die objecten die bijna kunst zijn, vormgeving, design, allerlei soorten fotografie, die de musea tegenwoordig overspoelen?

Want het is een echte trend: bijna-kunst ruimhartig tot echte kunst uitroepen, in een wanhopige poging het kunstbegrip op te rekken. Dat het begrip kunst daardoor steeds verder verwatert, de criteria waarop kunst wordt bekeken steeds onduidelijker worden, en de waarde van kunst daardoor steeds vager wordt lijkt niemand te deren. Niet oordelen is ook wel makkelijk.

Op Stroomversnelling is goed te zien wat het gevolg daarvan is: een hippe beeldensoep. Barbapapa-lampen van het Eindhovense ontwerpduo Monkey Boys hangen er naast homo-erotische schilderijen van Bas Meerman, een piepschuimen beeld van Folkert de Jong staat naast tijdschriftfoto's van Anuschka Blommers en Niels Schumm, en bronzen beelden van ontwerper Job lonken naar een zaal vol puin waar de Groninger reinigingscommissie nog een behoorlijke kluif aan kan hebben. Anything goes. Het is duidelijk.

Toch is Stroomversnelling geen slechte tentoonstelling. Want grappig genoeg doemt er uit deze beeldenbrij wel degelijk een kwaliteitsonderscheid op. Sterker nog: dat onderscheid valt grotendeels samen met het aloude onderscheid tussen kunst en vormgeving. Zo bezien is Stroomversnelling ineens verfrissend ouderwets: als deze expositie één ding laat zien, dan is het dat oude, semi-`antieke' criteria als diepgang, meerduidigheid en verwarring niets aan kracht hebben verloren.

Nu is het contrast ook groot zelden was de vormgeving zo gelikt en de kunst zo bot als op Stroomversnelling. Die Barbapapa-lampen van de Monkey Boys bijvoorbeeld zijn pijnlijk vrijblijvend een grap, een vondst die ongetwijfeld menige kinderkamer zal opfleuren, maar daarvoor heb je geen musea nodig.

Zeer tijdgeestgevoelig zijn daarentegen de foto's van Blommers en Schumm. Hun fotoportretten van jonge mode-ontwerpers zijn een viering van de oppervlakkigheid. De ontwerpers staren ons aan als Goden, uit de hoogte, subtiel bijgekleurd en perfect uitgelicht. Dat deze hippe types ondertussen verdacht veel lijken op onvervalste Übermenschen is aan Blommers en Schumm niet besteed zelfkritiek is niet de grootste forte van dit soort kunstenaars.

Tegenover zulke pleasers staan twee installaties die de toeschouwer weigeren te behagen hem eerder een trap verkopen. Folkert de Jong toont een tweede versie van zijn The Iceman Cometh: een monumentale beeldengroep, volledig opgetrokken uit het goedkoopste lichtblauwe polystyreen. De lulligheid van het schuim contrasteert grof met de beelden zelf: een reeks cartooneske oorlogsfiguren die zo uit het werk van Otto Dix of Georg Grosz lijken te zijn weggelopen. Ze lallen en schieten, vernederen en lachen en verenigen geweld en absurdisme zo tot een geheel dat zich niet zomaar laat duiden, maar je niet in de koude kleren gaat zitten.

Iets soortgelijks geldt voor de Zonnebank van Erik van Lieshout, geëxposeerd in een zaal vol bouwafval. De bank zelf bestaat uit oud hout, een gebogen plaat aluminium en wat tl-buizen provocerend niksig, kortom. Toch is het een geweldig beeld: door de chaotische context lijkt het eerder produkt van een groep verveelde bouwvakkers dan Serieuze Kunst. Tegelijk is de bank een overtuigend martelwerktuig en een valsig commentaar op al die kunstenaars die hun publiek zo nodig willen vertroetelen.

De Jong en Van Lieshout laten daarmee zien dat het onderscheid tussen kunst en vormgeving nog gewoon bestaat: op Stroomversnelling kabbelen de vormgevers op de stroom mee, de kunstenaars gaan er tegenin. Dat goede kunst zo werkt wisten we al, maar om het weer eens krachtig ingewreven te krijgen kan bepaald geen kwaad.

Tentoonstelling: Stroomversnelling. Groninger Museum, Museumeiland 1. Di t/m zo 10-17u. T/m 2 december. Inl. (050)3666555 of www.groninger-museum.nl