Buitensporige krullen

Venusschelpen, draken en vallend water. De zwierige en exuberante rococostijl was lange tijd not done. Het Rijksmuseum in Amsterdam toont de meubels en sierlijke objecten in een sprookjesachtig decor.

Zachte pasteltinten, van het plafond hangende voiles en enorme jacobsschelpen vormen de decorstukken van de tentoonstelling Rococo: Nederland aan de Zwier in het Amsterdamse Rijksmuseum. De expositie toont de mooiste voorwerpen uit een periode van de Nederlandse kunstnijverheid, die lange tijd verguisd is geweest, maar de laatste jaren langzaam weer meer waardering krijgt. Ze doen dan ook on-calvinistisch aan, deze fantasievolle objecten met hun zwierige vormen, krullen en soms buitensporige decoraties. Zoals bijvoorbeeld de kroonluchter van porselein en verguld brons met roze bloemen, zittende vrouwenfiguren, putti en bovenop een ananas als bekroning. Het spectaculaire stuk werd weliswaar in Duitsland gemaakt, maar vond zijn weg naar Nederland als cadeau voor prinses Wilhelmina van Pruisen, die in 1767 trouwde met stadhouder prins Willem V. Het behoort nu tot de collectie van Kasteel Huis Doorn. De kroonluchter vormt samen met enkele andere oogverblindende voorbeelden uit het buitenland, waaronder een omvangrijk, verguld zilveren tafelstuk uit Parijs, de introductie tot de tentoonstelling.

Wel van Nederlands fabrikaat zijn de voorwerpen in de tweede ruimte waarin aandacht wordt besteed aan de vroeg gestorven stadhouder Willem IV, de `prins van het rococo'. Tijdens zijn korte regeerperiode (1747-51) introduceerde hij het Nederlandse rococo aan het hof en stimuleerde kunstenaars met belangrijke opdrachten. In het Rijksmuseum zijn daarvan enkele voorbeelden te zien, zoals twee grote torchères (standaards voor kandelaars) van verguld lindehout versierd met bloemen, gevleugelde draken, vallend water en rocailles. Twee bustes van de prins en zijn vrouw Anna van Hannover zijn van Jan Baptist Xaverij, een van de bekendste beeldhouwers in die tijd.

Het rococo ontstond in de 18de eeuw in Frankrijk als de speelse en elegante eindfase van de barok. De makers putten inspiratie uit de natuur. Een belangrijk element was de `rocaille', geïnspireerd op grillig gevormde, geperforeerde rotsstenen. De objecten werden niet langer opgebouwd uit gescheiden delen, zoals een voet met iets erop. In het rococo rezen ze in één grillige beweging omhoog. Ook in de interieurs vloeiden wanden en plafonds in elkaar over. Vanuit Frankrijk verspreidde het rococo zich over heel Europa. Nederlandse ambachtslieden, van wie sommigen zelf uit het buitenland kwamen, keken de kunst af van de omringende landen en zo raakte Nederland in het midden van de 18de eeuw geheel in de ban van de nieuwe stijl.

Rococo is in de eerste plaats een decoratieve stijl die zich vooral manifesteerde in de toegepaste kunsten en de beeldhouwkunst. Meubels met exuberant houtsnijwerk, zilveren serviezen van het hof, gegraveerd glaswerk, porselein en tuinbeelden bepalen dan ook de tentoonstelling. Er zijn enkele schilderijen te zien, merendeels portretten, maar in het algemeen drong het rococo niet zozeer tot de schilderkunst door. Franse schilders als Fragonard en Boucher kunnen tot die stijl worden gerekend en in Nederland Jacob de Wit en Cornelis Troost.

De periode duurde ongeveer van 1735 tot 1770. Toen als reactie het neo-classicisme opkwam, werd de rococostijl al snel miskend. In Nederland ontstond bovendien in het begin van de 19de eeuw een anti-Frans gevoel als gevolg van de Franse overheersing. Kunstbezitters haastten zich om objecten die herinnerden aan de vermaledijde Fransen naar het buitenland te verkopen. Het Rijksmuseum moest dan ook veel van de getoonde voorwerpen lenen uit verzamelingen van over de grenzen.

De tentoonstelling is verdeeld over verschillende zalen, die elk een andere kleur en een andere sfeer hebben. De ovale vormen die ook een kenmerk zijn van het rococo komen terug in de fluwelen bankjes voor de bezoekers. Paul Gallis, bekend van zijn ontwerpen voor Toneelgroep Amsterdam, zorgde voor de aankleding en hij deed dat sfeervol en met gevoel voor — modern — theater. Het idee van stijlkamers is bewust vermeden, de voorwerpen krijgen de ruimte en worden in een sprookjesachtige omgeving op zichzelf getoond als, in de woorden van conservator Reinier Baarsen, ,,acteurs in een theater''. Zo is in de zachtblauwe zaal met het thema `De eettafel' het tafelzilver in het midden opgesteld op enorme schelpen, terwijl tien eetkamerstoelen links en rechts van een oplopend podium staan en porselein en gegraveerd glas is ondergebracht in vitrines langs de wanden.

De indrukwekkendste ruimte is die met de zachte lila kleuren. Daar is plaats gemaakt voor monumentale meubelstukken met als pronkstuk enkele belangrijke delen van een kamerbetimmering uit een huis aan de Amsterdamse Keizersgracht 187. Dit huis bevatte een van de kostbaarste kamers die ooit in Amsterdam waren gemaakt. Een van de onderdelen is een marmeren schouw met erboven een in versierd mahoniehout gevatte schildering van Jacob de Wit. Het huis moest in 1896 worden gesloopt voor de aanleg van de Raadhuisstraat. De betimmering werd tot 1970 tentoongesteld in het Stedelijk Museum, belandde daarna in het depot en heeft voor de tentoonstelling een grondige restauratiebeurt ondergaan.

Bij de expositie is het lijvige boek Rococo in Nederland verschenen met artikelen van onder anderen Reinier Baarsen en met uitgebreide beschrijvingen van alle tentoongestelde rococo-objecten.

Rococo: Nederland aan de zwier. Kunstnijverheid in 18de-eeuws Nederland. Rijksmuseum, Stadhouderskade, Amsterdam. T/m 3 feb 2002. Open dag. 10-17 uur. 1 jan 2002 gesloten. Inl 020-6747000.