Beproeving

Langzaam maar zeker verhoogt de Amerikaanse regering de druk op de coalitiepartners. Steun in de strijd tegen het internationale terrorisme dient niet alleen verbaal te worden beleden. President Bush verlangt concrete bijdragen. Het is eerder gezegd: de Verenigde Staten hebben behoefte aan bondgenoten die bereid en in staat zijn het moslimterrorisme in eigen huis aan te pakken en die de gevolgen daarvan aanvaarden. En die, als het er op aan komt, bereid zijn troepen te leveren. Bush zei deze week dat de partners nu moeten `presteren' en het niet mogen laten bij het uitdrukken van hun medeleven. Hij heeft gelijk. Wat stelt solidariteit voor als de consequenties ervan worden ontweken? Aan vrijblijvend ach en wee roepen hebben de Amerikanen niets.

Het signaal is opgepakt. Het Verenigd Koninkrijk strijdt als loyaalste bondgenoot al vanaf het begin mee, hoewel er een flink gat lijkt te zitten tussen wat premier Blair aan redenaarskunst steeds weer uit de kast haalt dat is heel wat en de feitelijke Britse bijdrage. Die is, voorzover bekend, nog niet zo erg groot. Maar wel belangrijk. Het zijn niet alleen de stoot- en vuurkracht die tellen. De symboliek van een verenigde coalitie die behalve in woord ook in daad strijdt tegen het terrorisme, de talibaan en het Al-Qaeda-netwerk van Bin Laden, weegt op zijn minst zo zwaar. Duitsland, Frankrijk, Italië en andere coalitiegenoten hebben dat ook zo uitgelegd.

President Chirac, eergisteren op bezoek bij Bush, denkt na over het leveren van meer troepen dan de tweeduizend man die hij al had beloofd. Italië heeft gisteren toegezegd 2.700 manschappen te zullen leveren en bondskanselier Schröder van Duitsland liet weten de VS met 3.900 militairen te zullen helpen. Ook Nederland kan zijn bescheiden partij meeblazen, nu de regering eind vorige week F-16's en patrouillevliegtuigen heeft aangeboden. De diverse regeringsleiders laten hun spierballen rollen en tonen de onzichtbare tegenstander dat zij wel degelijk bereid zijn om het gevecht aan te gaan.

Met het aanbieden en sturen van Duitse, Franse, Italiaanse en wellicht Nederlandse eenheden gaat de oorlog tegen het terrorisme een nieuwe fase in. Het zijn dan misschien niet allemaal commando's en infanteristen die met gevaar voor eigen leven grotten moeten ingaan op zoek naar talibaan-strijders, het gaat er om dat het land dat troepen zendt zich ten volle bewust is van de gevolgen hiervan. Allereerst betekent het sturen van militairen dat er slachtoffers kunnen vallen. Dan is het voeren van een schone oorlog onmogelijk. Iedere deelnemer krijgt op den duur vuile handen.

Geen wonder dus dat het broeit in de verschillende parlementen. Het ongemak over de consequenties van de strijd in Afghanistan, de betrokkenheid daarbij, de mogelijkheid van escalatie, het lastige maar onvermijdelijke debat met een misschien ongeruste achterban het zijn allemaal zaken die de komende dagen en weken in verhevigde mate spelen en die door hun dynamiek ongetwijfeld nog voor verrassingen zullen zorgen. De aandacht gaat nu eerst uit naar wat de Bondsdag zal zeggen over Schröders voornemen om Duitse troepen ter beschikking te stellen. Het debat in Berlijn zal bepalend zijn voor de toekomst van de huidige regering. Een uitgemaakte zaak is het niet. Niet alleen de Groenen wankelen, ook in Schröders eigen SPD kalft de steun voor de oorlog af.

De loyaliteit van het thuisfront wordt zwaar beproefd. Een duidelijke overwinning in Afghanistan is nog niet geboekt; het blijft moeizaam doorploeteren in dat onherbergzame land. Van Bush moet de steun van de partners `concreet' worden. Het is voer voor politieke confrontaties. De oorlog gaat door, het debat ook. Hier en daar groeien de twijfels. Er kan een moment komen dat die de overhand krijgen. Dat zal dan de echte test voor de standvastigheid van de coalitie zijn.