Design zonder designsaus

Ineke Hans begon met sculpturale ontwerpen, stoelen bekleed met pakdekens. Inmiddels staat functionalisme boven aan haar lijstje. ,,Vormgeving moet zinnig zijn''. Deel 8 in de serie over jonge ontwerpers.

Wanneer houdt een stoel op een stoel te zijn? Als er geen vier maar drie of twee poten onder zitten? Als de zitting zo langgerekt is dat een soort duikplank met rugleuning ontstaat? Als het zitvlak abnormaal hoog zit en de spijlen tussen de poten als ladder fungeren?

Ineke Hans (34) schept er plezier in het fenomeen stoel door de metamorfosemachine te halen. Haar stoelen tarten hun aanduiding, roepen om een nieuwe definitie van zitmeubel. ,,Ik vind het interessant om de grenzen van de herkenning af te tasten, het beeld te stretchen'', zegt ze zelf. ,,Ik vraag me af: welke eigenschappen maken de stoel? Het gaat om meer dan alleen functionele kenmerken, dat je erop kan zitten en dat hij stevig staat. Het heeft iets te maken met de vorm, die ook anders kan. Ik zou willen dat als mensen mijn stoelen zien ze het gevoel krijgen telkens weer voor de eerste keer naar zo'n ding te kijken.''

En Hans' vroege werk is inderdaad ook meer om naar te kijken dan op te zitten. Haar achtergrond als kunstacademiestudent klonk door in de sculpturale stoelenserie Seven Chairs in Seven Days en de met pakdekens beklede Undercover-zitmeubels. Ze maakte veel unica, die ze zelf `beelden' noemt. Pas toen ze na twee jaar opleiding in Engeland gevraagd werd te gaan ontwerpen voor meubelgigant Habitat werden haar werk- en denkwijze die van een industrieel ontwerper. Hans: ,,En toen kwam ik er pas achter dat ik eigenlijk heel goed kan industrieel ontwerpen.''

,,Het voordeel van werken in opdracht is dat de context heel duidelijk is. De fabrikant wil een zus-en-zo meubel met die en die maten en het mag een bepaald bedrag kosten. En er spelen ook heel rare dingen mee, zoals het feit dat sofa's met lage poten beter verkopen dan sofa's met hoge poten. Je krijgt zo een puzzel voorgelegd die je moet oplossen, maar waar je ook stiekem je eigen ding in wilt stoppen. Dat valt niet altijd mee, want fabrikanten willen eigenlijk alles tegelijk.''

Toch maakte Hans ooit de stoel die voldeed aan alle productie-eisen: hij was makkelijk te maken, in verschillende kleuren te produceren, goedkoop, stapelbaar en plat te verpakken. De ontwerper noemde dit productiewonder Eat your heart out, een naam die niet alleen sloeg op het hartvormige handgreepje in de rugleuning. ,,Ik heb de neiging de beestjes een naam te geven en stoelen hebben al snel een bepaald karakter'', zegt Hans over de bloemrijke titels die haar oeuvre kenmerken. ,,Vaak is een idee een woord voordat het een meubelstuk wordt. Mijn serie Undercover Chairs bijvoorbeeld wilde ik eigenlijk ongemerkt de huiskamer insneaken. Als een reactie op een aantal van mijn klasgenoten in Engeland die iedere stoel van Eames bij z'n code kenden, gaf ik ze namen als 001, 002 en natuurlijk 007.''

Hoewel ze bekend werd met een tuinstel gemaakt van hightech gerecycled plastic, heeft Hans een grote voorkeur voor het folkloristische. Haar zwart plastic had dan ook de vorm van houten planken en kon alleen op de tast van echt worden onderscheiden. ,,Ik hou van houtje-touwtje constructies, boerenverstanddesign. Die designsaus hoeft van mij niet zo. Zo'n lijn van Alessi voor Philips koffiezetapparaten met zo'n hip groen kleurtje dat is te gekunsteld. Zoals je hier stoelen ziet in het Openluchtmuseum gewoon een latje tegen die poten als-ie niet helemaal stevig staat dat spreekt me aan. Natuurlijk mag een voorwerp er best opmerkelijk uitzien, maar ik ben tegen raar doen om het raar doen. Goede vormgeving moet bijzonder zijn en het moet een kunstje kunnen doen, zonder dat het kunstje er vanaf druipt. Wat dat betreft ben ik een enorme functionalist. Dus niet alleen maar een pieletje aan die vaas omdat dat zo interessant oogt. Dat pieletje moet ook wat doen. Vormgeving moet zinnig zijn.''