Conferentie knaagt weer aan Kyoto-protocol

Japan en Rusland zijn nog niet klaar voor de ondertekening van het Kyoto-protocol ter vermindering van broeikasgassen, zeiden ze tijdens de landenconferentie in Marokko. Wat blijft er van de doelstellingen van het akkoord nog over?

De zevende landenconferentie over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, dezer dagen in de Marokkaanse stad Marrakech, had een technische vergadering moeten worden. Het akkoord dat deze zomer in Bonn op de valreep werd bereikt – nadat de conferentie in Den Haag in november vorig jaar was mislukt – behoefde alleen nog enige uitwerking van juridische details en een cijfermatige onderbouwing. Dan zouden de deelnemende landen hun handtekening kunnen zetten onder het protocol waarover zij al in 1997 in het Japanse Kyoto een akkoord hadden bereikt.

Opnieuw onderhandelen is niet mogelijk, liet de Nederlandse minister van Milieu Jan Pronk, voorzitter van de conferentie in Bonn, dan ook voor alle zekerheid weten. Maar zijn woorden worden genegeerd in de zalen van het Palais des Congres. De afgelopen dagen is toch weer volop onderhandeld.

Japan en Rusland, gesteund door Australië en Canada, houden vast aan een tegemoetkoming in hun richting – hetgeen een verdere afzwakking van het Kyoto-protocol betekent. De Europese Unie voelt daar niets voor. ,,Je loopt het gevaar een doos van Pandora te openen. Als je de een tegemoet komt, melden zich direct anderen'', zei de leider van de Europese delegatie, de Belgische minister van Milieu Olivier Deleuze. Pronk is minder bevreesd. ,,Niemand hier is er op uit om het akkoord van Bonn op te blazen'', zei hij. Wel gaf hij toe dat er voor de ministers, die gisteren op de conferentie zijn aangekomen, nog een hoop werk te doen is, ,,maar aan het akkoord zal niks worden veranderd''.

Vannacht lijkt een eerste stap in de richting van een overeenkomst te zijn gezet. De partijen zijn het eens over bindende sancties tegen landen die te veel broeikasgas (CO2) uitstoten. Zij zouden moeten betalen met een extra reductie van de uitstoot in de daaropvolgende jaren. Die reductie (van 30 procent) zou niet bereikt mogen worden via de zogeheten emissiehandel (het kopen van CO2-uitstoot in andere landen). De landen moeten bovendien een nauwkeurig plan maken waarin ze laten zien hoe ze de extra reductie denken te bereiken.

Om zo'n sanctieregeling goed te laten werken moet echter wel zorgvuldig gemeten worden hoeveel CO2 een land uitstoot. En juist over die registratie wordt door Japan en Rusland nu al dagenlang gesteggeld. Vooral met de EU. Volgens de Japanse onderhandelaar Kazuo Asakai is de voorgestelde rapportage over de manier waarop de CO2-reductie wordt bereikt veel te ingewikkeld. Datzelfde geldt volgens hem voor de wijze waarop de controle wordt uitgevoerd.

Op een gezamenlijke persconferentie lieten Japan en Rusland weten nog niet klaar zijn voor ondertekening van `Kyoto'. Asakai en zijn Russische collega Aleksandr Bedritski noemden het akkoord op belangrijke punten ,,onaanvaardbaar''. ,,De inspanningen zullen moeten worden verdrievoudigd'', stelde Asakai vast, om te voorkomen dat het met `Kyoto' slecht afloopt. Ze willen in ieder geval opnieuw praten over de zogeheten mechanismen in het Kyoto-protocol, waarvan de handel in emissierechten de belangrijkste is.

Rusland heeft ook nog een eigen thema. Het land wil veel meer krediet krijgen voor het gebruik van bossen, die in staat zijn CO2 op te nemen (aangeduid als sinks). Onderhandelaar Bedritski gaf gisteren toe dat Rusland mikt op een verdubbeling, hetgeen betekent dat Rusland 34 miljoen ton aan CO2-uitstoot per jaar zou kunnen aftrekken van het totaal dat het land op grond van Kyoto voor zijn rekening zou moeten nemen. Pronk verwacht dat de conferentie akkoord zou kunnen gaan met een ,,bescheiden ophoging, bijvoorbeeld naar 25 miljoen ton''.

De inbreng van de Verenigde Staten bij de onderhandelingen is inmiddels minimaal. Nadat president Bush het Kyoto-protocol kort na zijn aantreden dood verklaarde, zijn de VS nauwelijks nog partij. Hun delegatie was op papier al teruggebracht tot een derde (vijftig mensen) van het aantal dat op vorige conferenties aanwezig was, maar tot nog toe werden niet meer dan tien delegatieleden daadwerkelijk gesignaleerd. Van een eigen Amerikaans voorstel, dat als alternatief voor Kyoto zou kunnen dienen, is geen sprake, mede doordat de aanslagen van 11 september de aandacht van de Amerikaanse regering hebben afgeleid.

Voor Europa is dat een grote opluchting, omdat zo'n alternatief de aandacht van de conferentie zou hebben afgeleid en het risico groot was dat Japan het akkoord alsnog de rug zou toekeren. Pronk zei gisteren dat hij de Amerikanen kort voor 11 september nog had gevraagd om in Marrakech niet met een eigen voorstel te komen. Hij noemde het positief dat de Amerikanen wel doorgaan met het terugdringen van broeikasgassen in eigen land.

De minimale Amerikaanse delegatie lijkt overigens nog wel kleine succesjes te boeken. Zo zal de CO2-uitstoot in het internationale luchtverkeer waarschijnlijk niet onder het Kyoto-verdrag vallen. Europa wil dat wel, maar de Amerikanen houden vol dat de internationale luchtvaartorganisatie ICAO hiervoor verantwoordelijk is.

Langzaam rijst de vraag wat er overblijft van de oorspronkelijke doelstellingen van het Kyoto-protocol – een wereldwijde reductie van broeikasgassen met ruim 5 procent ten opzichte van 1990. Het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft doorgerekend wat er met de CO2-uitstoot gebeurt als iedereen zich houdt aan het compromis dat deze zomer in Bonn werd bereikt. De uitstoot blijkt net iets onder het niveau van 1990 te komen. Maar dan is de vervuiling in de VS niet meegeteld, omdat zij niet langer meedoen. Als de broeikasgassen in Amerika wel worden meegerekend, ligt de totale uitstoot, ondanks de maatregelen van Bonn, nog tien procent boven het niveau van 1990.