Harde bewijzen zijn niet altijd waar

Feiten en fictie zijn in de oorlog tegen Afghanistan moeilijk te onderscheiden. Zeker nu Amerikaanse journalisten aangeven dat vaderlandsliefde vóór onafhankelijke berichtgeving gaat.

De Talibaan zeggen dat er sinds 7 oktober bijna honderd Amerikaanse soldaten zijn gedood. De VS zeggen dat drie soldaten zijn omgekomen, geen van allen op Afghaans grondgebied. De Talibaan melden dat zij opnieuw een Amerikaanse helikopter hebben neergeschoten. Het Amerikaanse ministerie van Defensie meldt dat de helikopter bij slecht weer is neergestort. Bush zegt dat Osama bin Laden probeert de beschikking te krijgen over chemische, biologische en nucleaire wapens. De ambassadeur van de Talibaan in Pakistan zegt dat Afghanistan niet eens glas kan maken.

Het is moeilijk na te gaan wat feiten zijn, en wat fictie is – er zijn in Afghanistan weinig onafhankelijke bronnen. De Arabische televisiezender Al-Jazira heeft nog twee verslaggevers in het land, persbureau Reuters één. De Talibaan laten af en toe buitenlandse journalisten toe, maar alleen onder begeleiding en naar plaatsen die de Talibaan uitkiezen.

Op de persconferenties van het Witte Huis wordt eenzijdige, en slecht te controleren informatie gegeven over Amerikaanse successen. Er zouden bij de bombardementen geen burgerslachtoffers vallen. Pas na berichten van het Rode Kruis dat een opslag van de hulporganisatie in een woonwijk in Kabul door een Amerikaanse bom was geraakt, sprak het Amerikaanse ministerie van Defensie over ,,ongelukken''. Een klacht van journalist Peter Jenning, van zender ABC, over het gebrek aan informatie werd door het Pentagon beantwoord met: ,,Het lijkt wel alsof we niets willen meedelen, maar dit is nu eenmaal een oorlog met weinig informatie. ''

Om journalisten beter te informeren willen de Amerikaanse en Britse regering in Islamabad een Coalition Information Centre oprichten. Volgens de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken voor Diplomatieke Aangelegenheden, voormalig reclamemaker Charlotte Beers, en de persvoorlichter van de Britse premier, Alistair Campbell, een voormalig journalist, is het een groot nadeel dat er tien uur tijdverschil is tussen Washington en Pakistan. Door in Islamabad een perscentrum in te richten, zou er sneller op berichten van de Talibaan kunnen worden gereageerd.

Het blijft moeilijk die informatie te verifiëren. Zoals een Pakistaanse journalist het omschrijft: ,,Het leger van buitenlandse journalisten in Quetta heeft geen andere optie dan dagelijks naar Chaman te rijden en vanaf een dak naar Afghanistan te kijken, wat beelden te maken, en weer terug te rijden.

,,Alle grote namen van 's werelds belangrijkste media hebben geen idee over wat er in Afghanistan gebeurd. Ze hebben geen onafhankelijke bronnen die kunnen bevestigen wat ze op straat aan geruchten horen. Ze worden vooral gevoed door de ambassadeur van de Talibaan en de Amerikaanse regering'', aldus Masood Anwar in de Daily Jang.

De Amerikaanse regering heeft onomwonden een beroep gedaan op de vaderlandslievendheid van de media, op het nationale belang, op de veiligheid en de noodzaak `onze jongens' te steunen. En Amerikaanse journalisten hebben hun neutraliteit opgegeven.

Het hoofd van de nieuwsdienst van CNN, Rick Davis, heeft zijn verslaggevers opdracht gegeven bij ieder Afghaans slachtoffer de kijkers eraan te herinneren dat de aanvallen op Afghanistan een logisch gevolg zijn van de aanslagen van 11 september waarbij 5.000 burgers werden gedood. In een memo aan CNN-verslaggevers schrijft Davis dat als het relevant is journalisten ook mogen toevoegen dat ,,het Pentagon onderstreept dat de Talibaan terroristen huisvest en dat troepen van de Talibaan burgers als menselijk schild gebruiken.'' Davis eindigt met: ,,Dit kan wellicht overkomen als het opdreunen van een versje, maar het is belangrijk dat we dit iedere uitzending onderstrepen.''

De nieuwszender NBC vindt dat het Amerikaanse doel van de aanvallen belangrijker is dan onafhankelijke nieuwsgaring. Het hoofd van NBC zegt dat ,,in tijd van oorlog de media zachter moeten praten en hun toon moeten matigen.'' ,,Ja, we zijn journalisten, maar we zijn vooral Amerikanen. We moeten, en zullen over niets berichten wat onze troepen in gevaar brengt, en we moeten altijd iedere suggestie dat er een morele gelijkheid bestaat tussen de VS en terroristen verwerpen.''

Een fotograaf van The New York Times gelooft zijn collega's niet langer. ,,We waren bij een pro-Talibaandemonstratie in Pakistan waar ten hoogste 5.000 demonstranten waren. Volgens CNN waren het er wel 50.000 en waren er gewelddadige rellen.'' Hij adviseert niet langer te geloven in ,,wat je op televisie ziet''. ,,Aarzel bij alles wat je leest.''

    • Titia Ketelaar